Tegen de wet twee maanden thuis zitten: Pedagoog, waar was je?

Zondag 14 april. Complexe psychische problematiek bij kinderen en jeugdigen past in geen enkel stelsel, lijkt de conclusie van het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer van afgelopen maandag. Maar passend of niet, we moeten er iets mee. Is registratie ‘van nul tot honderd’ het antwoord op de vraag van professionals in wijkteams en bij organisaties die niet alleen gericht zijn op jeugd? En opnieuw: Pedagoog, waar ben je?, in een casus van de Geschillencommissie passend onderwijs.

Degenen die dit weekbericht met enige regelmaat lezen, is het vast opgevallen: landen in Nederland ging mij met horten en stoten af. Ik had net de draad van dit weekbericht weer opgepakt of een venijnige bacterie greep me bij de lurven. Daarna vroegen een paar minder leuke gebeurtenissen in de privésfeer mijn aandacht. En dit weekbericht werd de dupe. Dat wil allesbehalve zeggen dat er niets gebeurde, de achterliggende weken. Naast wat u las in onze nieuwsbrief, bezinnen we ons met deskundigen op het vraagstuk van wilsonbekwaamheid, stuiten we op de vraag, ook naar aanleiding van een werkbezoek bij een orthopedagogisch behandelcentrum LVB, waar de grens ligt tussen grenzen stellen in het kader van opvoeding en vrijheidsbeperking – en de administratieve lasten die het gevolg zijn van het rangschikken onder ‘vrijheidsbeperking’. Dagelijks, echt dagelijks, werken we intensief, met de hoofdopleiders OG en VWS, aan het Opleidingsbesluit OG.

Deze week werd de kop afgebeten door een rondetafelgesprek dat de Tweede Kamer had georganiseerd. Kinderen en jeugdigen met relatief langdurige psychische (en vaak ook andere) problemen krijgen nu vaak niet de zorg die ze nodig hebben. Ze belanden in de gesloten jeugdhulp waar ze niet op hun plek zijn of hun ouders moeten een voortdurende strijd leveren met de gemeente om meer langdurige zorg voor elkaar te krijgen. Moeten ze dan toegang krijgen tot de langdurige zorg? Ja, mits…. Of: nee, tenzij. Ja, mits die langdurige zorg niet een nieuwe uitlaatklep wordt voor de jeugdhulp en ‘normaliseren’ als en wanneer dat kan niet in de weg staat. Nee, tenzij de gemeentes er niet in slagen ook een passend antwoord te vinden voor deze categorie en hun ouders. En let wel, de gemeentes zullen dat niet kunnen zonder (geoormerkte) aanvullende financiering, want deze intensieve 24-uurszorg is kostbaar.

Maandagavond bogen we ons als beroepsverenigingen, samen met de Raad van Advies van SKJ, over de vraag of registratie van 0-100 een antwoord kan zijn. Het gaat om het volgende: professionals die werken in wijkteams die op een bredere doelgroep zijn gericht dan alleen jeugd, slagen er soms niet in de norm van het aantal werkervaringsuren op het gebied van jeugd te maken. Hetzelfde geldt voor professionals die bij Veilig Thuis werken, ook een organisatie die zich op een bredere doelgroep richt. Zou het een oplossing zijn om van SKJ een register te maken voor het hele sociaal domein? Nou, daar hebben we met z’n allen vraagtekens bij: binnen de Jeugdhulp is nog zo’n slag te maken, door werkgevers én professionals. Daar komt bij dat werken met jeugd (en hun ouders) een vak apart is. Daar zou je met registratie op moeten inspelen. Daar staat tegenover dat professionals, werkgevers en cliënten een wirwar aan registers ervaren en door de bomen het bos niet meer zien. De ledenraad van de NVO pleit al langer voor vereenvoudiging en een mogelijkheid dat inschrijving in het NVO-register één-op-één wordt overgenomen door SKJ. De beroepsverenigingen voelen zich dan ook verantwoordelijk voor dit vraagstuk en beraden zich op mogelijke scenario’s.

De draad weer oppakken betekent ook, op persoonlijke titel, deelnemen aan een hoorzitting van de Geschillencommissie passend onderwijs. Dinsdag behandelden we weer een casus. ‘Het was er weer zoéén…’, zeggen we la understatement onder elkaar. Een jochie in groep zeven, eerst twee, toen vijf dagen geschorst en nu al weer twee maanden thuis op grond van een voorgenomen verwijdering. Dat laatste is in het primair onderwijs tegen de wet. Zeker was met deze jongen iets aan de hand, maar het was ook een jaar goed gegaan op deze school. Het kán dus wel. De school had vanaf begin januari enkele maatregelen genomen, waar de jongen in totaal precies een week van had kunnen profiteren. Onderzoek naar zijn ondersteuningsbehoefte was niet gedaan; voordat dat via een instelling van jeugd-ggz had kunnen starten, was de voorgenomen verwijdering al van kracht. Zonder enige onderbouwing vraagt de school een plaatsing bij het speciaal onderwijs aan. Gelukkig tekenen zijn ouders, die overigens ook volledig de weg kwijt zijn in alle procedures, protest aan. We voelden ons deze keer als commissie geroepen een ‘dictum’ uit te brengen: direct laten weten wat het oordeel is, in de hoop dat dat partijen ertoe aanzet samen tot een betere oplossing te komen. Bij deze school en in dit samenwerkingsverband werken orthopedagogen. In deze casus is hun rol volstrekt onduidelijk . Hoewel de klacht niet op hen gericht is en ik daar niet ‘in hoedanigheid’ oordeel, lijkt mij dat verwijtbaar.

Tot volgende week,

M