Waarom cliënten geen matrix willen invullen

 

Zondag 14 oktober. Stapeling van toezicht in de jeugdhulp en het risico dat dat met zich meebrengt voor professionals én voor werkgevers. En vooral: wat kunnen we eraan doen? Cliënten willen niet in hokjes worden geplaatst; daarom kostte het de grootste moeite hen een matrix te laten invullen. Maar het helpt wel, dat denken vanuit het perspectief van de cliënt. Ook voor beroepsverenigingen die 'verankerd zijn' in hun denken is het heilzaam. En de basisorthopedagogendag: what’s in a name?

Adri van Montfoort is een queeste begonnen: stop de stapeling van toezicht in de jeugdhulp. Professionals lopen zo veel risico om van links, rechts of overdwars op hun handelen te worden afgerekend, dat zij zich ofwel niet meer durven verroeren ofwel de jeugdhulp verlaten. En dát is dan weer een groot risico voor werkgevers en natuurlijk ook voor cliënten. In mijn weekbericht besteedde ik er, naar aanleiding van een overleg met hem, al eerder aandacht aan. Woensdag organiseerde Jeugdzorg Nederland er een bijeenkomst over, waar veel bestuurders van jeugdhulpinstellingen bij aanwezig waren. Ook wij als beroepsvereniging waren aanwezig. Met onze beroepscode en ons tuchtrecht zijn wij immers één van de actoren die die toezichtlast veroorzaken. Wat kun je er aan doen? Samen creatief denken helpt: werkgevers kunnen hun medewerkers nog veel beter steunen en ook administratief ontlasten bij een klacht of tuchtzaak, we kunnen en moeten nog veel meer inzetten op het voorkomen van klachten, we kunnen bijeenkomsten als deze in de regio, met ook gemeentes erbij, organiseren en last but not least: misschien is het denkbaar een ethische commissie in te richten die beoordeelt of de klacht in aanmerking komt voor behandeling en vervolgens voorlegt aan één van de vele commissies of colleges. Dat laatste dan natuurlijk zó dat de doorlooptijd van behandeling niet langer wordt.

Donderdag organiseerde P3NL een bijeenkomst over en voor ons project beroepenstructuur. Als vier opdrachtgevers (NIP, NVO, NVP en NVgZp) hebben we inmiddels enige ervaring met systematisch denken vanuit de zorgvraag van de cliënt in onderwijs, jeugdhulp, ggz en gehandicaptenzorg. Vanuit dat perspectief maken we de reikwijdte van de vraag helder (de domeinen, dus, maar ook de zwaarte van hulp, de aantallen waarom het gaat en specifieke zorgvragen zoals verslavingszorg en arbeidsvraagstukken). De eerste bevindingen die uit focusgroepen van cliënten naar voren komen bevestigen dat we er nog lang niet zijn als hulpverleners; noch in duidelijk maken wie wat doet, noch in het volwaardig betrekken van de cliënt. Cliënten willen niet in hokjes worden geplaatst; o.a. daarom kostte het de onderzoekers die dit voor ons doen de grootste moeite om hen een matrix te laten invullen. Mooi om te zien dat de ambitie om vanuit de cliënt denken ook een grotere groep kan verbinden dan alleen onze stuurgroep. Maar wat is het moeilijk om concreet te maken wat onze professionals doen. Pedagogen passen opvoedingsstrategieën toe op bijvoorbeeld mensen met een ernstige beperking en bewerkstelligen zo opmerkelijke resultaten met mensen die voorheen gewelddadig, zelfs moordzuchtig waren. Leg dat maar eens uit aan een primair ggz-georiënteerd gezelschap. Mooi ook om ondanks dat te horen dat ook hier het denken overgaat van ‘Wie mág wat?’ naar ‘Wie kán wat?’.

Op de basisorthopedagogendag vrijdag mocht ik de aftrap geven. Dat vond ik leuk, want ik kon de zaal met een kleine 200 aanwezigen een beeld uit hun eigen gelederen terug geven. Een basisorthopedagoog die zich onlangs bij ons bureau meldde en van het begin tot het eind sprankelde. Nog best jong, maar elf mensen in dienst, een contract met alle gemeenten in haar regio, een oplossing had voor de administratieve lasten en eerst en vooral dicht bij de inhoud van haar vak bleef. Binnenkort maken we de pilotbijeenkomst bekend, waarin zij haar kennis en inzichten gaat delen. Xavier Moonen lichtte te historie van de naam ‘basisorthopedagoog’ toe. Met de kennis en het inzicht van nu hadden we niet meer voor die naam gekozen; die doet te weinig recht aan de kennis en vaardigheid van deze categorie professionals. En verder kan ik uit eigen ervaring vertellen dat er prachtige workshops waren; ik volgde die over kindermishandeling en over (de kinderwens van) ouders met een verstandelijke beperking. Waarvan overigens een derde van de betreffende ouders het goed doet. Vanwege hun netwerk en omdat ze hulp durven vragen. Armoede blijkt een grotere risicofactor te zijn voor ouderschap dan een verstandelijke beperking.

Positief gestemd door dit soort boodschappen ging ik een extreem zomers oktoberweekend in.

Tot volgende week,

M