Minister Asscher zet acties tegen misbruik werkervaringsplekken door

2-12-2016

Op donderdag 1 november verscheen de aangekondigde Kamerbrief van minister Asscher (SZW) met een stand van zaken over het plan van aanpak misbruik stages en werkervaringsplekken. De minister wil zijn 3-sporen beleid doorzetten en is positief over de samenwerking met NVO en NIP om starters te bereiken.

Samengevat wil minister Asscher het volgende:

  • Bewustwording onder starters vergroten
  • Nader onderzoek
  • In gesprek met probleemsectoren
  • Risicogerichte handhaving
  • (Nog) geen wettelijk onderscheid tussen stage en WEP


Bewustwording onder starters vergroten
Met een betere vindbaarheid om stagemisbruik (maar ook werkervaringsplekken) bij de Inspectie SZW te melden, is de informatievoorziening op de website van de Inspectie verbeterd. Studenten en afgestudeerden kunnen via de website www.inspectieszw.nl meer informatie vinden over de regels rondom het lopen van een stage. Ook heeft het ministerie ervoor gezorgd dat de vindbaarheid van deze informatie via zoekmachines is verbeterd en via social media zal het onderwerp doelgroepgericht onder de aandacht worden gebracht. Als NVO en NIP hebben we het ministerie van SZW aangeboden dat leden vanuit het netwerk Studenten & Starters (NVO) en de Sectie Startende Psychologen (NIP) hierin graag meedenken. In de Kamerbrief wordt ook expliciet de handreiking werkervaringsplaatsen genoemd die is ontwikkeld en gepubliceerd door NVO en NIP, toegankelijk voor leden.

Nader onderzoek
In de Kamerbrief benoemt Asscher een van de resultaten van de enquête die NVO en NIP in het najaar van 2015 hebben uitgezet onder pedagogen en psychologen:

"onder afgestudeerde psychologen en pedagogen geeft 30 procent van de respondenten aan een stage te hebben gekozen omdat tijdens het solliciteren op het gebrek aan ervaring is gewezen, 24 procent omdat er geen betaalde functie te vinden zou zijn en 15 procent om binnen de betreffende organisatie in aanmerking te komen voor een volwaardig betaalde functie. Van de bijna 300 respondenten geeft 70 procent aan werk te verrichten dat vergelijkbaar is met het werk van een betaalde werknemer en geeft 54 procent van de respondenten aan dat de stageplaats een betaalde functie verdringt."

De minister wil hiermee een beeld schetsen. Voornamelijk blijkt het misbruik van werkervaringsplaatsen zich in het geval van pedagogen en psychologen voor te doen in de sector (jeugd-)GGZ. Vervolgens kondigt Asscher een uitgebreid onderzoek aan om een volledig en betrouwbaar beeld te kunnen schetsen van de omvang van misbruik met stages/werkervaringsplekken per sector. Dit onderzoek zal begin 2017 worden uitgezet. Het blijkt dat stagiairs moeilijk bereidt zijn om een melding te doen bij de Inspectie, daarom zullen andere bronnen worden benut, zoals enquêteresultaten, interviews en signalen uit sectoren.

In gesprek met probleemsectoren
Met de probleemsectoren die door het onderzoek in kaart worden gebracht, dat zijn: GGZ, architectuur en communicatie/marketing, gaat de minister in gesprek en hij zal hen wijzen op hun verantwoordelijkheid voor het creëren van een eerlijke arbeidsmarkt. NVO en NIP willen hier uiteraard in meedenken en actief aan bijdragen. Op dit moment wordt er nog gekeken door beide beroepsverenigingen of er in het voorjaar van 2017 een gesprek kan plaatsvinden met brancheverenigingen van werkgevers. De minister wil zo'n gesprek faciliteren en daarmee de sectoren stimuleren om passende maatregelen te treffen.

Risicogerichte handhaving
De Inspectie zal binnen het programma Schijnconstructies en cao-naleving ook in 2017 op basis van concrete meldingen onderzoeken starten naar bedrijven die bewust de regels ontduiken door misbruik van stageplaatsen/werkervaringsplekken. Om een bijdrage te leveren aan het beeld van de omvang van deze constructie zal de Inspectie, voor zover mogelijk, in verschillende sectoren concrete meldingen gaan onderzoeken.

(Nog) geen wettelijk onderscheid tussen stage en WEP
Naar aanleiding van een aangenomen motie van John Kerstens (PvdA) geeft Asscher het volgende aan. Het voordeel van het koppelen van een stage aan een opleiding is dat dit mogelijk meer benadrukt dat de stage draait om leren en dat werkzaamheden niet gericht mogen zijn op productief werk. Maar volgens Asscher wordt er dan voorbij gegaan aan een van de belangrijkste problemen, namelijk dat een stagiair/WEP'er akkoord gaat met de omstandigheden en vaak niet bereid is om melding te doen bij de Inspectie SZW. En door veel stagiairs/WEP'ers wordt de stage gezien als een noodzakelijke opstap naar werk; een investering om meer kans te maken op een betaalde baan. Een onbedoeld gevolg van het koppelen van stage aan een opleiding zou kunnen zijn dat studenten langer wachten met afstuderen om stage te kunnen lopen of dat afgestudeerden en werkgevers andere mogelijkheden gaan verkennen om geen (minimum)loon te hoeven betalen voor de verrichte werkzaamheden. Dit is voor de minister reden om (vooralsnog) niet dit wettelijke onderscheid te maken.

Behandeling van deze brief in de Tweede Kamer
Komende week zal minister Asscher tijdens de begrotingsbehandeling SZW in de Tweede Kamer ongetwijfeld komen te spreken over deze brief. NVO en NIP zullen dit debat met veel belangstelling volgen en u op de hoogte brengen van de uitkomst.

Mocht u hierover vragen hebben, neem dan contact op met: Tim de Kroon (Public Affairs medewerker NVO) via t.dekroon@nvo.nl.