Pedagogen denken over domeinen heen

Zondag 27 oktober. Vallen kinderen en jongeren met bijvoorbeeld een licht verstandelijke beperking onder de Wet Zorg en Dwang? En valt er iets te zeggen over de relatie tussen onderwijs en de Wet Zorg en Dwang? Vragen die in het periodiek werkoverleg tussen de NVO en VWS ter sprake kwamen. Ziedaar de meerwaarde van pedagogen, die domeinoverstijgend denken en deze verbanden dus zien. Ziedaar ook de meerwaarde van een goed contact met de rijksoverheid die letterlijk werk maakt van signalen van het veld. Bínnen de NVO hadden we woensdagavond een constructief overleg tussen een delegatie van ons bestuur en de diverse registratie- en accreditatiecommissies. Onderwerp van gesprek was het thema ‘bekwaam is bevoegd’. Een aloude lijn van de NVO, die springlevend blijkt te zijn.

Invoering van de mooie, maar complexe Wet Zorg en Dwang vergt het nodige van alle partijen -en dat zijn er veel-  die bij de wet betrokken zijn. Ook in deze fase, relatief kort voor de Wet van kracht wordt, zien we nog nieuwe verbanden. Onlangs realiseerden de ziekenhuizen dat zij met de wet te maken krijgen. En hoe zit dat met Jeugdhulp? Eén van de actielijnen van het programma Zorg voor de Jeugd streeft naar zo thuisnabij mogelijke opgroeien; als thuis wonen niet, niet meer of nog niet kan, is een goed leefklimaat en het voorkomen van onvrijwillige zorg belangrijk. Als het gaat om een beter leefklimaat kan de jeugdhulp waarschijnlijk leren van de gehandicaptenzorg. In de praktijk gebeurt dat ook, als bijvoorbeeld orthopedagogische centra met kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking, samenwerken et jeugd-ggz. De Wet Zorg en Dwang kent geen leeftijdsgrenzen; de  cliëntenpopulatie is het uitgangspunt. Betekent dat dat op jongeren met een lvb-problematiek de wet van toepassing is als sprake is van onvrijwillige zorg als separatie? We spraken in ons werkoverleg met VWS, waar dit te sprake kwam, ook over passend onderwijs en onvrijwillige zorg. Daar kwamen we niet helemaal uit; vallen bijvoorbeeld het ‘innemen’ van mobiele telefoons  of detectiepoortjes niet ‘gewoon’ onder huisregels van een school? Wanneer zou in het onderwijs dan wél sprake zijn van individuele onvrijwillige zorg? Juist omdát we er niet uitkwamen, gaat VWS even ‘terug naar de tekentafel’.

Een heel ander vraagstuk betreft de vraag of en hoe onze beleidslijn ‘bekwaam is bevoegd’ invulling krijgt als je die legt op het beroepscompetentieprofiel basis-orthopedagogen, dat de NVO na de ledenraad in december zal publiceren. De groep basis-orthopedagogen binnen de NVO is groot en divers; er zijn basisorthopedagogen die net van de universiteit komen en basisorthopedagogen die zich straks voor de tweede keer gaan herregistreren en dus zo’n tien jaar relevante werkervaring hebben opgebouwd, tien jaar geaccrediteerd nascholingsonderwijs hebben gevolgd en tien jaar aan intervisie hebben gedaan. Zij bepalen zelf hun bekwaamheid en dús bevoegdheid. Wat vinden we daar als beroepsgroep van? Is daarmee kwaliteit voldoende geborgd? De groep net beginnende basisorthopedagogen vraagt ook aandacht: welke werkzaamheden kunnen zij, net als iedere andere professional die net begint, zelfstandig maar begeleid, oppakken? En kunnen we voorkomen dat zij,  soms noodgedwongen, werk doen waarvoor ze zich nog niet bekwaam voelen? Is die situatie te vergelijken met co-schappen bij artsen? Lastige vragen die raken aan het advies van de RvV over bekwaamheid, waarover deze leden overigens positief waren. Mooi hoe iedereen zich betrokken voelt bij dit vraagstuk en vanuit eigen ervaring, perspectief en deskundigheid meedenkt.

Zo’n bijeenkomst geeft input voor een aantal zaken waarmee we als NVO bezig zijn: het verduidelijken van ons speerpunt ‘Van wie mág wat?’ naar ‘Wie kán wat?’, een reactie op het advies van de Opleidingsraad van de FGZPt over aansluiting master-gz-opleiding en het project Beroepenstructuur. Dank dus aan iedereen die meedacht en meedenkt.

Tot volgende week

M