Leren we wel wat van dat tuchtrecht?

Zondag 28 juli. Tuchtrecht. Uit het woord spreekt ‘straffen’. De intentie is leren. Door de professional en door het collectief van de beroepsgroep. Maar gebeurt dat ook? Zijn er situaties die dat leren bevorderen of juist belemmeren? We spraken met het Capaciteitsorgaan en met VWS over arbeidsmarktraming en bekostigde opleidingsplaatsen OG. En we combineerden het nuttige met het  aangename door op een bloedheet Utrechts terras een wijntje te drinken met een hoogleraar en vanuit diens perspectief opleiding en registratie de revue te laten passeren.

Over het tuchtrecht is politiek en maatschappelijk veel te doen. Professionals, zeker in de jeugdhulp, krijgen te maken met een stapeling van klacht- en tuchtregelingen en dat maakt hen onzeker. In het ergste geval verlaten ze de sector door de combinatie van werkdruk, een slecht imago van de sector en het gebrek aan zekerheid en autonomie dat die klacht- en tuchtregelingen veroorzaken. Werkgevers, clienten en professionals ontmoeten elkaar in de Adviesraad van SKJ en in dat verband is besloten vijf jaar SKJ te benutten om dat tuchtrecht onder de loep te nemen. 0ndanks de vakantieperiode waren alle betrokken partijen die de projectgroep vormen nog in de gelegenheid erbij elkaar te komen, afgelopen week. Dat werd een geanimeerde bijeenkomst, waarin we de ingrediënten van de opdracht formuleerden en een besluit over de vraagstelling nog even uitstelden. De reden daarvan? Die intentie tot leren en de vraag wat een aantal verstandige lieden daarover te zeggen heeft. Zou het zo zijn dat de situatie  in de jeugdhulp zodanig is dat het tuchtrecht niet tot leren kan leiden, dan vergt dat een fundamentele vraagstelling. Zodanig dat die tot politieke aanbevelingen kan leiden. Half september spreken we als projectgroep met die ‘verstandige lieden’.

Een overleg met eerst het Capaciteitsorgaan en vervolgens VWS over bekostigde opleidingsplaatsen leidde tot nieuwe inzichten. Allereerst dat bekostigde opleidingsplaatsen voortkomen uit de inrichting van de zorg als markt. En dat nieuwe beroepsgroepen daarom niet of nauwelijks in aanmerking komen voor bekostigde opleidingsplaatsen, want die hebben immers jarenlang aangetoond dat het ook zonder die bekostiging kan. Een begrip uit het middelbaar beroepsonderwijs, macrodoelmatigheid, is misschien wel wenselijk voor die situaties waarin de Rijksoverheid stelselverantwoordelijk is. Daar gaan we mee aan de slag. Na de zomer.

Het gesprek op het bloedhete terras was verrassend aangenaam, zowel inhoudelijk als wat betreft sfeer. Het leidt ertoe dat we meer systematisch leden die uiterst kritisch op ons handelen als beroepsvereniging en met name onze registraties zijn,  proberen tot een klankbordgroep te vormen. We weten dat er kritiek is op onze registratie. We willen graag, van leden zelf, horen waar het hem nou in zit. Gaat het om het feit dat we normen stellen? Of om de inhoud of starheid van die normen? Of om de klant(on)vriendelijkheid van ons technische systeem? Of omdat de informatie niet voldoende samenhangend vindbaar is? En wordt er straks al ‘pijn’ weggenomen als registratie als basisorthopedagoog geen voorwaarde meer is om in te stromen in de opleiding OG? En dat er geen individueel opleidingstraject meer is, waar wij als NVO misschien toch een wat diffuse rol in spelen?

In het verlengde daarvan: de rollen van ons als NVO en die van opleiders vergen doordenking en een betere onderscheiding. Wij als beroepsvereniging bepalen de norm van de professional die toe mag treden tot de beroepsgroep. Dat doen we met ons beroepscompetentieprofiel. De opleiders zijn vrij om te bepalen hoe ze daartoe opleiden. Dus waarom zouden wij voorschrijven dat je diagnose en behandeling het beste leert met casusbeschrijvingen? Dat kan misschien wel heel anders, beter en meer op de praktijk toegeschreven. Ook iets voor na de zomer.

Ook voor mij is het na komende week even vakantie. Niet zo heel lang, want ik ging begin dit jaar al lang naar Nieuw Zeeland. Maar het duurt toch wel een week of drie voor u weer een weekbericht van mij op onze site aantreft.

Tot de tweede helft van augustus dus

M