Vechtscheidingen, beroepengebouw en 24 uur Jeugd

Zondag 25 maart. Op initiatief en uitnodiging van VWS zetten zo’n 75 betrokkenen in een intensief traject een actieprogramma Jeugd in de steigers. 24 uur lang (nou, toegegeven, we hebben gedurende die 24 uur wel geslapen en gegeten) ging het over betere hulp aan jeugdigen, hun gezinnen en andere opvoeders. En, in mijn geval, over vakmanschap. Ben heel benieuwd naar het vervolg. Het beroepengebouw. Ik sprak er in dit weekbericht en ook in andere communicatiekanalen al eerder over. Dat wat lange tijd onbespreekbaar en voor sommigen ook onaantastbaar was, gaan we samen oppakken. ‘We’, dat zijn de NVO, de NVGzP, het NIP en de NVP. Onder ‘hoede’ van P3NL. Het allereerste piketpaaltje van dit project, dat een complex en meerjarig project zal zijn en dat in alle opzichten investering vergt van in ieder geval de direct betrokken actoren, werd dinsdagavond geslagen. Vechtscheidingen. Als het echt uit de hand loopt en partijen voor de rechtbank belanden, hebben de kinderen recht op een bijzonder curator. Gedragswetenschappers kunnen hier toegevoegde waarde hebben, Mits. Mits zij  formeel in aanmerking komen voor deze functie. Mits bekostiging reëel is. Mits er meer duidelijkheid is over rollen en verantwoordelijkheden. Die ‘mitsen’ vergen een goede probleemanalyse en een actieplan. Daar gaan we mee aan de slag,

24 uur voor Jeugdhulp. Komen er meer kinderen en jongeren in jeugdhulp dan een paar jaar geleden? Staan zij inmiddels langer op een wachtlijst dan toen? Staan jongeren en hun gezinnen echt wel zo centraal als we met z’n allen zeggen en willen? Daarover ging het in deze bijzondere 24-uursconferentie. In een ‘vast’ groepje, waarin vakmanschap was wat ons bond, zetten we lijnen uit voor dat vakmanschap en rouleerden we vervolgens langs andere thema’s, zoals het stoppen van isolatie, de grens tussen 18- en 18+ en samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs. Als hoofdlijnen van vakmanschap formuleerden we uitgaan van de vraag van jongeren en hun gezinnen, náást de jongere en het gezin staan, mét in plaats van vóór hen beslissen en het zoeken van samenwerking als de hulpvraag dat vereist. Wat mij nog puzzelt is nog  of en hoe we ‘doelgerichtheid’ en ‘effectiviteit’ daarin kunnen inbouwen. Immers, samen doen wat werkt is niet voor niets bedacht en dat geldt ook voor de al langer bestaande handelingsgerichte diagnostiek.

Het beroepengebouw. O.a. en misschien wel juist vanwege de beoogde opname van de Orthopedagoog-Generalist in de Wet BIG weer volop een item. Wat we willen is een beroepengebouw dat duurzaam inspeelt op (toekomstige) zorgvragen van cliënten en hun omgeving, in de volle breedte van de ggz, de langdurige zorg en de jeugdhulp en dat in ieder geval voor verwijzers, collega-beroepsbeoefenaren en werkgevers helder is. Niet zozeer voor cliënten. Tekenend daarvoor was een uitspraak van een vertegenwoordiger van een cliëntenorganisatie, op een bijeenkomst een paar weken geleden: ‘Beroepengebouw? Daar weet ik niets van. Ik wil gewoon goede zorg.’ Hoe we die toekomstige zorgvraag gaan analyseren? Daarvan heb ik nog geen idee. Waar we uitkomen? Nog minder een idee. Maar winst is dat de beroepsverenigingen samen vinden dat zij, dus wij, aan zet zijn en dat we onze schouders en samen onder willen zetten.

Kinderen wiens ouders voor de rechtbank belanden omdat hun ouders in een vechtscheiding zijn verwikkeld hebben recht op ondersteuning. De rechter wijst voor hen een bijzonder curator aan. Meestal een advocaat, maar een gedragswetenschapper heeft hier zeker zo veel te bieden. Alleen, die moet natuurlijk wel aan bepaalde eisen voldoen wil die in aanmerking komen én worden vergoed. In theorie is dat geregeld met een nieuw stichting, die normeert en beoordeelt. Het wachten is alleen op effectuering daarvan. Uitoefening van het bijzonder curatorschap vergt kennis van opvoeding en beschermende en belemmerende factoren daarin, maar ook van de rechtsgang. Uitoefening van de functie kan inefficiënt en tijdrovend zijn, vanwege de logistiek van zittingen en procedures. En als een zaak wordt opgeschort, soms maandenlang, blijft de bijzonder curator verantwoordelijk voor de betreffende kinderen. Dat heeft beroepsethische kanten, maar ook bekostigingsvraagstukken. Daarover spraken wij dinsdag met NVO- en NIP-leden. De conclusie was: laten we eerst samen in kaart brengen wat er zoal speelt en dan bepalen wat we daaraan in verenigingsverband gaan doen. Ter wille, uiteindelijk, van kinderen in de knel.

Intussen eindigt de reactietermijn voor kandidaten voor de ledenraad. U hoort er komende week hoe dan ook meer over.

Tot volgende week,

 

M