Grondslag voor langdurige zorg, kwaliteitstoets pgb, ruim 100 NVO-leden melden zich aan voor pool voor vluchtelingenkinderen

Zondag 31 januari

Dilemma’s in de langdurige zorg, een kwaliteitstoets bij besteding pgb, ruim 100 NVO-aanmeldingen voor de pool voor vluchtelingenkinderen, standpuntbepaling over de meldcode mishandeling en huiselijk geweld en samen met Hogescholen zoeken naar de pedagogische identiteit.

Deze week organseerden we als NVO een werkbezoek voor Kamerleden bij Abrona, een instelling voor langdurige zorg in Huis ter Heide. Ook lokale en provinciale politici waren aanwezig. Eén van onze leden ontving ons en vertelde samen met een collega waar de langdurige zorg op dit moment tegen aan loopt. Veel cliënten van Abrona vertonen beperkingen op het snijvlak van langdurige zorg en ggz. Soms is een verstandelijke beperking niet onderkend en komen cliënten sterk overvraagd binnen. Die overvraging leidt tot ernstige gedragsproblemen. Die gedragsproblemen kunnen verminderen of zelfs verdwijnen met de juiste diagnose en behandeling. Maar voordat het zover is, vloeit er heel wat water door de Rijn. Want niemand financiert de grondslag voor opname in de langdurige zorg. En zelf betalen, als cliënten al de stap tot zo’n onderzoek zetten, is juist voor deze groep vaak onhaalbaar. Als de inschatting is dat een cliënt kan verbeteren, staat dat opname in de langdurige zorg soms juist in de weg.

Abrona behandelt sinds de invoering van de jeugdwet geen kinderen en jeugdigen meer en kan ook minder crisisopvang bieden sinds de invoering van de WMO. Gevolg is dat de keuzevrijheid voor cliënten is afgenomen door de transities. We spraken ook over het persoonsgebonden budget; een groot goed als het om keuzevrijheid gaat. Maar ook dit kan belemmeren dat de cliënt de juiste zorg krijgt. Bijvoorbeeld als ouders of verzorgers er echt van overtuigd zijn dat ze beter zelf blijven kunnen verzorgen, terwijl de professional daaraan twijfelt, inschat dat de belasting echt te zwaar wordt, of denkt dat met een lager bedrag op een andere manier even goede of beter zorg kan worden ingekocht . Een ook wel voorkomende uitwas is dat de pgb om financiële redenen een incentive is om zelf te blijven verzorgen; dan wordt het gezien als inkomen of vervanging van een baan. We concludeerden dat een kwaliteitstoets of de pgb wordt ingezet voor de meest passende zorg wenselijk is. Maar natuurlijk realiseren we ons dat ook daar veel haken en ogen aan zitten.

Meer dan 100 NVO- leden toonden belangstelling voor het opstellen van pedagogische rapporten over vluchtelingenkinderen. We beschouwen dat als een indicatie dat u binnen de NVO méér wilt en ook meer vindt dan ‘alleen’ kwaliteitsborging, dienstverlening en belangenbehartiging. Ons allemaal bindt dat wij iets voor kinderen en mensen in afhankelijkheidsrelaties willen betekenen. Het aantal aanmeldingen stelt ons alleen wel voor een nieuw vraagstuk: zo groot kan de pool niet worden, dus we zullen moeten selecteren. Voor de hand ligt dat leden die relevante ervaring hebben het eerst in aanmerking komen. Maar Defence for Children liet ons al weten dat zij nog meer urgente zaken hebben, waarvoor u iets kunt betekenen.

In de loop van de week stelden we onze conceptreactie op over de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld. In veel voorstellen zien we wel iets en we waarderen het dat er terecht veel aandacht is voor de professionals. We houden echter ernstige bedenkingen bij het begrip ‘vereiste registratie’ dat staatssecretaris van Rijn introduceert. Dat heeft naar ons idee dezelfde nadelen als de eerder genoemde meldplicht voor professionals, waartegen we in november ageerden. We stuurden het concept van onze nieuwe recatie aan onze collega-beroepsverenigingen en hopen dat we samen met hen kunnen reageren.

Onze voorzitter en ik spraken met de voorzitter van de Vereniging ter Bevordering van de Pedagogiek en met de voorzitter van de pedagogische faculteiten aan de Hogescholen. Bij enkele Hogescholen worden de opleidingen pedagogiek geïntegreerd in een brede opleiding sociaal werk. Dat hadden leden van ons netwerk basisorthopedagogen afgelopen maandagavond ook al gemeld. Bij andere Hogescholen blijft de opleiding separaat bestaan. Vraagstuk is of multidisciplinariteit (of interprofessionaliteit) binnen één opleiding vorm moet krijgen of juist door verschillende disciplines die tijdens de stage samenkomen. De toegevoegde waarde van de pedagoog aan dat (stage)team vergt voor anderen soms toelichting. Net als bij onze leden is de behoefte om de eigen identiteit van de pedagogiek duidelijk te maken groot, bij opleidingen, studenten en werkzame pedagogen. Daarin zouden we als NVO en Hogescholen iets voor elkaar kunnen betekenen.

Verder speelden deze week de nodige interne zaken: we rondden een sollicitatieprocedure af, de stukken voor het bestuur van volgende week werden opgesteld, verzameld en gingen de deur uit en we legden samen met onze vormgever de laatste hand aan een aantal publicaties die binnenkort verschijnen.

Tot volgende week,

M