Zondag 11 november. Rollercoasting; dat  was opname van de  orthopedagoog-generalist in de Wet BIG. En ik vermoed zo dat het nog wel even rollercoasting blijft. Er is nóg een wet die ons bezig houdt, de invoering van de wet Zorg en Dwang. Afgelopen vrijdag was één van de co-creatiebijeenkomsten over die invoering.  Intussen mogen we als NVO, nee, moéten we, nog meer denken in kansen. 

Laat ik nou nét afgelopen maandag niet voor de NVO aan het werk zijn. Weliswaar was ik letterlijk náást de NVO, maar ik beoordeelde op dat moment innovatieve onderzoeksaanvragen voor het mbo. Na het telefoontje van VWS volgde  ik mijn allereerste impuls: ik appte het bureau. Zelfs nog voordat ik onze voorzitter, ons bestuur en direct betrokken leden op de hoogte stelde.

Ja, natuurlijk zijn we trots op onszelf. Samen hebben we de moed erin gehouden. En heus, er waren genoeg momenten dat we geneigd waren die moed op te geven. Maar steeds was er wel iemand die de ander moed insprak. Samen gingen we op en neer, samen zwenkten we een nieuwe bocht in als rechtdoor niet meer ging en samen waren we soms verontwaardigd.

Dat telefoontje maandagmorgen was weer een rollercoastingbocht. Heel even stonden we onszelf toe om blij te zijn. Maar ook nu zijn er nog veel vragen. Ook nu moesten we ons meteen beraden op de vraag wat wijsheid is om te doen en te laten. In communicatie en in politieke beïnvloeding, We volgen daarin de lijn die we steeds hebben gevolgd: uitgaan van de maatschappelijke doelen, van het eigene van de pedagogiek en dat zo integer en zo transparant mogelijk.

De Wet Zorg en Dwang is een nóg langer traject dan onze aanvraag voor de Wet BIG. Aan de Wet Zorg en Dwang wordt al vijftien jaar gewerkt. Het is een heel mooie wet wat betreft het doel: het terugdringen van onvrijwillige zorg, van dwang. In instellingen én ambulant, als mensen thuis wonen. Onze beroepsgroep mag er straks een cruciale rol in gaan vervullen. Dat is terecht; veel vraagstukken zijn van gedragsmatige aard, ontstaan doordat mensen overvraagd worden of zich niet begrepen voelen. Vaak helpt dan het creëren van veilige, opvoedkundige situatie, waarin iemand zich in zijn eigen tempo en op zijn eigen manier kan ontwikkelen. Maar er zijn, ook nu de wet bijna klaar is, nog heel veel bestuurlijke vragen. Over de verdeling van taken en bevoegdheden van bestuurders en behandelaren, over toezicht in vooral ambulante situaties, over beroepsethische kwesties (wat bijvoorbeeld als je als verantwoordelijke behandelaar weet dat een naast familielid handelingsvrijheid van een cliënt op een manier inperkt die jij als behandelaar niet zou mogen doen) en natuurlijk over de financiële consequenties, die nog onvoorspelbaar zijn. Maar mooi dat die vragen naar voren kunnen komen in deze co-creatiesessies.

Daarbij vergeleken hebben wij het als NVO dan weer relatief makkelijk. Ook bij ons zijn de financiële consequenties van bijvoorbeeld loskoppeling lidmaatschap en registratie niet te voorzien. Maandagavond dacht een groepje leden met het bestuur en bureau mee over die loskoppeling . Iedere keer is de conclusie van dat soort sessies: we doen al zoveel en we bedenken samen zó van alles wat nog beter en meer kan. Voor mij ligt er nu een opdracht waarvan mijn vingers alweer gaan jeuken: beschrijf nou eens wat voor kansen er zijn! Yes!

Tot volgende week,

M