Zondag 25 oktober: Verschil moet er zijn

Als het om de BIG, opleiding, registratie en samenwerking in federatief verband gaat kun je van collega’s altijd leren. Ook als je tot de conclusie komt dat eigenlijk alles anders is. Dat ondervonden we woensdagmorgen aan den lijve toen we overlegden met de KNMG. Verder was het een week waarin ik heel veel productie heb geleverd, maar het gaat om stukken die voorlopig nog ‘achter de schermen’ een functie vervullen. Daarover kan ik dus nog maar weinig vertellen.

We bezochten de KNMG vooral omdat we op zoek zijn naar een antwoord op de vraag ‘Als de orthopedagoog generalist straks als artikel 3 in de BIG wordt opgenomen, heeft dat vereniggingsregister dan nog meerwaarde?’ Om maar meteen korte metten te maken: die vraag is nog niet beantwoord en de KNMG zou hem in die zin ook niet kúnnen beantwoorden. De medici kennen namelijk geen verenigingsregister voor de basisarts –een kwalificatie die om en nabij vergelijkbaar is met een artikel 3 ggz-beroep-. De KNMG kent alleen een register van profielkwalificaties. Die hebben bij de medici veel betekenis in ‘het veld’, hoewel de minister ze niet erkent, maar in onze sector zijn ze omstreden. De KNMG vervult een taak die bij ons vergelijkbaar is met die van de FGzPt, maar nou juist weer niet op het niveau van een artikel 3 beroep.

De medici kennen een EVC-procedure; daarmee zijn ook wij volop bezig, zowel binnen de NVO voor de kwalificatie orthopedagoog-generalist als met het NIP en de VGCT voor de kwalificatie gezondheidszorgpsycholoog. Maar ook dit bleek allesbehalve vergelijkbaar; de medici passen EVC toe wanneer specialisten horizontaal willen overstappen naar een ander specialisme. Niet om aan te tonen dat je als professional inmiddels op een hoger niveau van bekwaamheid functioneert.

De medici zijn net als wij binnen P3NL verenigd in een federatief verband. De wetenschappelijke verenigingen die ‘onderliggend’ zijn, zijn gericht op het specialisme,  hebben een lange geschiedenis, zeer veel status bij de beroepsgroep en een dekkingsgraad van bijna 100%. In P3NL zijn juist de ‘algemene’ beroepsverenigingen de relatief grote partners.

En toch, en toch… ook dat zaken zo anders zijn, is heel illustratief. We zijn, dat blijkt maar weer, niet vergelijkbaar me de medici. We zijn een eigen sector die kan leren van anderen, maar niet kan en moet kopiëren. Ondanks de verschillen kunnen we overigens  heel goed samenwerken. Dat bleek toen we spraken over onze reacties op de voorstellen die de Minister van VWS heeft gedaan naar aanleiding van de evaluatie van de wet BIG. Als het gaat over tuchtrecht identificeren we dezelfde positieve ontwikkelingen en dezelfde vraagtekens. Als het gaat om de definitie en reikwijdte van de wet BIG ook. Dat smaakt naar meer!

Tot volgende week,

 

M