Zomertijd, OG in de BIG en bekostiging rapportages vluchtelingenkinderen

Zondag 16 juli. Zomer. Ons bureau is meer dan gehalveerd. De versnelling gaat een tandje lager, ook voor bestuursleden en medewerkers van het bureau die (nog) doorwerken. Tijd voor ‘klussen’ die nog moesten gebeuren. Tijd om na te denken. En soms, tegen beter weten in, te proberen om in deze vakantietijd tóch nog even de ene afspraak te maken. In dit geval een afspraak om met VWS te praten over bekostiging van pedagogische rapportages voor vluchtelingenkinderen. Misschien lukt het nog. Ondanks de zomerperiode dachten bestuur en onze vier hoofdopleiders actief mee met de lijn die we volgen als het gaat om OG in de BIG.

Maandag kwam de projectgroep vluchtelingenkinderen bij elkaar. In september organiseren we de ‘terugkomdag’’ voor alle poolleden, zo’n tachtig inmiddels, om ervaringen te delen en bij te scholen. De Kinderombudsman verzocht, in het verlengde van het rapport Geen thuis zonder Nederlands paspoort, de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om ervoor te zorgen dat de belangen en de situatie van kinderen en jongvolwassenen apart en expliciet worden betrokken bij de beslissing op naturalisatieverzoeken en te verzekeren dat de belangen van kinderen en jongvolwassenen hierbij een eerste overweging vormen. De pedagogen en psychologen in onze pool werken daaraan al mee. Vrijwillig. Dat is prachtig, maar bekostiging zou de continuïteit van de pool nog beter borgen. Los van het feit dat we het terecht vinden dat dit soort werk wordt bekostigd. We hebben hierover al contact met VWS en willen de ins en outs graag nog verder toelichten. Vandaar die afspraak.

Onze inhoudelijke argumentatie om de orthopedagoog generalist als basisberoep op te nemen in de Wet BIG is al ruim een half jaar úitgekristalliseerd. We zetten die uitgebreid op papier voor het College van de FGZPt, dat, op ons eigen verzoek, hierover de minister van VWS adviseert. In een meer populaire vorm kunt u die lijn ook lezen in het artikel dat dit voorjaar werd gepubliceerd in het tijdschrift GZ-psychologie. Nu er een ambtelijke preconsultatie plaats vindt, leek het ons toch wijs om die lijn opnieuw aan ons bestuur en onze hoofdopleiders voor te leggen. Kern is dat de orthopedagoog generalist een expert is als het gaat om mensen die zich in een pedagogische afhankelijkheidsrelatie bevinden en die zodanig last hebben van een beperking dat die een bedreiging vormt voor optimale ontwikkeling en (uiteindelijk) participatie. De orthopedagoog generalist diagnosticeert en intervenieert met behandeling, begeleiding of anderszins. De opleiding tot orthopedagoog generalist, die op vier plaatsen in Nederland wordt verzorgd, kent wat betreft het theoretisch deel, vanzelfsprekend, enig overlap met aanpalende beroepen. Dat is bij andere beroepen ook het geval. Maar de competenties en kenmerkende beroepssituaties, die het beroepscompetentieprofiel vastlegt, verschillen wezenlijk van die andere beroepen. En dat geldt ook voor veel praktijkopleidingsplaatsen. Dat neemt niet weg dat wij als NVO open staan voor suggesties van werkgevers, cliënten en andere beroepsgroepen. De opleidingen moeten actueel én onderscheidend zijn.

Verder was het deze week tijd om het jaarplan 2018 in de steigers te zetten, artikelen te maken voor De Pedagoog n andere magazines en om afspraken te maken met ‘nieuwkomers’ in ons pand aan de Catharijnesingel: de nieuwe directeur-bestuurder van NJI en de directeur van het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie. Samen kunnen we verder bouwen aan mijn stip op de horizon: het Huis van de Jeugd.

Tot volgende week,

M