Steigers, een veldnorm Jeugdhulp en enquête SKJ

Zondag 24 september. Het was een week van ‘steigers’, van randvoorwaarden creëren om zaken beter op te pakken en neer te zetten. Zo presenteerden drie communicatiebureaus hun ideeën voor een campagne om onze ‘pedagogische identiteit’ beter over het voetlicht te brengen, voerden we op het bureau gesprekken met kandidaten voor een junior beleidsmedewerker en selecteerden we een begeleider voor de eerste stap naar een strategisch (meerjaren) beleidsplan: een heidag met het bestuur. Extern spraken we met collega-beroepsverenigingen over een kwaliteitskader Jeugd.

In het Jeugddomein werken veel verschillende professionals. Zo veel dat het voor gemeenten en cliënten lang niet altijd duidelijk is welke professional welke specifieke expertise heeft. We denken dat het gebrek aan zicht daarop ertoe leidt dat kinderen, jongeren en hun ouders soms te laat de hulp krijgen die ze nodig hebben. We pleiten er daarom als NVO al jaren  voor dat juist bij de intake, noem het ‘loket’, noem het ‘triage’, hoogwaardige expertise beschikbaar is; experts die goed kunnen inschatten welke hulp in deze specifieke situatie nodig is. We zien op dit moment ook dat zorgaanbieders, instellingen of professionals, zich tegen elkaar laten uitspelen. Dat kan ertoe leiden dat er tarieven worden gehanteerd, waarvoor eigenlijk geen hoogwaardige hulp kan worden ingeschakeld. De vraag is nu of en hoe we als veld daarvoor samen een norm kunnen ontwikkelen. Er zijn partijen die ervoor pleiten daarvoor het Kwaliteitsstatuut dat in de ggz is ingevoerd, als uitgangspunt te nemen. Als NVO betwijfelen we ten zeerste of dat een gewenst instrument is in het jeugddomein, o.a. omdat dat statuut feitelijk niet de cliënt centraal stelt (wat overigens wel de bedoeling was), maar een gelimiteerd lijstje BIG-geregistreerde beroepsgroepen. Maar als het voor ons als beroepsverenigingen al een worsteling is om te bepalen voor welke handelingen welke expertise noodzakelijk is, dan is dat natuurlijk zeker voor gemeenten en cliënten te veel gevraagd. Als we een norm ontwikkelen, zullen daarin in ieder geval het kind en zijn ouders of opvoeders centraal moeten staan. Een optie is ook nog om de uitwerking meer regionaal vorm te geven; dat sluit aan bij het stelsel en bij andere maatregelen, zoals regionale expertteams, die staatssecretaris Van Rijn onlangs introduceerde. Puzzelen is het en puzzelen wordt het.

Verder was er deze week een terugkomdag voor onze pool die rapportages opstelt vanuit het belang van uitgeprocedeerde vluchtelingenkinderen. En stonden we versteld van het aantal reacties dat een enquête onder SKJ-geregistreerden in één middag opleverde. We zijn heel nieuwsgierig naar de inhoud van die reacties. Maar die analyse hebben we nog niet.

Tot volgende week,

M