Uitwerking Model Kwaliteitsstatuut GGZ vergt actie NVO

19-2-2016

Het Kwaliteitsstatuut is een uitwerking van het advies van de commissie Meurs over het regiebehandelaarschap en regelt, vanuit het perspectief van de cliënt, een aanspreekpunt voor de cliënt, inzage en betrokkenheid in de eigen behandeling en verantwoordelijkheidsverdeling tussen eventueel verschillende betrokken professionals. Op 16 februari jl. boden de partijen van het voormalig Bestuurlijk Akkoord het Model Kwaliteitsstatuut GGZ aan.

De NVO was van meet af aan positief over het concept regiebehandelaar en is dat nog steeds. De beroepsvereniging heeft echter ernstige bedenkingen bij de uitwerking die het Model nu krijgt; in gelimiteerde lijstjes zorgprofessionals. Daarmee verdwijnt het denken in (specifieke) doelgroepen en in zorgbehoefte weer uit beeld. Verbijsterend vindt de NVO het dat de orthopedagoog generalist in het geheel niet wordt genoemd, terwijl de commissie Meurs zich expliciet uitsprak over de wenselijkheid van de orthopedagoog generalist als regiebehandelaar. Tenslotte plaatst de NVO kanttekeningen bij de ambitie die het Model en de aanbiedingsbrief uitspreken over ‘omarming’ door o.a. de ‘Kinder- en Jeugd-GGZ’.

Op dinsdag 16 februari jl. presenteerden de partijen van het voormalig Bestuurlijk Akkoord het Model Kwaliteitsstatuut GGZ aan minister Schippers (VWS). Bekijk hier deze brief.
Het Kwaliteitsstatuut geeft uitwerking aan het advies van de commissie Meurs uit mei 2015, dat het regiebehandelaarschap introduceert. De NVO was en is heel positief over het advies van de commissie Meurs en over het concept regiebehandelaarschap. De NVO is ook positief over de uitwerking van dat concept in het Model, dat het perspectief van de cliënt als uitgangspunt neemt en is opgebouwd vanuit de verschillende fases van een behandeling.

Relatie cliënt en zorgvraag uit beeld
Kritisch is de NVO echter over de uitwerking die het Model vervolgens krijgt in gelimiteerde lijstjes zorgprofessionals, onderverdeeld naar Generalistische Basis- en Gespecialiseerde GGZ en naar zelfstandig gevestigden en naar instellingen. Daar verliest het Model de beoogde relatie met (specifieke) cliëntengroepen en specifieke zorgvragen uit het oog.

De specifieke doelgroep van de orthopedagoog generalist (jeugdigen van 18-25 jaar en langdurig beperkten met een ggz-zorgvraag) was juist de aanleiding voor de commissie Meurs om er expliciet voor te pleiten dat de orthopedagoog generalist regiebehandelaar kon zijn. De NVO is er dan ook verbijsterd over dat de orthopedagoog generalist in de hele uitwerking ontbreekt. Dit ondanks het feit dat de minister heeft aangekondigd een voorstel tot wetswijziging in te dienen om de opname van de orthopedagoog generalist mogelijk te maken in de Wet BIG. Vanzelfsprekend kan niemand vooruitlopen op politieke besluitvorming die nog moet komen. De NVO begrijpt echter niet waarom het Model daarnaar niet verwijst.

Verantwoordelijkheid minister
De minister draagt de verantwoordelijkheid voor een stelsel dat adequaat is ingericht voor specifieke doelgroepen. De Tweede Kamer debatteert over ‘verwarde mensen op straat’. Dan kan het bijvoorbeeld gaan over iemand met een verstandelijke beperking, die zo zwaar is overvraagd dat hij afwijkend gedrag gaat vertonen. Precies de doelgroep van de orthopedagoog generalist.

Relatie jeugddomein

Tot slot: de aansluiting 18-/18+ baart de NVO al geruime tijd zorgen. In diverse beleidsreacties hebben we die geuit en we kregen het als beroepsvereniging voor elkaar met bijna alle zorgverzekeraars dat de behandeling, als die voor het 18e jaar is gestart, kan worden afgemaakt na het 18e jaar. Het Model en de aanbiedingsbrief spreken nu over ‘omarming’ van het Kwaliteitsstatuut in o.a. de Kinder- en Jeugd-GGZ. Maar continuïteit van zorg wordt niet geborgd door een Model te introduceren voor (slechts een deel) van de jeugdhulp, waarvan het volgens de NVO de vraag is hoe zich dat verhoudt tot het jeugdstelsel en o.a. het Kwaliteitsregister Jeugd.

Vervolgstappen NVO
Eerste doel van de NVO is nu dat minister Schippers een oplossing vindt voor de continuïteitsvraag die zich voordoet rondom de orthopedagoog generalist. Die kan namelijk in 2016 hoofdbehandelaar zijn en in principe vanaf het moment dat het wetsvoorstel wordt aangenomen regiebehandelaar. Voor de periode daartussen moet iets worden geregeld, anders komt de continuïteit van zorg in gevaar, ook waar die nu wél is geregeld, zoals door de overgangsregeling 18-/18+. De aanbiedingsbrief bij het Kwaliteitsstatuut spreekt over een experimenteerartikel. Zorg van de NVO is dat dit niet van toepassing is op de orthopedagoog generalist, omdat die al aangewezen wás binnen de Generalistische Basis GGZ. Daarnaast achten we een experimenteerartikel niet passend; immers, onafhankelijke onderzoeken spraken zich al uit over de kwaliteit van de orthopedagoog generalist, de commissie Meurs toonde nut en noodzaak aan en de minister besloot eerder al tot een wetsvoorstel om de orthopedagoog generalist op te nemen in de Wet BIG. Daarom verzoeken wij de minister met klem om dit op de een of andere manier en ruim vóór 1 april te regelen, als de inkoop door zorgverzekeraars van start gaat met de publicatie van het inkoopbeleid, zodat e.e.a. nog op tijd wordt vertaald in de beleidsregels van de NZa.

Van belang voor gz-psychologen
Voor onze leden die als gz-psycholoog zijn geregistreerd en die vanaf 2017 zonder meer als regiebehandelaar kunnen functioneren, is van belang dat het Kwaliteitsstatuut, na goedkeuring, naar verwachting vanaf 1 januari 2017 van kracht wordt. Zorgaanbieders moeten daarom de komende tijd een Kwaliteitsstatuut gaan opstellen. Branche- en beroepsverenigingen zullen hieraan ondersteuning geven.  

Via de NVO-website en de NVO-nieuwsbrief houden we u hiervan op de hoogte.

Tot slot
De NVO is geïnformeerd over eerdere conceptversies van het Model en als beroepsvereniging hebben we via een klankbordgroep binnen de federatie P3NL input geven. In november stuurden we onze reactie op de toenmalige versie (november 2015) en onlangs onze reactie op de meest recente versie (januari 2016). Helaas is hiervan onvoldoende teruggekomen in het definitieve Model Kwaliteitsstatuut GGZ dat nu is gepresenteerd aan de minister. Daarom heeft de NVO eind januari, in overleg met andere leden van P3NL, haar standpunt zelf uitgedragen naar het ministerie van VWS die terug verwees naar veldpartijen. Het was dus niet mogelijk om op een andere manier gehoor te geven aan ons standpunt. Daar blijven we ons de komende tijd wel voor inzetten.

Bekijk eerdere NVO gerelateerde berichten


Vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan contact op met Tim de Kroon (Public Affairs medewerker) via t.dekroon@nvo.nl.