Het werk van de orthopedagoog verandert. Spelen opleidingen daar voldoende op in?

Zondag 7 juli. Zóveel om op terug te blikken, zo op de helft van dit jaar. En nog zoveel meer om naar vooruit te blikken. Ons huidige OG-register omzetten in een Kwaliteitsregister vergt nog heel wat doordenking en actie. Bestuur en onze NVO- commissies kregen een presentatie over de opbrengsten van twee onderzoeken en wat die betekenen voor de inhoud van de opleidingen en voor onze registratiecriteria. In het project beroepenstructuur lopen we ons warm om na de zomer met de externe voorzitter, onze besturen en onze adviesgroep echt van start te gaan. En ons bureau bedenkt creatieve ideeën om de vier speerpunten van ons strategisch beleidsplan concreet invulling te geven. Dat leidt tot mooie projectplannen en veel enthousiasme.

Wie denkt dat je, na alle inspanning voor het traject OG in de BIG even achterover kunt hangen (en toegegeven, dat zou ik best even hebben gewild) komt bedrogen uit. Terwijl de Eerste Kamer nog moet stemmen, is er geen tijd te verliezen om aan de slag te gaan met wat nu allemaal moet gebeuren. De ledenraad gaf ons de opdracht het concept van een Kwaliteitsregister verder uit te werken, Eitje, zou je denken. We hebben met ons OG-register al een Kwaliteitsregister. Maar formeel wordt dat opgeheven. Wie mag er dan in dat Kwaliteitsregister? Wie wíl er in dat Kwaliteitsregister en waarom? Kost dat hetzelfde als we nu in rekening brengen of niet? En dan hebben we het nog niet eens over alle communicatie die hiervoor nodig is.

Vanaf 2020 wijst de minister de  OG-opleidingen aan en is de minister verantwoordelijk voor de kwaliteit, de inhoud en de herregistratienormen. Wij als beroepsgroep ontwikkelen, op basis van twee onderzoeken die we uitzetten, onderbouwde inzichten over hoe professionals ervaren dat de opleiding hen toerust voor het (veranderende) werk. En dan hebben we het zowel over de master- als over de postmasteropleiding. Daar word je wel en niet vrolijk van. Vrolijk worden we als we zien hoe gevarieerd het werk is dat (ortho)pedagogen doen en hoeveel meer dat is dan diagnose en behandeling. Niet vrolijk word je ervan hoe weinig de opleiding voorbereidt op dat gevarieerde karakter. Ook niet vrolijk stemt het dat onze herregistratie- en accreditatienormen daarbij onvoldoende helpend zijn. En dan hebben we nog het onderscheid tussen de master en de postmaster, de OG. We vinden wel allemaal dat dat onderscheid scherper moet, maar denken verschillend over de vraag wat masters wel en niet zouden kunnen doen. Als NVO kennen we ook nog eens de relatief uitzonderlijke situatie dat al onze leden, dus ook de masters, onder NVO-tuchtrecht vallen en dat bij- en nascholing verplicht is voor hun herregistratie. Voer voor bijstelling van onze eigen normen en voor een helder standpunt van het bestuur in deze discussie.

Het project beroepenstructuur heeft alle aandacht van de wereld van de ggz en, opvallend genoeg, veel minder van onze eigen leden. In onze ledenraad vergde het project zelfs een speciale toelichting. Toch vloeit het rechtstreeks voort uit de commotie over opname van de OG in de BIG, omdat die ontwikkeling het ideaalbeeld van de ggz, net als artsen één basisberoep, doorkruiste. We zijn alleen geen artsen. En met z’n allen kunnen we de toegevoegde waarde van onze beroepen en van alle registraties die aparte therapieën dan weer kennen, veel minder goed uitleggen dan artsen dat kunnen. Het is maar de vraag of een beroepenstructuur met één basisberoep daarop het antwoord is. Doel van het project is dat we het in de toekomst zó kunnen uitleggen dat in ieder geval verwijzers het begrijpen. Zodat uiteindelijk cliënten beter worden geholpen door een snelle en juiste verwijzing naar de juiste professional. Een project dat in de steigers wordt gezet, is nog niet zo spannend. Na de zomer en zeker vanaf 2020 verwacht ik dat het dat wel zal gaan worden. Met een grote naam als extern voorzitter.

Toch is er wel nu al een spanningsveld en dat is dat de staatsecretaris tegelijkertijd de opdracht heeft gegeven voor dit project beroepenstructuur én voor een project aansluiting tussen de opleidingen van de master psychologie en die van de gz-psycholoog. Veel logischer was geweest om die projecten volgtijdelijk op te zetten. Nu wordt in het project ‘aansluiting’ niet ingespeeld op de opname van de OG in de BIG, laat staan van inzichten die het project beroepenstructuur gaat geven en de inzichten die onderzoeken opleveren zoals ik hierboven beschreef.

Genoeg te doen, deze zomerweken.

Volgende week dus verder.

M