Twee keer zorg en dwang, accreditatie in de toekomst en privacy in het onderwijs

Zondag 28 mei. Het wetsvoorstel Zorg en Dwang is al sinds ik bij de NVO werk, nu ruim vijf jaar, in discussie bij professionals en politiek. Het ligt nu bij de Eerste Kamer, maar eerst moet er nog een maatregel(AMvB) worden uitgewerkt voor zorg en dwang bij gehandicapten die buiten een instelling wonen. Deze week overlegden we daarover met VWS en, meer algemeen, met de vereniging voor gehandicaptenzorg (VGN). Mèt de VGN vindt de NVO het zorgelijk dat orthopedagogen (-generalist) niet vanzelfsprekend worden genoemd als het gaat over het nemen van maatregelen en regie op de uitvoering daarvan. Gelukkig vonden we bij VWS gehoor voor dat standpunt. Het bestuur voerde het jaarlijkse gesprek met de commissie accreditatie. Dat overleg ging vooral over de vraag hoe we in de toekomst met minder uitvoeringslasten  het geaccrediteerde cursusaanbod breed en actueel kunnen houden. Met het NIP en Kennisnet bereidden we de bijeenkomst voor over privacy in het onderwijs, die volgende week plaats vindt.

We zijn het er roerend over eens dat we ‘dwang’ in de gehandicaptenzorg, als het even kan, moeten voorkomen. Vaak kunnen pedagogen juist veel bereiken op andere manieren, door de cliënt en/of zijn dagelijkse begeleiders en opvoeders te helpen op een andere met hun situatie om te gaan. Het artikel dat vorige maand in het tijdschrift GZ-Psychologie verscheen, Illustreert dat. Daarin wordt een situatie beschreven van een thuiswonende gehandicapte, die zichzelf beschadigde en daarom werd vastgebonden. Door de omgeving zo te veranderen dat die recht deed aan het eigenlijke (heel lage) ontwikkelingsniveau van de cliënt, verdween diens behoefte aan zelfbeschadiging en was geen dwangmaatregel meer nodig. Juist als het gaat om zulke ambulante zorg is er soms helemaal geen geneesheer-directeur. En dat hoeft ook niet, want dit soort maatregelen zijn van een heel andere aard dan medisch ingrijpen. Voer voor pedagogen. En zelfs als het wel gaat om medische dwangmaatregelen, zoals gedwongen medicijngebruik of sondevoeding zijn de aanvullende competenties van pedagogen heel wenselijk om de cliënt en zijn omgeving te leren omgaan met die medische maatregelen. Of, als dat even kan, te zorgen dat ze niet meer nodig zijn. Over dit soort zaken gaat het bij de AMvB die de VWS nu ontwikkelt. We waarderen het trouwens erg dat VWS ons als NVO betrekt bij deze regelgeving. En we troffen zoveel belangstelling dat er waarschijnlijk een werkbezoek van VWS aan leden die in deze sector werken, uit voort vloeit. Een goed overleg dus. Wel vragen we ons als NVO af hoe gedetailleerd regelgeving als deze moet zijn. Een dilemma is dat als maatregelen er niet worden genoemd, ze niet mogen worden toegepast. Daarmee ontstaat een noodzaak tot een limitatieve opsomming, die we eigenlijk ongewenst vinden.

Bij de VNG spraken we over precies hetzelfde vraagstuk: de wenselijkheid om de  inzet van andere professionals dan de geneesheer directeur open te houden. Misschien kunnen we elkaar daarin extern de komende weken versterken.

De commissie accreditatie accrediteert jaarlijks een steeds groter aanbod cursorisch onderwijs, dat onze leden kunnen volgen voor hun (her)registratie. Afgelopen jaar ruim 600 cursussen, congressen en studiedagen. De commissie evalueert dit jaar de gang van zaken. In dat kader buigt zij zich bijvoorbeeld over de vraag of ook aanbod van hbo-plus-niveau deels in aanmerking zou moeten komen voor herregistratie, over de vraag of voor accreditatie van kortdurend aanbod, zoals studiedagen, een eenvoudiger procedure zou moeten zijn en of de drempel laag genoeg houden voor kleinere aanbieders, die wat minder bedreven zijn in het aanvragen van accreditatie of die minder te besteden hebben. We willen immers een zo breed mogelijk aanbod, dus juist ook dat van kleinere aanbieders. Ook dit overleg tussen bestuur en commissie was een goed en informatief overleg.

Tijdens de regionale bijeenkomsten over de beroepscode merken we dat onze leden nogal eens aanlopen tegen de manier waarop scholen met privacy omgaan. We inventariseerde daarom een jaar geleden welke zaken u het meest zorgen baren. Dat zijn o.a. het feit dat dossiers van leerlingen vaak toegankelijk zijn voor medewerkers die dat niet zouden mogen zijn en de manier waarop informatie wordt gedeeld.