Zondag 2 mei. Wordt de cliënt er beter van? Zonder uitzondering benoemden alle NVO-bestuursleden dat als hun drijfveer en maatstaf van handelen, woensdag tijdens onze bestuursheidag. Onze nieuwe commissie wetenschap kwam donderdag voor het eerst bijeen; vanuit datzelfde motief vraagt die commissie zich af of we als NVO eigenlijk wel weten wat onze leden willen en nodig hebben als wetenschappelijke basis van handelen. Onze NVO-storytellers bepaalden hun kernboodschap en kozen issues waarop zij op willen inzetten. En ja, ook de beroepenstructuur en vernieuwing Wet BIG blijft de gemoederen bezig houden.

Het is voor een beroepsgroep als de NVO, waar kwaliteit van handelen één van de pijlers is, vanzelfsprekend om het belang van de cliënt centraal te stellen. Dáárom borgen en ontwikkelen wij die kwaliteit, o.a. met onze professionele standaard en met onze Kwaliteitsregisters. Maar als beroepsgroep staan we soms ook onder druk, moeten we soms vechten voor onze positie, meer zichtbaar zijn en gaat het maar al te vaak over zaken waar gezinnen en andere opvoedingssystemen ver uit beeld zijn. Het is dan ook fijn als weer blijkt hoe koersvast het bestuur is als het om het werkelijke belang gaat en hoe zeer de bestuursleden elkaar daarop willen, kunnen en durven aanspreken.

Tegen het licht van die kwaliteit vinden we het essentieel dat onze leden bekend zijn met actuele wetenschappelijke inzichten op hun vakgebied en daarnaar handelen. Onze kersverse commissie wetenschap legde de focus bij de beroepsgroep zelf, in haar eerste bijeenkomst. Wat hebben zij nodig om volgens de laatste stand van wetenschap te handelen? Zijn er situaties dat zij daarin worden belemmerd en welke zijn dat dan? Zijn zij voldoende toegerust om, wetenschappelijk onderlegd, dát te doen wat in het belang van kinderen en mensen met een beperking is? We kwamen tot drie aspecten die we nader in kaart willen brengen:

  • Wat missen (ortho)pedagogen wanneer als zij werken met individuele cliënten?
  • Wat hebben leden nodig die binnen een zorg- of onderwijsinstelling een kennisrol hebben?
  • Hoe handel je als (verse) wetenschappelijk onderlegde (ortho)pedagoog in een organisatie die al jarenlang via vaste patronen te werk gaat en die dat prima vindt?

De commissie gaat dit nu uitwerken tot een onderzoeksopzet.

Onze NVO-storytellers bepaalden vijf issues, waarin altijd ouders centraal staan, misschien nog wel meer dan kinderen of mensen met een beperking:

  • Zo thuis mogelijk opgroeien;
  • Gelijke kansen;
  • Passende zorg
  • Doelmatige zorg.

Elk issue kent een serie onderliggende, concrete en maatschappelijke issues, zoals bijvoorbeeld thuiszittende leerlingen of voorkomen uithuisplaatsing. Er zijn twee vervolgstappen; de storytellers krijgen trainingen én zij gaan, in kleinere groepen, op het issue van hun keuze visies, standpunten en producten ontwikkelen.

 

Op achtergrond zijn we hard bezig met de beroepenstructuur; in die van ons zelf vooral door onze Kwaliteitsregisters te optimaliseren en in te zetten op bekostiging van de opleiding tot orthopedagoog-generalist. We wenden onze invloed aan om de vinger te leggen op risicovolle aspecten die de beroepenstructuur psychologische zorg voor onze beroepsgroep met zich meebrengt. Die risicovolle aspecten zijn vooral de positie van de universitair opgeleide masters en het beoogde stopzetten van de zijinstroom in de opleiding gz-psycholoog  en (daarmee) haar specialismes.

 

Het dossier op onze website is altijd actueel en bevat dus ook recent verzonden en ontvangen brieven; we zijn altijd bereid het gesprek aan te gaan met leden die zich zorgen maken of signalen hebben over het vooruitlopen van actoren op dat wat op dit moment nog niet meer is dan een advies. Zo ook afgelopen week.

 

Tot volgende week

 

M