Waardevolle confrontaties met de praktijk: jeugdhulp en onderwijs

Zondag 9 juni. Waardevolle confrontaties met de praktijk: bij de coaching van een ambassadeur jeugdhulp, bij de Geschillencommissie Passend onderwijs en in zekere zin ook bij ons ‘brandalarm’ over het Kwaliteitsstatuut ggz. Daarnaast vergt het overzien en ‘inregelen’ van alle consequenties als de Tweede Kamer besluit tot opname van de OG in de BIG behoorlijk intensief denkwerk en schakelen met alle mogelijke betrokkenen.

Deze week ontmoette ik haar weer, ‘mijn’ coachee, één van de ambassadeurs Jeugdhulp. Vorige keer vertelde zij mij over de caseload waarmee, ook net aantredende, jeugd- en gezinswerkers worden belast. Dit keer ging het over de vraag of het geld die de Rijksoverheid ter beschikking stelt daadwerkelijk bij zorgaanbieders en professionals terecht komt, over het voortdurende verlies aan expertise omdat er net zo veel professionals vertrekken als er worden aangenomen en over schrijnende casuïstiek waarvoor de jeugd-ggz geen oplossing weet en de enige oplossing residentiële jeugdhulp is. Intussen organiseert ‘mijn’ coachee werkbezoeken voor drie wethouders in haar regio, schrijft zij op LinkdIn berichten aan de minister, heeft zij het Vertelpunt Jeugdhulp getest vóórdat het operationeel werd en is zij moderator op de schrapdag administratieve lasten van komende woensdag. Het enige is dat zij nu wel erg weinig tijd overhoudt voor haar eigen caseload. Je zou zeggen: wie coacht wie hier eigenlijk? De volgende keer ga ik dan ook maar naar haar toe šŸ˜Š.

Bij de Geschillencommissie Passend onderwijs, waar ik overigens op persoonlijke titel in zit en niet vanuit de NVO,  gaat het altijd om nóg meer concrete casuïstiek. Deze keer om een jongen van zestien, die voor de tweede keer dreigt te doubleren op het vmbo-t, daarom niet naar het examenjaar kan en waarvan de school adviseert om over te stappen naar het mbo. Moeder en zoon zelf willen veel liever dat hij het vmbo afmaakt. Er is sprake van (enig) middelengebruik en van een langdurige ziekte. In formeel opzicht is het handelen van de school, als je naar de letter van de wet kijkt, voor verbetering vatbaar. Toch waren we het er na de hoorzitting als commissie snel over eens dat de school heel goed naar deze leerling heeft gekeken. De uitspraak volgt nog, dus daarover kan en wil ik in dit weekbericht niets zeggen.

Dinsdag kwam ons bestuur bij elkaar en hakte een aantal knopen door die betrekking hebben op de consequenties van opname van de OG in de Wet BIG. We stuiten als NVO op heel praktische vragen van leden en op heel bestuurlijke vragen die betrekking hebben op de rol van de beroepsgroep bij regelgeving en toezicht. En dan heb ik het nog niet over de rollen en taken van zo goed als al onze interne commissies die gaan veranderen en verschuiven. Ook hier kan en wil ik in dit weekbericht niet meer in detail treden; het gaat om zaken waarover ook onze ledenraad zich nog moet uitspreken en die ook samenhangen van wat kán in wet- en regelgeving. Wel ben ik zo af en toe blij dat ik ooit in mijn loopbaan in het middelbaar beroepsonderwijs, bij de Inspectie van het onderwijs en bij het ministerie van OCW heb gewerkt. Ondanks al die ervaring is het nog heel intensief werken om, samen met allerlei betrokkenen, een goede denk- en handelswijze uit te zetten.

Partijen in de ggz besloten maandag dat een onafhankelijk deskundige de governance van het kwaliteitsstatuut onder de loep gaat nemen. Daar ben ik blij mee, want die lijkt behoorlijk te rammelen en dat kan natuurlijk niet voor zoiets belangrijks. Tegelijkertijd zou het desastreus zijn als dat betekent dat we het proces nóg langer ‘on hold’ zetten. Ook daarover uitte ons bestuur zich dinsdag in een verbijstering waar bijna geen woorden voor bestaan: hoe is het mogelijk dat het in het najaar van 2018 bleek dat partijen de hele toetredingsprocedure niet hadden geoperationaliseerd, dat nú blijkt dat de governance vragen oproept en als dat niét zou zo zijn, dat er dan nog een bijna ondenkbare doorlooptijd mee gemoeid is voordat beroepsgroepen die specifieke expertise hebben kunnen worden ingezet als regiebehandelaar? Enig lichtpuntje is dat we niet de enige zijn die herover zo denken.

Tot volgende week

M