Over strategisch beleid en samenwerking

Maandag 22 april. Strategisch beleid stond centraal, deze week. Ons bestuur keurde jaarverslag en jaarrekening vast en blikte terug op de bestuursheidag. Het is onmogelijk voor een bestuur als het onze om alles te overzien wat binnen de vereniging en op het bureau speelt. Wat brengt en houdt het bestuur dan in positie om mee te denken over strategisch beleid?  Bij P3NL speelde een soortgelijke vraag: kunnen we meer kader en meer focus aanbrengen in waar we samen voor staan en ons op willen positioneren?

 

Twee keer per jaar, één keer in de lente en één keer in de herfst, staat de beleidscyclus binnen het bestuur centraal: in het najaar als het jaarplan en de begroting moeten worden vastgesteld en in de lente als jaarverslag en jaarrekening moeten worden vastgesteld. Dat lijkt niet het meest spannende, maar in combinatie met het bespreken van actiepunten uit de jaarlijkse bestuursheidag was het toch heel geanimeerd. Daar komt bij dat het financieel goed gaat met de vereniging. Te goed, eigenlijk. Vooral vanwege het steeds maar groeiende aantal leden sluiten we  elk jaar af met een overschot. Dat is niet de bedoeling; leden betalen contributie om zinvolle activiteiten te doen en idealiter wordt al het geld daarvoor aangewend. Het bestuur brainstormde daarom spontaan over hoe we versnelling en verdieping zouden kunnen aanbrengen in ambities van ons strategisch meerjarenplan. De ideeën die dat opleverde, helpen ons als bureau weer verder.

 

Een dilemma, in ieder geval voor mij, is dat het bestuur onmogelijk geïnformeerd kan (en wil) worden over alle ins en outs die spelen. Die kennis ligt bij het bureau. Om verantwoord strategisch beleid te ontwikkelen is kennis en overzicht nodig. Hoe positioneren we het bestuur nu zo dat het goed in staat is, met het bureau en met de leden samen, strategische afwegingen te maken? De dag na de bestuursvergadering spraken onze voorzitter en ik o.a. over die vraag met onze adviseur op dit vlak. Ook dat hielp. Het gaf mij in ieder geval een weg om het toch wat anders te gaan doen dan tot dusver. We verkenden ook de vraag of en zo ja hoe ons huidige model van rolverdeling tussen bestuur en bureau aanpassing vergt. En we zoomden in op de specifieke rol die de voorzitter vervult, als eerst sparingpartner van het bureau, leden en externen. In hoeverre is dat wenselijk, met een collegiaal bestuur? Heel fijn om dat zo open en oriënterend samen te kunnen bespreken.  Overigens leverde dat laatste vooral bevestiging op.

 

Binnen P3NL hadden enkele collegadirecteuren de koe bij de hoorns gevat. In een ingelast directeurenoverleg lag een visiedocument van de medisch specialisten als voorbeeld voor en werden kritische vragen gesteld over de doelstellingen in het (overigens al vastgestelde) jaarplan van P3NL. Die kritische vragen belemmerden geenszins een constructieve en positieve bijeenkomst. Integendeel, we zijn samen zo gemotiveerd dat we graag als directeuren ideeën willen leveren voor de bestuursheidag van P3NL, die voor de zomer plaats vindt. Het mooie voorbeeld van de medisch specialisten lijkt ons voor P3NL nog net een bruggetje te ver. Maar het samen formuleren van drie speerpunten, DAT moet haalbaar zijn. En dat gaan we doen. Onder de bezielende leiding van een van ons. Mooi toch?

 

Last but not least hadden we weer een overleg met de hoofdopleiders OG, afgelopen week. De tekst van het opleidingsbesluit ligt, als het gaat om ontwikkeling, nu bijna achter ons. Als het gaat om verdere uitwerking, bijvoorbeeld om de eisen aan opleidingsplaatsen, hebben we samen nog wel wat noten te kraken. Die kraken we. Vooralsnog zonder kleerscheuren op te lopen.En ook dat is mooi.

 

Tot volgende week,

 

M