Zondag  5 mei. Hoe komen we nou toch samen een stap verder met het Kwaliteitsstatuut GGZ? De vaart zit er nog niet echt in, terwijl de urgentie er toch echt volop is. Het opleidingsbesluit OG staat online voor de internetconsultatie: wat eraan vooraf ging en wat er nog komt. En iets anders wat een stap verder moet komen: ons strategisch beleidsplan.

Maandagmiddag schoof ik aan bij de werkgroep die zich nu al jaren bezig houdt met het Kwaliteitsstatuut. De planning was dat dat in het voorjaar zou worden herzien; dat is opgeschoven naar 1 juli. Dat wil zeggen: vóór die tijd moet de werkgroep haar advies uitbrengen. Er zijn twee heikele punten: de vraag wie in zeer specifieke situaties als regiebehandelaar kan optreden; dat is nu voorbehouden aan psychiaters, maar we kennen meer specialisten die nu al zijn opgenomen als potentiële regiebehandelaar en die een rol kunnen spelen, zeker gezien de behoefte daaraan. Die behoefte is er in de volle breedte ook in de basis-ggz, waar lange wachtlijsten bestaan. Het experimenteerartikel dat nieuwe beroepsgroepen een kans zou moeten geven als regiebehandelaar toe te treden, zit muurvast en de voorwaarden om zo’n nieuwe beroepsgroep te beoordelen zijn nog niet eens operationeel. Zorgelijk. Maar misschien nog niet eens zo zorgelijk als het feit dat de woorden ‘cliënt’ en ‘wachtlijsten’ en ‘maatschappelijk vraagstuk’ de hele bijeenkomst niet zijn gevallen.

We wisten dat het eraan zat te komen: het moment waarop het Opleidingsbesluit OG online zou gaan voor de internetconsultatie. Afgelopen maandag was het zo ver. Een volgende mijlpaal in een lang en intensief project. Afgelopen weken schreef ik meermalen over overleg met onze hoofdopleiders en met VWS. Beide overleggen zijn constructief; het is ook gewoon een leuke fase als je samen bedenkt hoe en waarom het eruit moet en kan zien. Dat is samen puzzelen, samen wikken en wegen en vooral: samen bouwen. En dan is het moment daar en moet je tóch nog improviseren: wie moet er hoe worden geïnformeerd? Allereerst onze eigen beroepsgroep. De collega’s van P3NL vonden we ook belangrijk. En, oh schande, ons bestuur en onze ledenraad zijn dan zo vanzelfsprekend, dat even in de vergetelheid terecht kwamen. Die omissie zetten we natuurlijk snel recht, maar toch…  Toevallig spraken we dinsdag met één van de directeuren van een opleidingsinstelling. Dat leverde, ondanks al ons samen-wikken-en-wegen en al ons samen-bouwen tóch weer nieuwe inzichten op. Gelukkig is er een internetconsultatie, waar ook anderen dat  soort inzichten met VWS kunnen delen. Hoewel wij zelf korte lijnen hebben en houden met het departement.

Hoe vreemd het misschien ook klinkt: de OG in de BIG is ons hier-en-nu. We zijn heel trots op ons strategisch beleidsplan, dat een paar weken geleden is gepubliceerd en verspreid. Maar nu moeten we het ‘handen en voeten’ gaan geven. Ons bestuur zette daar eind maart al een eerste stap voor. Jaarlijks ontmoeten bestuur en bureau elkaar op een strategiedag. Die vindt over een paar weken plaats. Nu zijn de medewerkers aan zet om, gebruikmakend van dat wat het bestuur heeft bedacht, met een concrete invulling te komen. Dan gaat het om vragen als: ‘Op welke twee of drie maatschappelijke opvoedvraagstukken gaan wij ons, gebruik makend van wetenschappelijke kennis, nu écht richten, hoe gaan we nu concreet ruimte creëren voor de professional, hoe gaan we nou écht zorgen dat master-pedagogen en orthopedagogen-generalist mógen doen wat ze kúnnen doen en hoe gaan we arrangementen met werkgevers in het vat gieten. Elke medewerker neemt een vraagstuk bij de kop en pitcht daarover op onze strategiedag met het bestuur. Heel benieuwd wat daar uit komt.

Tot volgende week

M