Passende zorg voor kinderen en gezinnen: samenwerken en benutten van kennis

Het zorglandschap specialistische jeugdhulp verandert. Verschillende partijen in het jeugdhulpveld, waaronder ook de NVO, denken na hoe kinderen en gezinnen goede en passende zorg kunnen blijven krijgen, die betaalbaar blijft, ook in de toekomst. Mét andere partijen wil de NVO zich inzetten voor kwaliteitsborging, versterken en verbeteren van de ketensamenwerking, bieden van passende hulp, behoud van expertise en de juiste professional op de juiste plek.

Een expertgroep van branches, aanbieders en professionals binnen de gespecialiseerde jeugdhulp bracht eerder dit jaar het visiedocument ‘Passende zorg en behandeling voor jeugdigen’ uit. Dit visiedocument is bedoeld als instrument om een impuls te geven aan de transformatie van de Jeugdhulp. Het faciliteert het ‘goede gesprek’ in de regio’s tussen gemeenten, jeugdhulpaanbieders, huisartsen, gecertificeerde instellingen en andere professionals en partijen zoals het onderwijs.

Tevens kwamen gemeenten, Rijk, jeugdhulpaanbieders en branches onlangs met een statement n.a.v. een 24-uurs sessie Zorglandschap op 11 en 12 juli in Driebergen. Ook hierin ligt de nadruk op versterken en verbeteren van de ketensamenwerking, versnellen van het leren van elkaar en bieden van passende hulp, ook bij complexe zorgvragen. Dit zijn acties die nodig zijn om jeugdigen en gezinnen beter te helpen. De NVO onderschrijft het belang van een lerend jeugdhulpstelsel waarin (ortho)pedagogen samen met andere professionals, integraal, op maat en dichtbij het gezin gepaste zorg bieden en ondersteuning organiseren.

Tijdens een summerschool bijeenkomst op 20 juli in Utrecht was het veranderende zorglandschap ook onderwerp van gesprek tussen diverse partijen. Ook de NVO was hierbij aanwezig. Peter Dijkshoorn (kinder- en jeugdpsychiater) en Jan Menting (ambassadeur Zorglandschap voor specialistische jeugdhulp) praatten aanwezigen bij over de visie op het zorglandschap, waarna partijen nader met elkaar in gesprek gingen. Belangrijke aandachtspunten waren het optimaal benutten van kennis vanuit verschillende domeinen, waaronder de orthopedagogiek; jezelf blijven afvragen of dat wat je doet werkt; benutten van best bewezen werkzame dingen; de behoefte en vraag vanuit het kind en ouders/verzorgers centraal stellen en dit ook expliciet aan een kind vragen, zonder al bezig te zijn met het formuleren van een eigen hulpvraag als professional. Ook wijkteams zouden hier beter in ondersteund moeten worden.