Een OMT onderwijs en andere toekomstfacetten

Zondag 28 februari. De toekomst domineerde afgelopen week. De nabije toekomst, als het gaat om een OMT voor het onderwijs en een deltaplan Jeugd, de toekomt van de richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming, de toekomst van de inhoud van de opleidingen en de toekomst van de aanwijzing van die opleidingen OG.

Maandag en ook later in de week was het prominent in het nieuws: een speciaal OMT voor het onderwijs. De ideeën stroken helemaal met de lijn die ook de NVO voorstaat: maak een goede analyse op schoolniveau van wat nodig is en ga daar als school doelgericht, ondersteund door dat wat bewezen effectief is, aan werken.  We zijn als NVO heel benieuwd wat het onderwijs-OMT concreet gaat doen en concreet kan en wil betekenen. Daarover spraken we afgelopen week dan ook met Anna Bosman, hoogleraar orthopedagogiek in Nijmegen, NVO-lid en lid van het onderwijs-OMT. Anna is een hartstochtelijk voorstander van goed lees- en rekenonderwijs, eerst en vooral door leerkrachten zelf, omdat het essentieel is dat alle leerlingen juist dié vaardigheden beheersen. We laten haar daarover snel zelf aan het woord šŸ˜Š.

Het deltaplan Jeugdhulp is politiek wel aangekondigd, maar moet het licht nog zien. We pleiten er als NVO voor om dat plan een zelfde doorlooptijd te geven als het nationaal programma onderwijs (en ook daarvoor geldt al dat het lastig is om met niet-structureel geld problemen op te lossen die nu wel méér manifest zijn, maar natuurlijk wortelen in structurele problemen). Zolang veel voorzieningen nog dicht zijn, moet dat plan misschien wel gericht zijn op ook de meest urgente problemen van jongeren, maar ook hier geldt dat het belangrijk is om concreet en regionaal in kaart te brengen waar de grootste risico’s zijn en om daar op dát niveau doelgericht en bewezen effectief op in te spelen.

Samen met het NIP de BPSW en met ondersteuning van het NJI, ontwikkelden we als NVO een mooie set richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming. Een belangrijk instrument om professionals te helpen wetenschappelijk onderbouwd te werken. We hebben signalen dat lang niet alle professionals in de jeugdhulp die richtlijnen kennen en ook dat het nog lang geen gemeengoed bij jeugdhulporganisaties is dát professionals daarnaar handelen en dat ook de bestuurders daarop toezien en daarbij faciliteren. We ontwikkelen nu een plan om daar gezamenlijk volgende stappen in te zetten. Tegelijkertijd hebben we, ook vanwege signalen uit de praktijk, ideeën over actualisering en verdere uitwerking van die richtlijnen. Belangrijk om ook professionals en bestuurders te betrekken bij de vraag hoe dat het beste vorm kan krijgen.

Het in opdracht van de NVO verrichte onderzoek naar de beleving van werkgevers over ‘hun’ orthopedagogen en orthopedagogen-generalist is bijna afgerond. Ook opleiders kunnen en zullen daar hun voordeel mee doen. Ketensamenwerking, coaching en coördinatie van andere professionals en beleidsmatig werken zijn zaken die werkgevers belangrijk vinden.

We reageerden als beroepsverenging(en), net als de brancheorganisaties, kritisch op het onderzoek van AEF. Toch is het óók de verantwoordelijkheid van professionals is om ‘doelmatigheid’ mee te wegen in hun afweging voor passende hulp. En daarmee ontstaat ook de vraag of opleidingen daar aandacht aan zouden moeten besteden.

De laatste ‘toekomstactie’ begint met terugkijken. In een bijzondere symbiose werkten de NVO en de GZPT samen om de minister advies te geven over de aanwijzing van de opleidingen OG. Nu dat proces is afgerond, is het goed dat de diverse betrokkenen, waaronder zeker ook de opleidingen zelf, kunnen laten weten hoe zij dit proces hebben ervaren. En daarmee kunnen zowel het bestuur van de NVO als het bestuur van de FGZPt hun voordeel doen bij hun afweging wat dit betekent voor de toekomst.

Tot volgende week

M