Opvoedingsgala in voorbereiding en aandacht van bestuur voor langdurige zorg

zondag 19 maart. Ongeveer een vijfde van de NVO-leden werkt voor of met cliënten met een langdurige beperking en hun opvoeders. Net als kinderen en jongeren bevinden die cliënten zich in een afhankelijkheidsrelatie. Een kwetsbare doelgroep en een doelgroep die op dit moment veel minder in beeld is dan bijvoorbeeld de jeugdhulp of de ouderenzorg. Maar op de agenda van het bestuur van de NVO namen zij afgelopen week een prominent plek in. Verder  zijn, met nog maar een paar weken te gaan, de voorbereidingen rond ons Opvoedingsgala op 6 april in volle gang en bekeken we samen met het NIP hoe we verder gaan met werkervaringsplaatsen.

Het bestuur van de NVO becommentarieerde afgelopen week een concept-rapport van het Zorginstituut Nederland over de gewenste zorg voor cliënten met langdurige en ernstige beperkingen. Of het nou om de tandarts, de huisarts of behandeling voor een gedragsvraagstuk gaat, die zorg moet onder één samenhangend stelsel vallen en het moet niet uitmaken of de cliënt in een instelling met behandeling, een instelling zonder behandeling of thuis woont. De NVO is positief over het concept-rapport, maar vindt dat de orthopedagoog letterlijk ‘stelselmatiger’ als regievoeder moet worden benoemd.

Ook besprak het bestuur het competentieprofiel van pedagogen en psychologen in de langdurige zorg. Dit profiel bevestigt en verankert de taak en functie van gedragswetenschappers in dit specifieke domein. Het bestuur oordeelt daarom ook positief over dit document en constateert dat de gedragswetenschapper in dit werkveld bij uitstek pedagogisch te werk gaat.

Ons opvoedingsgala van 6 april besteedt aandacht aan alle drie de componenten waarover het bij een beroepsvereniging moet gaan:

  • de maatschappelijke opdracht, in dit geval het tegengaan van thuiszittende leerlingen;
  • de wetenschap, in dit geval een uiteenzetting over het wel of niet passend is om de universitaire studie  pedagogiek in het Engels aan te bieden;
  • De positie van de professional, in dit geval de toegevoegde waarde van de oudere professional.

Reflectie hoort onverbrekelijk bij ons beroep en daarom is een gesproken column over de veranderende pedagogiek en de veranderende NVO en geven twee prominente leden van onze NVO hun reactie op de inleidingen en op het geheel.

We bespraken maandag met de dagvoorzitter, één van de ‘terugblikkers’ en één van de inleiders de inhoud op hoofdlijnen en doen dat komende week telefonisch met twee andere inleiders. De aankleding van een 55-jarige vergt natuurlijk ook de nodige aandacht. En ik hoor al heel wat mensen om me heen over de vraag wat zij zelf aan doen…

Werkervaringsplekken hebben we als NVO en NIP behoorlijk op de kaart gezet. De handreiking die we maakten wordt gebruikt, niet alleen door starters, maar ook door hun werkgevers. Met het ronde-tafelgesprek in februari bespraken we onze zorgen en aandachtspunten met de politiek. We overleggen met het ministerie van sociale zaken over het vraagstuk en betrekken daarbij onze starters. Daarmee is het project in een fase gekomen dat we het kunnen gaan inbedden in onze reguliere taken.

 

Tot volgende week,

 

M