Ruimte voor de professional in de Jeugdhulp

Zondag 27 mei. Jeugdhulp, beroepengebouw en de bijzonder curator, daar ging het over, deze week. Op verschillende momenten spraken we afgelopen week over meer ruimte voor de professional in de jeugdhulp. Met FBZ, de vakbond voor de zorg, verkenden we de optie om, zoals dat in de ggz al sinds jaar en dag systematisch gebeurt, onderzoek te doen naar de komende behoefte aan professionals in de jeugdhulp en de langdurige zorg. Op diverse plekken spraken we over het ‘beroepengebouw’, o.a. met VWS. En we doken de diepte in over het bijzonder curatorschap.

Een mooi initiatief van de gemeente Utrecht en de VNG: inventariseren wat de professional belemmert in zijn ruimte en ontwikkeling van een handzaam instrument voor gemeenten om die ruimte te bevorderen. Met, uiteraard, het in acht nemen van ieders rol en verantwoordelijkheid. Dinsdag waren wij als NVO aan de beurt om daarvoor input te geven. Heel benieuwd wat er uit gaat komen. Een dag later kregen we het in een regulier bestuurlijk overleg met FBZ min of meer toevallig over de personeelsontwikkeling in de jeugdhulp. Een hoog verloop, een hoog ziekteverzuim, zelfstandig gevestigden die niet meer in de jeugdhulp willen werken en wachtlijsten. Dat klinkt zorgelijk en dat is het ook. Maar er is dus ook een arbeidsmarktbehoefte en een incentive om iets aan personeelsbeleid te doen. Cijfers hebben we nodig over die behoefte! Samen zouden we die als NVO, NIP en FBZ kunnen ontwikkelen. Zouden we moeten doen! Tenslotte was er deze week een ‘reünietje’ bij VWS van de groep die zich binnen het nieuwe programma Zorg voor de Jeugd over de lijn ‘professionalisering’ heeft gebogen. Wij beschouwen onszelf als een informeel gezelschap dat input kan leveren voor meer formele overleggen. Of we dat ook kunnen en zullen doen? De tijd zal het leren.

Het beroepengebouw: zeker in de ggz vindt iedereen er iets van. Meningen over het toekomstige beroepengebouw beïnvloedden de internetconsultatie over het wetsvoorstel dat o.a. voorstelt de OG op te nemen in de Wet BIG. Maar met z’n allen laten we de ggz-invalshoek domineren, terwijl ook in de domeinen jeugdhulp en langdurige zorg sprake is van wet- en regelgeving die refereert aan BIG-registratie. We verschuiven ‘blokjes’ als het gaat om dat beroepengebouw en denken dan dat de cliënt het beter zal begrijpen. Met de cliënt wordt niet of nauwelijks gesproken. Het is ook maar de vraag of die geïnteresseerd is in een beroepengebouw. Hem gaat het ‘gewoon’ om goede zorg. En dát willen wij -NIP, NVO, NVP en NVgZP- nou juist uitgangspunt maken. Het blokkenschema parkeren we even. Daarvoor ontwikkelden we samen een projectvoorstel, dat deze weken wordt voorgelegd aan onze besturen. P3NL ondersteunt en faciliteert. En VWS wilde graag worden bijgepraat. Dat deden we natuurlijk graag. Want we hebben VWS hierbij nodig. Het is heel belangrijk dat VWS dit project inhoudelijk steunt, met ons meedenkt, ons achtergrondinformatie geeft en ons faciliteert.

Uit elkaar gaan als partner is een privéaangelegenheid. Opvoeden ook. Tenzij. Tenzij het belang van het kind in het geding is. Tenzij ouders zelf hun geschil aan de rechter voorleggen. Dat laatste zou je willen voorkomen. Maar áls het eenmaal zo ver is, dán kan de rechter een bijzonder curator benoemen. En dat kán ook een gedragswetenschapper zijn. Dat juichen we toe; het is erkenning van onze expertise en kinderen en ouders zijn er, als het goed is, mee gebaat. Maar er zijn nog wel wat knelpunten te tackelen. Die knelpunten brachten we samen met een aantal van onze leden, die dit werk doen, in kaart. Niet om te problematiseren, maar juist om op de juiste punten op de juiste manier actie te gaan ondernemen. Eén van de eerste actiepunten is contact zoeken met de stichting die kwaliteits- en exameneisen opstelt en borgt. Ook een aandachtspunt is rapportage; die moet voldoen aan de normen van de beroepsgroep, maar natuurlijk ook werkbaar zijn voor de rechterlijke macht. En, net als bij rapportages die we voor vluchtelingenkinderen maken: er zijn specifieke beroepsethische vragen. En natuurlijk is er ook de bekostiging. Kortom: werk aan de winkel.

Volgende week verder,

M