Professionals hun rol laten pakken, ouders betrekken bij cerebrale parese en collegialiteit

Zondag 15 april. Met de Raad voor de Kinderbescherming spraken we afgelopen week over professionalisering van pedagogen. Met het Rijnlands Revalidatiecentrum over het belang van een gedragswetenschappelijke invalshoek in richtlijnen voor het omgaan met beperkingen als cerebrale parese. En we dachten mee met de vereniging van linguïsten, die op zoek is naar een professionaliseringssysteem zoals de NVO dat kent.

Al weer weken geleden nam de Raad voor de Kinderbescherming contact met ons op; om kennis te maken en eens oriënterend met elkaar te spreken. Natuurlijk hebben wij contact met de Raad; we hebben leden die daar werken en we hebben o.a. contact in het kader van de Tijdelijke Wegingsregeling. Maar hier ging het om de bestuurder van de Raad, die in meer algemene zin met ons wilde praten. En dat was nog niet eerder gebeurd. Net die dag was het jaarlijkse inspectierapport over de Staat van het Onderwijs gepubliceerd en had staatssecretaris Blokhuis kenbaar gemaakt dat het wegwerken van wachtlijsten in de ggz zijn hoogste prioriteit was. Met die actualiteiten en een toelichting op wat die voor de NVO en haar leden betekenen begon het gesprek dan ook. Interessant is dat de Raad voor al zijn medewerkers naar ontwikkeling, vakbekwaamheid en onderlinge samenwerking gaat kijken. Of wij geïnteresseerd zijn in signalen… Ja, zeker! We zien op dit moment dat diverse grote instellingen, in de jeugdhulp en in de gehandicaptenzorg, bezig zijn met de rol van de professional en wat ervoor nodig is om die professional zijn rol te laten pakken. Het zou mooi zijn als we degenen bínnen die instellingen die daarmee bezig zijn, bij elkaar kunnen brengen en zo meer zicht kunnen krijgen op wat dát dan weer betekent voor ons aanbod. De Raad was er meteen voor ín.

Al veel langer geleden reageerde één van onze leden op mijn column in de Pedagoog, die keer over ziekenhuispedagogen. Het vergde de nodige tijd om tot een afspraak te komen, maar afgelopen donderdag was het dan toch zo ver. We zaten met een multidisciplinair team om tafel bij het Rijnlands Revalidatiecentrum. Het team, dat o.a. bestond uit een pedagoog/fysiotherapeut, een psycholoog en een revalidatiearts, vindt het belangrijk dat in richtlijnen op hun terrein, zoals cerebrale parese, meer aandacht is voor de invalshoek van de gedragswetenschappen. Bij een beperking als cerebrale parese zou veel meer aandacht moeten zijn voor het proces waar de ouders in belanden en voor beperkingen die samengaan met die beperking, zoals een verstandelijke of sociaal-emotionele beperking van het kind. Onmiddellijk herkenbaar, natuurlijk, als dát waar wij als NVO voor staan. Wat kunnen wij nou betekenen? Nou, de vereniging van revalidatieartsen, die opdrachtgever is van deze richtlijnen, betrekken bij het initiatief van NJI om alle opdrachtgevers voor richtlijnen jeugd bij elkaar te brengen. Als NVO zouden we nieuwe richtlijnen graag willen becommentariëren en autoriseren op  het aanwezig zijn van aandacht voor ouders en voor de sociaal-emotionele consequenties van dergelijke beperkingen. We gaan proberen of we op die manier een overduidelijke wens van de professionals in deze mooie organisatie kunnen ondersteunen.

Linguïsten werken ook op het domein waar pedagogen werken, vooral op het gebied van taal-spraakontwikkeling. Zij vormen een verhoudingsgewijs kleine beroepsgroep, die graag onze infrastructuur voor professionalisering, registratie en accreditatie zouden willen benutten. Maar dat kan eigenlijk niet zonder pedagoog te worden. Daar is in onze ogen natuurlijk niets mis mee, maar staat op gespannen voet met juist een eigen identiteit als linguïst. Daarin kunnen we dus helaas niets betekenen. Wat we wel kunnen doen, en graag, is als collega-vereniging meedenken over wat wél zou kunnen. We ondervinden als NVO regelmatig hoe fijn het is als verenigingen die in bepaalde ontwikkelingen verder zijn dan wij, zoals bijvoorbeeld de V&VN als het gaat om een ledenraad, zich collegiaal opstelt en eigen ervaringen en inzichten deelt.

Over ónze ledenraad hoort u waarschijnlijk komende week meer.

Tot volgende week,

M