OG in de BIG, vluchtelingenkinderen, labelling en de bijzonder curator

Zondag 14 januari. Deze eerste werkweek van 2018 hadden we er onze handen aan vol; aan DE internetconsultatie: de consultatie over het wetsvoorstel dat de opname van de orthopedagoog generalist in de Wet BIG regelt. Toch was dat niet het enige dat ons bezighield. We selecteerden nieuwe leden voor onze pool die pedagogische rapportages maakt voor vluchtelingenkinderen. We bereidden met het NJI en het Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie een lezingencyclus voor over ‘labelling’. We verdiepten ons in de vraag wat we kunnen betekenen voor de bijzonder curator. En onze nieuwe NVO-statuten zijn een feit.

Het is altijd een gewetenskwestie om leden te selecteren voor onze pool, die pedagogische rapportages maakt over en voor vluchtelingenkinderen. Leden die zich aanmelden zijn zo gemotiveerd om hier een bijdrage aan te leveren. We willen kwaliteit leveren en daarom selecteren we op relevante werkervaring en aantoonbare kennis van diagnostiek. De waarheid moet worden gezegd: in twijfelgevallen strijken we wel eens over ons hart. Maar we ontkomen er niet aan om leden af te wijzen. Gelukkig kunnen we de pool desondanks weer aanvullen met een behoorlijk aantal leden. Begin volgende maand kunnen zij deelnemen aan de (voor deze taak) verplichte en geaccrediteerde trainingsdag, die het Expertisecentrum uit Groningen verzorgt.

Labelling. Onnodige labelling willen we voorkomen, maar er zijn ook clienten die met een ‘label’ gebaat zijn. Met een diagnose op zich is niets mis; integendeel. Die geeft aan welke hulp kinderen en/of hun ouders nodig hebben. We zien echter al jaren een toename van diagnoses en ‘labels’ en dan rijst de vraag of dat wel altijd nodig is. De toename kunnen we om een aantal redenen verklaren: we kunnen simpelweg beter diagnosticeren, onze samenleving en ons onderwijs doen een beroep op vaardigheden die sommige kinderen juist niet hebben (denk aan samenwerking, verbale communicatie e.d.), er is een financiële incentive om te diagnosticeren en ouders en scholen willen soms een diagnose als verklaring van het feit dat hun kind of leerling achterblijft. Maar er is meer aan de hand: als samenleving accepteren we steeds minder gedrag dat afwijkt van onze normen. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving bracht er afgelopen voorjaar een spraakmakend rapport over uit. Al jaren organiseren we met kennisinstituten en de universiteit Utrecht een lezingencyclus voor onze achterban. Dit jaar gaat de hele reeks over dit vraagstuk. Op 14 februari is de eerste. Die zetten we afgelopen week in de steigers.

Bij de rechterlijke macht ontstaat steeds meer belangstelling voor ons vak; onze beroepsgroep heeft kennis en vaardigheden om het belang van het kind systematisch te onderzoeken en daarover advies uit te brengen. Dat doen we bij de pedagogische rapportages over vluchtelingen en ook door advies aan rechters in geval van hoogoplopende juridische conflicten over (v)echtscheidingen. Pedagogen functioneren dan als ‘bijzonder curator’. Een prachtige, maar ook moeilijke taak, die naast pedagogische kennis ook juridische kennis en inzicht in juridische procedures vergt. Als NVO kunnen we leden die deze taak vervullen ondersteunen. Zo is er behoefte aan een speciaal beroepsethisch kader voor deze functie, aan een beschrijving van werkprocessen en aan een handreiking. Ook willen we goed vertegenwoordigd zijn in de onlangs opgerichte stichting voor deze functie. Daar gaan we dus mee aan de slag!

Tot volgende week

M