Pedagogische verhalen vertellen om onszelf te positioneren

Zondag 1 december. Maar liefst twee congressen speciaal voor (ortho)pedagogen, afgelopen week. Met beiden de mooie beelden en de mooie verhalen die ons beroep kenmerken. Daarover straks meer. Competentiegericht opleiden vergt een vertaling van het Opleidingsbesluit OG tot aan toetsbare competenties. Hoe kan het NVO-beroepscompetentieprofiel, als norm van de beroepsgroep, daar een schakel tussen vormen? Daar gaat het overleg van hoofdopleiders zich nog een over buigen. Bijna twee weken geleden alweer maakten we kennis met de landelijke beroepsvereniging van begeleiders in het onderwijs. We hebben, als het om de arbeidsvoorwaarden van onze leden in het onderwijs, dezelfde agenda. Dat vormt een mooie basis voor samenwerking.

De week opende én sloot met een speciaal congres voor orthopedagogen. Maandag blikte het Tijdschrift voor Orthopedagogiek, samen met de deelnemers, vooruit naar de toekomst van de orthopedagogiek. Als NVO waren we een partner bij het tot stand komen van dit congres. Ina Berckelaer-Onnes keek, uit met het oog op die toekomst, terug op de wetenschappelijke geschiedenis van ons beroep. Het blijft mooi om te horen met hoeveel passie en eigenheid pioniers in het vakgebied de wetenschap uit de verf lieten komen. Vrijdag organiseerden we voor de derde keer onze NVO-studiedag over beïnvloeden en macht. Resi Bessems liet ons opnieuw zien hoe we onze eigen pedagogische principes als meervoudig perspectief en de context (of eigenlijk, een andere context inschakelen) kunnen gebruiken om zelf effectiever te zijn in organisaties en (machts)relaties. Over de workshops ’s middags blijf ik me verbazen; een workshop van drie uur over presenteren lijkt van te voren eindeloos en elke keer vliegt die drie uur om. En wat mooi om de positieve reacties op Twitter en LinkedIn te lezen.

Verhalen vertellen. Dat is een manier om ons op de kaart te zetten. Ik hield er zelf een mooi verhaal van een basisorthopedagoog aan over. Zij is zelfstandig en werd benaderd om een zoon van ouders die in een echtscheiding waren beland te helpen. De zoon leed aan autisme, adhd en nog een stoornis. Haar eerste reactie was aarzelend; was dit verantwoord voor haar als basisorthopedagoog? Maar de ouders waren stellig; het vriendje van de zoon kwam bij haar en de zoon was heel beslist; hij wilde niet naar iemand anders toe. Nou ja, dacht zij, laat hem dan maar een keer komen. De eerste keer dat hij kwam is hij nauwelijks binnen geweest, maar bleef hij om het huis heen fietsen. Nu is er contact met het hele gezin. De vader zegt dat hij nu veel beter in staat is zijn rol als vader in te vullen. Zijzelf heeft geen last meer van vragen over haar eigen vakbekwaamheid. Misschien, zegt zij,  moet zij hem toch wel doorverwijzen naar een instelling voor jeugd-ggz, maar dan komt hij daar in ieder geval binnen met een goede analyse én met een gezin dat beter op de opvoedingsvraag is ingesteld.

De ledenraad kreeg afgelopen week twee beroepscompetentieprofielen toegestuurd, één voor de basisorthopedagoog en één voor de orthopedagoog-generalist. Ter bespreking in de ledenraad van volgende week. De beroepscompetentieprofielen zijn de norm die de beroepsgroep stelt voor beroepsbeoefenaren die net op dat niveau zijn afgestudeerd. Als zodanig vormen ze ook de normen van onze NVO-kwaliteitsregisters. En dat zijn dan weer normen waarnaar de opleidingen zich kunnen richten. En waarmee zij zich kunnen profileren als ‘opleidingen die zich richten op de normering van de beroepsgroep’.

Als NVO steunen we het initiatief om kinderen in de jeugdhulp het recht te geven op een informele mentor. Afgelopen week nam de Tweede Kamer daarover een motie aan. Alweer zo’n mooie alliantie.

Op naar volgende week,

M