Nieuwe NVO-beroepscode een feit, de juiste professional op de juist plek in de jeugdhulp en ronde tafel gesprek werkervaringsplekken in Tweede Kamer.

18 december 2016. Het stond natuurlijk ook al in onze nieuwsbrief, maar het is toch het belangrijkste van deze week. Daarom ook in mijn weekbericht. Vanaf nu heeft de NVO een nieuwe beroepscode. De NVO beroepscode speelt in op wijzigingen in diverse stelsels en op wet- en regelgeving over ouderschap. Ook is rekening gehouden met vragen die tijdens de regionale bijeenkomsten beroepscode en bij de helpdesk worden gesteld. We hopen dat we u met de nieuwe NVO beroepscode nog meer tegemoetkomen en dat die u zal helpen met het aanreiken van kaders waarbinnen u uw eigen afweging moet maken. De nieuwe code zullen we naar verwachting eind volgende week al op onze site kunnen plaatsen. Klachten over zaken die in 2016 of daarvóór speelden, vallen nog onder de oude code, ook als ze nú worden behandeld. Zaken die vanaf 2017 spelen en tot een klacht leiden, vallen onder de nieuwe code. Begin 2017 krijgt u het nieuwe boekje toegestuurd. We streven ernaar komend jaar op heel veel plaatsen in het land de code toe te lichten en u die toe te laten passen op casuïstiek. Ook overwegen we of we de strekking van de code met een (animatie)filmpje kunnen uitleggen. Voor veel complexe zaken gebeurt dat momenteel en het is vaak heel verhelderend.

Voor de verenigingsstructuur gaan we op korte termijn een nieuwe bijeenkomst beleggen. We werken enkele zaken, zoals kieskringen, de verhouding tussen lidmaatschap van de ledenraad en van commissies en werving en verkiezingen nog wat verder uit.

Werkervaringsplaatsen blijven een belangrijk punt voor NVO en NIP. We brachten voor de zomer samen een handreiking uit voor starters, we voeren overleg met het ministerie van Sociale Zaken en proberen al bijna een jaar lang in gesprek te gaan met werkgevers. Dat laatste wil niet goed lukken. Enkele werkgeversorganisatie stellen zich op het standpunt dat het hier gaat om een cao-vraagstuk en dat dit dus aan hun tafel met vakbonden thuis hoort. NVO en NIP vinden echter dat het om een kwaliteitsvraagstuk gaat: de borging van kwaliteit voor de professional én voor de cliënt is in het geding. Dat geldt ook voor het imago van de sector. In haar procedurevergadering van afgelopen dinsdag pakte nu de Tweede Kamer de handschoen op en besloot tot een ronde tafel gesprek over het vraagstuk. Naar verwachting zal dat medio februari plaats vinden. Beroepsverenigingen, cliënten en werkgevers zullen tot de deelnemers behoren.

Binnen en buiten de NVO liet het Kwaliteitsstatuut veel stof opwaaien. We hebben ons er, na heel veel strijd, bij moeten neerleggen dat de OG, zolang die nog niet in de BIG zit, geen regiebehandelaar kan zijn. Ondanks het feit dat de commissie Meurs daarvoor expliciet pleitte. We verzetten ons nog steeds tegen een Kwaliteitsstatuut in de jeugd-ggz. Ten eerste omdat we niet achter de uitwerking in limitatieve lijstjes professionals staan, zonder dat duidelijk is hoe de cliënt daar beter van wordt. En ten tweede omdat we het ongewenst vinden om een model in te voeren in een deel van het jeugdbeleid, dat formeel niet meer als zodanig bestaat, zonder dat alle verbanden met de rest van die jeugdhulp én aanpalende sectoren duidelijk zijn. Dat neemt niet weg dat wij, met vele anderen, grote zorgen hebben over het feit dat kinderen en jongeren die snel specialistische hulp nodig hebben, die nu niet of te laat krijgen. O.a. omdat gemeentes soms eenzijdig inzetten op generieke en preventieve jeugdhulp (wat we als zodanig toejuichen, maar nogmaals, niet eenzijdig). Als het gaat om borging van kwaliteit, van de juiste professional op de juiste plek, willen wij graag gezamenlijke actie. Gelukkig gebeurt er ook al veel; er wordt nu een gezamenlijke agenda ontwikkeld in het kader van de generieke module Kind en Jeugdige en vanuit het Programma Professionalisering Jeugdhulp en Jeugdbescherming (PPJJ) wordt ingezet op een ketencode,  op evaluatie van de jeugdwet vanuit het perspectief van professionals en wordt overleg aangegaan met gemeentes.

Tesnlotte spraken we deze week met een hoogleraar en alumni van de masteropleiding algemene opvoedvraagstukken. Hoe kunnen zij binnen de NVO meer een plek krijgen en zorgen dat er activiteiten worden georganiseerd die recht doen aan hún verdere professionalisering? En de andere kant: hoe kan de NVO zich bij studenten en alumni voor deze richting beter profileren?  Veel ideeën die we in de praktijk gaan brengen. Allereerst door het benutten van onze reguliere activiteiten en kanalen: het netwerk studenten & starters, de ledenactiviteiten, voorlichting door universiteiten waarvoor wij als NVO een basispresentatie hebben en door onze praktijkavonden bij de studieverenigingen.

Dit was mijn laatste weekbericht van 2016. Volgende week op deze tijd is het kerstmis.

Ik wens u alvast een heel goed 2017.

Medio januari hoort u weer van mij.

M