Mijnnvo en de stapeling van toezicht

Zondag 15 juli. Hoeveel leidinggevenden, toezichthouders en potentiële klagers kijken over de schouder van een professional mee? Over de consequenties daarvan voor het werkplezier spraken we afgelopen week als NVO-bureau met Adri van Montfoort. Ook relevant voor het werkplezier van de professional: de veelheid van richtlijnen die we als beroepsverenigingen (laten) ontwikkelen. Het NJI deed een moedige poging om ons als  kikkers in een kruiwagen te houden. Leden zouden elkaar op onze website beter moeten kunnen vinden. Daarom komt er mijn.nvo.nl. Het hele besloten deel van onze website gaat ervoor op de schop.

Als ex-voorzitter van ons College van Toezicht is Adri van Montfoort een goede bekende van de NVO; een zeer waardevol lid. Als uitgerekend Adri publiekelijk en in de politiek aan de bel trekt als het om ons tuchtrechtsysteem gaat, nemen we dat dan ook uiterst serieus. Hij is niet de enige die dat doet; veel grote organisaties in de Jeugdhulp, zoals de Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdzorg Nederland, maken zich zorgen. Dan gaat het overigens niet alleen om ons tuchtrecht; wel om dat tuchtrecht als één van de vele potentiële onzekerheden waarmee een professional te maken heeft. De veelheid van toezichthouders, kwaliteitsinstrumenten en klachtregelingen maakt een professional kwetsbaar; hij kan elk moment uit totaal verschillende hoeken een klacht op zijn bord krijgen. Dat verhoudt zich slecht met één van de doelen van de jeugdwet: meer ruimte voor de professional. We kunnen en moeten daar als beroepsverenigingen iets mee. Dat varieert van onze beroepsbeoefenaren beter toe te rusten om hun werk te doen tot pleiten voor meer ondersteuning door werkgevers. Beter toe te rusten hun werk te doen? Ja, door in de opleidingen aandacht te besteden aan bijvoorbeeld het verschil tussen feiten en meningen en dat toe te passen in rapportages. Ondersteuning door werkgevers? Ja; met de krapte op de arbeidsmarkt die aan het ontstaan kan een werkgever zich profileren met ondersteuning van professionals in de veelheid van toezichtlagen, administratieve lasten en een eventuele tuchtklacht.

Het is ook niet vreemd dat professionals het bos niet meer zien door het woud aan richtlijnen. We maken er, met de beste bedoelingen, zo veel. Vaak zijn er voor samenwerkende beroepsgroepen op dezelfde thema’s, denk bijvoorbeeld aan ADHD of autisme, aparte richtlijnen die lang niet altijd op elkaar zijn afgestemd. Alleen al samen tot een overzicht komen zou kunnen helpen. En binnen een groep beroepsverenigingen aangeven dát een bepaalde richtlijn gaat worden ontwikkeld en of met dat vraagstuk toevallig een andere beroepsgroep ook bezig is of is geweest. Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk wekt het bij deze en gene toch vragen en zelfs weerstand op. Nou kun je ook bij de térm richtlijn vragen stellen; voor medische aangelegenheden is het misschien toch meer geëigend om over richtlijnen te spreken dan voor complexe pedagogische vraagstukken. Wat niet wegneemt dat het wél handig is dat een richtlijn de laatste stand van de wetenschap op het betreffende vraagstuk bundelt, zodat professionals niet zelf hoeven te grasduinen in allerlei artikelen.

Leden willen elkaar digitaal kunnen ontmoeten; dat geldt bijvoorbeeld voor onze netwerken die informatie delen of producten ontwikkelen, voor leden die willen weten wie zich nog meer voor een bepaalde studiedag of workshop heeft aangemeld en voor leden die zich afvragen of en hoe zij hun krachten kunnen bundelen om samen een gemeente te beïnvloeden. Onze huidige website biedt die mogelijkheid niet; leden geven in het laatste ledentevredenheidsonderzoek dan ook aan dat zij met name het ledendeel van de website ontoegankelijk vinden en dat het te weinig toegevoegde waarde heeft. We zetten begin van het jaar al een onderzoek uit naar het gebruik van dat ledendeel en naar verbetermogelijkheden. Afgelopen week werden de uitkomsten ons als bureau gepresenteerd. Conclusie: het gaat heel anders en veel beter worden. We hopen dat u er aan het eind van het jaar van kunt gaan profiteren.

Dit was mijn laatste weekbericht vóór de zomer. De derde week van augustus kom ik weer bij u terug.

 

M