Wat als ouders niet met elkaar in één ruimte willen zijn?
Hoe te handelen als ouders niet met elkaar in één ruimte willen zijn, terwijl het nodig is om gezamenlijk te overleggen over de behandeling van hun kind? Allereerst probeer je natuurlijk te onderzoeken wat de ouders belemmert om gezamenlijk met jou te overleggen en of het mogelijk is deze belemmeringen weg te nemen. Lukt dat niet, hoe zorg je er dan voor dat de ouders gelijk geïnformeerd blijven?
Voorkom een informatieachterstand
Van belang is ervoor te zorgen dat beide ouders op (zoveel mogelijk) gelijke wijze worden betrokken en dat de ene ouder geen informatieachterstand oploopt ten opzichte van de andere ouder (artikel 8 NVO Beroepscode). In dat kader is het belangrijk om af te spreken dat alle mailverkeer over de begeleiding, behandeling of het onderzoek van het kind, altijd aan beide ouders wordt gestuurd en dat er ook openheid is naar de andere ouder over de inhoud van gesprekken die een ouder met de pedagoog voert. Als een ouder vervolgens een vraag stelt over de behandeling of begeleiding van het kind en de andere ouder niet in de cc zet, dan kun je als pedagoog bij het antwoord de andere ouder alsnog toevoegen als geadresseerde. Als dat vanaf het begin is afgesproken, kan deze werkwijze geen verrassing zijn. En hetzelfde geldt voor openheid over de inhoud van gesprekken die jij met één ouder voert.
Wel of geen apart gesprek
Ouders hebben geen recht hebben op een gesprek apart van de andere ouder. Maar soms zul je vast moeten stellen dat een gezamenlijk gesprek niet mogelijk is, bijvoorbeeld als een ouder slachtoffer is geweest van geweld van de andere ouder en daardoor niet in één ruimte durft te zijn of blokkeert in een gezamenlijk gesprek. Of als om een andere reden is te voorzien dat een gezamenlijk gesprek niet productief zal zijn of zelfs schade zal berokkenen aan het kind vanwege de interactie tussen de ouders. Het is aan jou als professional om bij wijze van uitzondering te besluiten om met beide ouders een apart gesprek te voeren. Bij alle oplossingen staat het belang van het kind voorop, maar de werkbaarheid mag ook niet uit het oog worden verloren.
Soms zal het zinvol zijn om twee intakegesprekken te voeren, maar niet alle gesprekken kunnen dubbel worden gevoerd. Een breed overleg met als doel de behandeling/begeleiding van het kind op inhoud te toetsten en bij te stellen kan moeilijk twee keer worden gevoerd. De input van beide ouders is over het algemeen gelijktijdig nodig. Kan dat niet fysiek zoek dan naar een passende oplossing voor de concrete situatie die voorligt. Een mogelijke oplossing kan zijn dat één of beide ouders inbellen, zodat ze niet fysiek aanwezig hoeven te zijn.
Ook de financiering is vaak niet toereikend voor dubbele gesprekken met ouders. Dubbele gesprekken met ouders kunnen dan leiden tot minder behandelcontacten met de jeugdige. Het is van belang om ouders hier op te wijzen en gezamenlijk tot een oplossing te komen. Zo nodig in overleg met de financier.