Innovatie in de ggz? Manshoge schotten en regels die voor cliënten gaan?

Zondag 4 november. Innovatie in de ggz? Als NVO zien we dat nog niet zo; de schotten staan meer dan manshoog en regels gaan boven zorg voor cliënten. Wat doen we als veld met al die actieplannen die de rijksoverheid over ons uitstrooit? En kennis ontsluiten: met richtlijnen of kan het ook anders?

Innovatie in de ggz. Maar niet heus. Alle met de mond beleden ambities over wachtlijsten, over continuïteit van zorg als cliënten achttien worden en over KOPP-kinderen in het Hoofdlijnenakkoord ggz ten spijt, strandde een experimenteervoorstel regiebehandelaarschap afgelopen week na maanden modderen op een niet-bestaande commissie. De professionals die dankzij dat voorstel aan de slag hadden gekund, zijn bij uitstek opgeleid voor die vraagstukken. De regels die de ggz zelf heeft gecreëerd staan in de weg en die gaan klaarblijkelijk boven de cliënten.

Intussen ontwikkelt diezelfde ggz met groot enthousiasme plannen voor innovatie. Dat wil zeggen: geen ‘BIG-lozen’ meer en alle professionals via één trechter van de opleiding gz-psycholoog naar profielen zoals orthopedagogiek. Zonder analyse van de zorgvraag, nu en in de toekomst. Zonder analyse van de kosten, die daarmee, individueel en maatschappelijk, zijn gemoeid. Is er echt behoefte aan alleen maar postmaster opgeleide professionals en aan specialisten? Welke meerwaarde heeft het om orthopedagogen eerst door een dure meerjarige mal te jagen voordat zij zich kunnen toerusten op hun eigenlijke vakgebied is: opvoedingssituaties normaliseren en optimaliseren? Gelukkig is er ook veel belangstelling voor ons gezamenlijke project beroepenstructuur, waar we uitgaan van de zorgvraag en van de cliënt. En…dat zich, juist omdat het uitgaat van de cliënt, niet beperkt tot de ggz.

In het bestuurlijk overleg met de Vereniging Gehandicaptenzorg, maandagavond, zagen we opvallende parallellen tussen diverse actieprogramma’s van de Rijksoverheid. De programma’s lijken veldinitiatieven te bundelen, doen er strik omheen én verschuiven de regie van dat veld naar de Rijksoverheid. Met een veelheid van stuur-, werk- en projectgroepen, waardoor het onbeheersbaar en niet-inzichtelijk wordt en het risico ontstaat dat we ons verliezen in die veelheid. We hadden, onafhankelijk van elkaar, dezelfde keuze gemaakt: we zetten onze eigen lijnen uit voor de nabije toekomst en doen mee aan dat wat op onze eigen agenda staat. 

Kennis benutten bijvoorbeeld. Dat is één van de speerpunten van de NVO, de komende jaren. We spraken erover met het NJI, de BPSW en het NIP in het kader van ons gezamenlijke richtlijnenprogramma. We zijn voorstanders van die richtlijnen. Maar niet altijd en niet tot elke prijs. Het hangt er maar af of de noodzakelijke kennis er al is en of die ook op een andere manier ter beschikking kan worden gesteld. Geien het actieprogramma Zorg voor de Jeugd ligt het voor de hand dat we inspelen op vraagstukken als thuiszitters en voorkomen van uithuisplaatsing; thema’s die in dat actieprogramma centraal staan én waarop we toch al actief zijn. Maar de ontwikkeling van nieuwe richtlijnen is voor déze vraagstukken niet per se de oplossing. Hoe dan wel? Dat is dan weer een uitdaging.

Tot volgende week,

 

M