Leerstoel LVB: ‘Zie mij als een persoon, niet als een cliënt’. En weer een stapje naar OG in de BIG

Zondag 9 juli. Het ministerie van VWS start een ambtelijke preconsultatie voor de herziening van de wet BIG. Vorige week vrijdag ontving ik als directeur van de NVO  een memo met een groot aantal vragen over nieuwe beroepen en uitbreiding van herregistratie. Ex-voorzitter en erelid Xavier Moonen aanvaardde met zijn inaugurele reden een leerstoel bij de Universiteit van Amsterdam op het gebied van  jongeren met een licht verstandelijke beperking.  Met daaraan voorafgaand een mooi symposium. Wat kunnen jongeren met zo’n beperking met de juiste begeleiding en een stimulerende omgeving veel bereiken! Wat daarvoor nodig is verwoorden zij zelf het best.

Over de preconsultatie die het ministerie van VWS over de herziening van de wet BIG  uitzet betichtten we ook in onze nieuwsbrief. Als gevolg van een technisch probleem konden we die overigens helaas pas in het weekend versturen. Het ministerie vraagt o.a. of het veld nog opmerkingen heeft over de deskundigheidsbeschrijving van de orthopedagoog generalist en over de opleidingseisen. Laten we nou vooral zelf opmerkingen hebben over die deskundigheidsbeschrijving! Er lijkt een verouderde versie in de concept-wettekst terecht te zijn gekomen. Gelukkig nog gelegenheid om dat recht te zitten. Verder is voor de NVO, maar ook voor alle andere betrokken beroepsgroepen, vooral de uitbreiding van herregistratie-eisen van belang. De Wet BIG stelt nu alleen werkervaring als herregistratie-eis. Bijna alle beroepsgroepen kennen een Kwaliteitsregister dat aanvullende eisen stelt. Achter praktische vragen die VWS stelt, naar de wenselijkheid en de omvang van een urennorm en naar flexibiliteit en variëteit van geaccrediteerde nascholing gaat een veel meer fundamentele discussie schuil: we zien als beroepsgroepen de individuele professional als verantwoordelijk voor de vakbekwaamheid en beroepsgroepen als de actor die daarvoor normen stelt en toetst. De NVO trekt in dit dossier samen op met tal van andere beroepsgroepen en dat heeft meerwaarde. Ook voor de ontwikkeling van onze eigen visie. Waarschijnlijk al komende week gaan we informeel met VWS om de tafel.

Voorafgaand aan de inaugurele rede van Xavier Moonen vond bij de Universiteit van Amsterdam een symposium plaats. Dagvoorzitter was ‘huisgenoot’ Dirk Verstegen, directeur van o.a. de vereniging van orthopedische behandelcentra. Niet toevallig, want het is de VOBC die deze leerstoel mogelijk maakt. Meest indrukwekkend: de jongeren zelf. Indrukwekkend zoals zij vertelden over ambities die zij hebben waargemaakt: het afronden van een opleiding op niveau mbo1, mbo2 en zelfs mbo3. Indrukwekkend als zij daarna een baan vinden. Indrukwekkend zoals zij vertellen over wat daarvoor essentieel is: een stimulerende omgeving. Indrukwekkend, en soms komisch, zoals zij vertellen over wat een goede begeleider is. En dat je dat als professional makkelijk kunt leren; je hoeft maar aan vier eisen te voldoen. Waarvan de eerste: samen met hem doen wat zij leuk vinden. Een partijtje voetballen bijvoorbeeld. Nou waag ik te betwijfelen of iedereen dat zomaar kan leren; mijn respect voor professionals die dag in, dag uit met onze einddoelgroepen omgaan, onderzoeken wat haalbaar is en daarvoor een plan uitzetten, is enorm. Zo denk ik ook niet dat iedereen zomaar kan wat keer op keer terug kwam: ‘zie mij als een persoon, niet als een cliënt. Ga naast mij staan in plaats van boven mij.’

En veder kwamen we deze week als directeuren van P3NL bij elkaar ; we spraken lang over een ‘motto’ dat ons onderling kan binden en ons extern kan profileren mentale gezondheid (in plaats van zorg, ziekte of stoornis).  Mijn week werd afgesloten door een bijeenkomst van de stuurgroep, met voorzitters en secretarissen van onze tuchtcolleges, waarin we o.a. een actualisering van het reglement bespraken. Met ook weer principiële vragen, zoals het aanklagen van leden door het bestuur. Kan dat, bijvoorbeeld als een lid het belang van de beroepsgroep schaadt door valse dyslexieverklaringen af te geven. Dat gaan we uitzoeken.

Tot volgende week,

 

M