Vernieuwing Wet BIG

6-11-2020

Op 2 november informeerde minister van Ark de Tweede Kamer over de voortgang van één van haar ambities: vernieuwing van de Wet BIG. Belangrijk is dat de minister in haar brief uitlegt dat tal van beroepsgroepen in Nederland uitstekende zorg verlenen en dat het criterium BIG-registratie daarin niet bepalend is. Voor de NVO kan dat betrekking hebben op zorg die universitair opgeleide masters verlenen.

De minister zet in op drie vervolgtrajecten, waarvan er één gaat over Kwaliteitsregisters en portfolio’s, een ontwikkeling waarmee de NVO op dit moment volop bezig is. De NVO is, als vertegenwoordiger van het BIG-beroep orthopedagoog-generalist, direct bij het traject betrokken. In de stuurgroep vertegenwoordigt de FGZPt haar en Gerard van Egmond, voorzitter van de NVO, neemt deel aan het bestuurlijk overleg. Dit overleg met de minister vond vorige week plaats.

De minister wil de Wet BIG in grote lijnen behouden en bezint zich op de vraag hoe die wet beter kan inspelen op actuele ontwikkelingen, zoals opkomende technologie, werken over domeinen heen, het steeds meer werken in team- en netwerkverband, meer inzet op collectieve zorg, zoals preventie, en de vraag om meer flexibiliteit in het kader van een veranderende zorgvraag. Daarom start zij drie vervolgtrajecten:

  • Onderzoek naar criteria voor voorbehouden handelingen in relatie tot toelatingseisen voor nieuwe beroepen;
  • Dialoogtafels over deskundigheidsbevordering in relatie tot herregistratie: herregistratie van BIG-beroepen gebeurt nu op basis van alleen werkervaring. Alle beroepsgroepen vinden dat bij- en nascholing en intervisie daarvoor ook noodzakelijk zijn. Dat vindt de minister ook, maar zij vraagt zich af of beroepsgroepen dat niet ook en beter zelf kunnen regelen. De NVO doet dat met de NVO-Kwaliteitsregisters;
  • Streven naar tuchtrecht met een meer lerende werking. Hier is relevant dat SKJ, in samenwerking met NIP, NVO en BPSW, binnenkort de uitkomsten publiceert naar aanleiding van vijf jaar tuchtrecht bij SKJ. De NVO gaat ervan uit de minister dit onderzoek betrekt in deze actielijn.     


De stuurgroep zal deze drie trajecten blijven begeleiden en via de FGZPt zal de NVO hierbij betrokken blijven.