Minder en betere doorverwijzing door praktijkondersteuner huisarts-Jeugd

Minder en beter verwijzing door POH-Jeugd, VWS staat niet onwelwillend tegenover individueel opleidingstraject OG, opleidingsmogelijkheden voor basisorthopedagogen en klachtfunctionarissen wkkgz via de NVO?

De Praktijkondersteuner Huisarts-ggz (POH-GGZ) is een nog relatief nieuwe functie, die een schakel vormt tussen de huisarts en de eerste en tweedelijns ggz. Een bijzondere loot aan deze stam is de POH-Jeugd. Woensdagavond lieten we ons als NVO bijpraten door een aantal leden die deze functie vervullen. We willen ons er in gaan verdiepen, omdat hier een nieuwe mogelijkheid voor pedagogen ligt om hun beroep uit te oefenen. De functie is niet onomstreden; in de sector bestaan vragen over de kwaliteitsborging en over een vermeende concurrentie met de eerste lijn. Huisartsen zouden nu vooral naar hun eigen medewerkers gaan doorverwijzen in plaats van naar deskundige zorgaanbieders. De leden met wie wij spraken lieten een heel andere kant zien. Zij blijken veel mensen snel te kunnen helpen; er zijn geen wachtlijsten en de functie biedt de mogelijkheid flexibel hulp te bieden, zonder de admiistratieve rompslomp en de strikte voorschriften voor de omvang van behandeling waarvan in de ggz sprake is. Als doorverwijzing toch nodig is, kent de POH-ggz of de POH-jeugd de betreffende zorgaanbieders goed, kan een goede indicatie geven van de klacht waarom het gaat en weet soms een maatwerkconstructie te creëren door een zelfstandig gevestigde of door meerdere zelfstandigen of kleine praktijken met elkaar te verbinden. We krijgen inmiddels ook verschillende constructies binnen van bijvoorbeeld instellingen of CJG’s die als POH-ggz of POH-jeugd gaan functioneren. Uit Groningen en uit Apeldoorn, bijvoorbeeld. De NVO gaat bezien of en hoe zij deze functie kan promoten en ondersteunen.

We schreven er vaak over, afgelopen weken: het Kwaliteitsstatuut en onze wens om het inmiddels vertraagde wetsvoorstel om de OG op te nemen in de wet BIG de snelheid te geven die het verdient. Afgelopen week sprak ook de Tweede Kamer over het Kwaliteitsstatuut en vroeg D’66 de minister waarom de orthopedagoog generalist geen regiebehandelaar zou kunnen zijn. Helaas bleef de minister bij haar onbevredigende antwoord, waarover wij vorige week een brief aan haar stuurden. Op die brief hebben we overigens nog geen antwoord. Er is wel enig licht aan de horizon; we gaan op korte termijn met VWS overleggen, eventueel samen met de opleiders, wat we wel en niet precies moeten aanleveren en VWS liet nu weten in principe niet onwelwillend te staan tegenover een individueel opleidingstraject,.Mits dit toegankelijk is voor ook niet-leden van de NVO en de kwaliteit is geborgd. Wij zouden natuurlijk niet anders willen! Maar voor de goede orde: er zijn nu vier reguliere opleidingstrajecten in het land en we zijn met hen in overleg hoe zij straks onder de BIG-voorschriften kunnen functioneren. Een eventueel individueel opleidingstraject zou daarnáást komen. Na de zomer organiseren we er een expertmeeting over.

Intussen spreken we ook met de opleidingsinstellingen over wat zij basisorthopedagogen bieden, die zich bij de NVO en/óf bij SKJ moeten herregistreren. In zo’n gesprek, afgelopen week, vertelde de hoofdopleider uit Groningen dat de opleiding daar blokken van de opleiding tot orthopedagoog-generalist, als die niet helemaal vol zijn, afzonderlijk open gaat stellen voor NVO- of SKJ-basisorthopedagogen. Dat is een heel mooie ontwikkeling. Binnenkort brengen wij onze eerste scholingsspecial uit en dit nemen we daar natuurlijk in op.

En tenslotte overlegden we afgelopen week met het NIP wat wij voor leden zouden kunnen bieden als het gaat om geschillen die onder de nieuwe wkkgz vallen. Voor professionals die in instellingen werken, zal er veel door de werkgever worden geregeld. Voor zelfstandig gevestigden is dat minder vanzelfsprekend. We spraken af dat we er samen naar streven dat ook zelfstandig gevestigden zich bij een, regionaal opererende, landelijke geschillencommissie kunnen aansluiten en we gaan een klachtenregeling voor onze leden ontwikkelen. Regelmatig wordt ons gevraagd of wij niet ook een pool van klachtfunctionarissen kunnen opzetten. Daarvan zijn, bijvoorbeeld in de branche van advocaten, goede voorbeelden. Alleen, als we dat beroepsverenigingen zouden gaan doen, moeten we natuurlijk ook voor de kwaliteit in staan. Dat zou de facto een apart (klein) register vergen. En of dát wenselijk is, weten we niet. Wat we zeker wel gaan doen is kwaliteitscriteria opstellen waaraan naar ons idee klachtfunctionarissen zouden moeten voldoen en naar wegen zoeken om toch een pool in te richten, zij het misschien niet bij ons zelf.

Nog een maand, dan is onze zomer-ALV. Vergeet u niet om u via onze website aan te melden?

Tot volgende week,

M