Zondag 15 maart

Tot mijn aangename verrassing reageerde u al in één weekend met relatief grote aantallen op onze digitale vragen over aansluiting van de NVO bij de voorgenomen federatie van psychologen, pedagogen en psychotherapeuten. Degenen die reageren staan daar overwegend (zeer) positief tegenover. U hebt nog even, maar in de loop van de week kwamen nog meer reacties binnen. Inmiddels staat de teller op een kleine 500 reacties.

Maar de week bestond natuurlijk ook uit minder strategische vraagstukken. En daarom niet minder belangrijk. Maandag overlegden we met ons bestuurslid ‘studenten & starters’ over hun wens een aparte contributiecategorie voor starters in te voeren. Het bestuur wil starters graag tegemoet komen en hecht natuurlijk veel waarde aan ‘jong bloed’ voor de NVO behouden. Toch zit er meer aan vast. Als NVO hebben we een zeer gedifferentieerd en daarom bewerkelijk contributiesysteem. Eigenlijk streven we naar vereenvoudiging in plaats van naar uitbreiding. We overlegden daarom niet over de principiële, maar over de uitvoeringsvragen. En we denken dat we die toch kunnen opvangen. Daarbij is het aanbod van de studenten/starters om, zeker het eerste jaar, ook zelf de handen uit de mouwen te steken om die uitvoeringslasten te beperken, heel welkom. Daar ben je nou vereniging voor!

Dinsdag was een dag van extern overleg. Eerst met het NIP, de NVP en met de NVGzP. We moeten als beroepsverenigingen samen een bestuurslid benoemen en afvaardigen voor het bestuur van een nieuw orgaan dat de toewijzing van opleidingsplaatsen BIG gaat regelen. Voor wie hier enigszins in thuis is: dit was een taak van het voormalige CONO en wordt nu opgepakt door de brancheverenigingen, de verpleegkundig specialisten en de vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten. En door ons dus. We stelden de criteria vast en in de loop van de week gingen namen rond.

’s Middags togen we, heerlijk op de fiets door een Utrecht dat baadde in de lentezon, naar de federatie van cliënten en patiëntenorganisaties. We concretiseerden intenties om orthopedagogen op Zorgkaart.nl te krijgen. Dat onze beroepsgroep, althans degenen die in de zorg werken, daarvoor in aanmerking komt, leidt geen twijfel. Vraag is vooral hoe we dit praktisch in het vat kunnen gieten.

Woensdag daarentegen was meer intern. Nou ja, wat heet intern? Ook bureauwerk is gericht op ‘extern’. Zo beantwoordden we vragen van het ministerie van VWS over ons verzoek om de OG in de BIG op te nemen. Daarbij gaven we aan dat we oprecht hopen dat de minister nu voldoende informatie heeft en tot een besluit kan komen. We zullen de informatie die we hebben aangeleverd ook in een officiële brief aan de minister zetten. Ook lieten we het bureau dat ons gaat ondersteunen bij de pedagogische beroepenstructuur weten dat we op hoofdlijnen akkoord zijn en dat we in de startblokken staan om dit project daadwerkelijk te gaan starten.

Donderdag was écht intern. De ochtend besteedden we aan sollicitatiegesprekken met de overgebleven kandidaten voor de functie van hoofd bedrijfsvoering. ’s Middags sprak een deel van de medewerkers, onder externe begeleiding, over competenties voor hún functie(groep). We hebben straks als NVO een aantal organisatiebrede en specifieke competenties voor de komende periode vastgelegd, die we van belang achten om als organisatie te doen wat we kunnen, willen en moeten doen.

En vrijdag was voor mij weer helemaal extern. In Amsterdam vond het jaarlijkse schoolpsychologencongres plaats. Zoals ik in de nieuwsbrief zei: ongeveer de helft van onze leden werkt in het onderwijs. Niet verwonderlijk dus dat pedagogen en orthopedagogen-generalist in grote getale vertegenwoordigd waren. Een leuke, inspirerende dag!

Tot volgende week!

M