Preventie, kinderarmoede en zichtbaaheid

Zondag 31 januari. ‘Het probleem van financiering van de zorg lossen we vanzelf op als we geen professionals meer hebben die we moeten betalen.’ Met die boute uitspraak maakte secretaris-generaal van VWS, Erik Gerritsen, glashelder hoe belangrijk behoud en werving van professionals in de zorg is, als we die zorg op niveau willen houden. Veel meer aandacht voor preventie, regionale samenwerking en het op peil houden van de capaciteit van zorg, dát zijn DE ingrediënten van het toekomstig zorgbeleid. Verder hadden we een expertmeeting over kinderarmoede; de inhoudelijke voorbereiding van onze bijeenkomst in De Balie, begin maart. Onze beroepsgroep wil graag zichtbaarder zijn. En zichtbaarheid heeft zoveel kanten.

Over de werkconferentie Zorg voor de Toekomst las u in onze nieuwsbrief van vrijdag al een en ander. Hoewel de verkiezingen nog plaats moeten vinden, is het departement van VWS in gesprek met vele partijen in het veld over de toekomst van de zorg. Want één ding staat als een paal boven water: willen de zorg in de toekomst toegankelijk én van voldoende kwaliteit houden, dan staat ons het nodige te doen. We hébben een heel goed zorgstelsel, maar willen we dat ook in de toekomst blijven financieren, dan vergt dat keuzes. Een oplossing is voorkomen dat mensen in onnodig zware zorg terecht komen. En dat betekent preventie. Tegelijkertijd, en daar werd dan ook op gewezen, zijn er veel meer motieven om in te zetten op preventie; alleen een financiële drijfveer is ‘armoedig’. Belangrijk is ook om beter te onderscheiden welke vormen van preventie we kennen. We kennen preventie voor fysieke en voor psychische gezondheidsvragen en voor combinaties daarvan. We kennen preventieve zorg door individuele beroepsbeoefenaren en preventie zorg die bij uitstek vraagt om samenwerking en coördinatie van beroepsopvoeders (zoals leerkrachten) en ouders. En we kennen collectieve en individuele vormen van preventie. Hoe dan ook, de expertise van onze beroepsgroep is hard nodig om die verschillende vormen van preventie te realiseren. Als we voldoende aanwas van onze beroepsgroep blijven houden en als werkgevers die weten te behouden.

Op 9 maart organiseren de NVO en het Nederlands Centrum Jeugdgezondheidszorg samen met De Balie een bijeenkomst, in die Balie, over kinderarmoede. Die bijeenkomst komt voort uit de lezingencyclues met een groot aantal andere kenniscentra op het gebied van jeugd en zorg. Met de kennis en inbreng van dié partners bereidden we de bijeenkomst afgelopen woensdag inhoudelijk voor. Wat voor vragen stel je, vanuit die kennis, aan en grote verzekeraar, aan een schrijver, en last but not least aan ervaringsdeskundige jongeren?  Ga je wel of niet in op de situatie die de coronapandemie heeft veroorzaakt en nog zal gaan doen?

Pedagogen zouden in het maatschappelijk debat zo graag meer gezien en gehoord willen worden. Dat is dan ook een speerpunt van de NVO. Er valt veel over te zeggen. Is het doel erkenning van het beroep of is het doel beleidsbeïnvloeding vanuit het perspectief van de (ortho)pedagogiek? Allebei, vermoedelijk. In het verlengde daarvan: zetten we als pedagogen in op de doelgroep kinderen, jongeren, ouders en mensen met een beperking of profileren we ook onze eigen beroepsgroep? Wat weten we vanuit wetenschappelijke disciplines eigenlijk van profilering en beïnvloeding? Verschillende disciplines, zoals de filosofie, de sociologie, de bestuurskunde, de psychologie, kennen allemaal een eigen perspectief op beïnvloeding. Goed om te weten, goed om ons voordeel mee te doen in een eigen stijl, passend bij de NVO. En goed om te delen met leden van de beroepsgroep die, ondersteund door het bureau, de orthopedagogiek extern neerzetten.

Tot volgende week

 

M