'Iedereen die is aangewezen op jeugdhulp recht op een informele mentor.'

Zondag 3 november. Een inhoudelijk pareltje was het kennismakingsgesprek dat we afgelopen week voerden met Levi van Dam. Onderzoek, praktijk en innovatie komen samen in zijn inzet om alle kinderen en jongeren die zijn aangewezen op jeugdhulp recht op een informele mentor te geven. Verder ging het afgelopen week over ‘visitatie’ in de gehandicaptenzorg, over de invoering van de Wet Zorg en Dwang en over governance en kwaliteitsborging van de opleiding OG.

Op een zonnige, koude herfstochtend ontmoetten Levi van Dam in het pand in Amsterdam waar Garage 2020 is gevestigd. We spraken over zijn onderzoek, dat aantoont dat een informele mentor, zoals bijvoorbeeld een JIM, in een heel hoog percentage uithuisplaatsing kan voorkomen. Vandaar zijn inzet om kinderen en jongeren die zijn aangewezen op jeugdhulp een wettelijk geregeld recht daarop te geven. Maar ook kinderen en jongeren die bijvoorbeeld in het onderwijs al dan niet tijdelijk ‘klem’ komen te zitten zijn daarbij gebaat. Het gesprek sterkte mij in mijn gevoel dat jeugdhulp en gehandicaptenzorg in dit opzicht nog meer van elkaar kunnen leren; in de gehandicaptenzorg bestaat veel kennis over mentorschap en dat geldt ook voor de kennis en ervaring die daar bestaat over een goed leefklimaat in instellingen. Als beroepsvereniging kunnen wij helpen die verbanden te leggen. En overigens is er ook een rol voor ons weggelegd om professionals te ondersteunen als informeel mentorschap wordt ingezet; het is bijvoorbeeld nog helemaal niet zo makkelijk om als professional ‘op je handen te gaan zitten’ en vertrouwen te hebben in zo’n mentor.

Met het NIP en de NVGZP oriënteren we ons vanaf afgelopen voorjaar op ‘visitatie’ in de gehandicaptenzorg. Het woord ‘visitatie’ zet ik tussen aanhalingstekens, omdat het eigenlijk meer gaat om gestandaardiseerde reflectie, met behulp van een digitale vragenlijst, dan om wat wij normaal gesproken onder visitatie verstaan. Hoewel visitatie in de eigenlijke zin van het woord wel een vervolgstap kan zijn. Die door het NIP eerder voor de ggz ontwikkelde en beproefde vragenlijst is door ons samen aangepast voor de VG-sector en is uitgeprobeerd door een aantal  professionals in die sector. De volgende stap is een pilot. De vraag is nu waar die pilot zich op richt en wanneer die pilot succesvol is. Er worden ook wel eens kanttekeningen bij instrumenten als deze geplaatst, vanwege het tijdsbeslag en ervaren administratieve lasten. Daar zou je dus iets over moeten willen weten. Ook is het de bedoeling dat een professional over de uitkomsten in gesprek gaat met ‘peers’. Wat je dus zou willen weten is of een rapportage die de vragenlijst oplevert, het makkelijker maakt om over elkaars functioneren in gesprek te gaan. Als we samen meer duidelijkheid hebben over wat we waarom in de pilot mee kunnen en willen nemen en hoe we dat kunnen realiseren, gaat de pilot echt van start.

Donderdag had het ministerie van VWS alle betrokken veldpartijen uitgenodigd voor een overleg over de invoering van de Wet Zorg en Dwang. Hoewel alle partijen zich achter de intenties van die wet scharen, zijn er nog urgente uitvoeringsvragen; de belangrijkste daarvan zijn de bekostiging van professionals die specifieke functies als Wzd-functionaris gaan uitoefenen, de gelijktijdige invoering van de Wet verplichte ggz en de Wet zorg en dwang, die binnen organisatie die met beide te maken hebben of voor groepen cliënten die binnen enkele maanden van de ene wet naar de andere wet verschuiven en de aanpassing van informatiesystemen. Het ministerie zal daarover binnen heel afzienbare termijn met met name de VGN praten. Intussen zal een programmamanager de komende periode in gesprek gaan met alle partijen over o.a. de vraag hoe invoering van ambulante onvrijwillige zorg kan worden ondersteund.

Dinsdag kwamen de hoofdopleiders OG weer bij elkaar en legden de laatste hand aan het opleidingsplan OG en aan een overzicht van taken en verantwoordelijkheden van alle bij die opleiding betrokkenen. De opleidingen kunnen al een aanvraag voor aanwijzing door de minister aanvragen, dus het komt nu allemaal echt dichtbij. De documenten die de hoofdopleiders samen ontwikkelen en waaraan zij zich straks ieder afzonderlijk gaan houden, hebben de status van onderlinge afspraken. Bij die onderlinge afspraken hoort ook de ontwikkeling van een governancestructuur en het elkaar toetsen op het nakomen van die onderlinge afspraken. Dat heeft vóór januari niet de hoogste urgentie, maar in 2020 willen de hoofdopleiders zich daar graag samen op bezinnen. Ze vroegen ons als NVO om het voortouw te nemen in het organiseren van een eerste oriënterende bijeenkomst daarover. Dat den we natuurlijk graag. In 2020.

Tot 2020 zijn er nog heel veel andere zaken te doen.

Tot volgende week,

 

M