OG in de BIG

Onder de zorgverzekeringswet wordt voor de uitvoering en bekostiging van zorg uitgegaan van een BIG-registratie. De Minister heeft de orthopedagoog generalist – naast de BIG-beroepen - een aantal jaar aangewezen als hoofdbehandelaar in de basis-GGZ. Een oplossing voor de korte termijn, maar om het belang van cliënten ook in de toekomst centraal te stellen en hen ook in de toekomst de best geëquipeerde professional te kunnen bieden, deed de NVO in november 2013 een aanvraag bij het ministerie van VWS om de NVO orthopedagoog generalist op te nemen in de Wet BIG als basisberoep (artikel 3).

In juni 2015 liet de minister weten dat zij een wetsvoorstel zal voorleggen aan het parlement om de NVO orthopedagoog generalist daadwerkelijk op te nemen in artikel 3 van de Wet BIG.

De OG is specifiek toegerust voor kinderen, jongeren in de categorie 18 tot 25 jaar, volwassen cliënten met een specifieke diagnose als (ASS en ADHD) en volwassenen met een (verstandelijke) beperking.

Vanaf 1 januari 2017 is een BIG-registratie vereist om zelfstandig te kunnen declareren bij zorgverzekeraars. Ook in het Kwaliteitsstatuut is opgenomen dat BIG-registratie een vereiste is om als regiebehandelaar op te kunnen treden onder de zorgverzekeringswet. Lees hierover meer bij het werkveld ggz.

Op deze pagina vindt u informatie over het verloop van het traject om de OG op te nemen in de wet BIG en de stappen die de NVO hierin zet.

Kernboodschap NVO

Het belang van de cliënt staat centraal bij de bepaling en invulling van de regiebehandelaar.

Als de orthopedagoog generalist niet wordt opgenomen in het BIG-register en het regiebehandelaarschap wordt beëindigd, dan is dat schadelijk voor de cliënten en hun omgeving.

De orthopedagogen generalist zullen een deel van het werk waar zij juist bij uitstek geschikt voor zijn en waarvoor zij beschikken over specifieke kennis, niet meer kunnen uitvoeren.

Er zullen instellingen in de problemen komen omdat het aantal beschikbare regiebehandelaren afneemt.

Ook vrijgevestigde zorgaanbieders kunnen niet meer de buurtnabije zorg leveren voor jongvolwassenen en volwassenen in een persoonlijke afhankelijkheidsrelatie. Zo komt de continuïteit van zorg in gevaar, terwijl er wel goed opgeleide professionals zijn die deze zorg kunnen blijven leveren.

De OG is specifiek toegerust voor kinderen, jongeren in de categorie 18 tot 25 jaar, volwassen cliënten met een specifieke diagnose als (ASS en ADHD) en volwassenen met een (verstandelijke) beperking.

Continuïteit van zorg is van belang, ook en juist als cliënten gedurende hun behandelperiode onder diverse stelsels vallen. Stelsels kennen harde scheidslijnen, maar gaan vanuit het perspectief van de cliënt in elkaar over. Dat geldt voor de Jeugdwet en de GGZ, maar ook voor de WMO en de GGZ en de Langdurige Zorg en de GGZ. De OG handelt vaak juist op deze raakvlakken.

Het aantal OG’ers is relatief klein in vergelijking met het aantal gz-psychologen. Dat geldt dus navenant voor het aantal OG’ers dat als regiebehandelaar functioneert. Dat staat echter los van hun toegevoegde waarde in het stelsel en van de belangen van cliënten.

De OG moet als regiebehandelaar in het stelsel van de ZVW identiek inzetbaar zijn als de gz-psycholoog.