Eindexamens en labelling van de coronageneratie en tal van andere pedagogische vraagstukken in het nieuws

Zondag 14 februari. Basisscholen open, eindexamens met een extra onvoldoende, jongeren in de knel. En dan hebben we het ‘alleen’ nog maar over corona. Complexe scheidingen, ADHD, IQ-testen en vluchtelingenkinderen, adoptie… Pedagogische vraagstukken zijn dagelijks in het nieuws. Intussen werken we als NVO ook aan minder in het oog springende zaken, zoals scholing van professionals om beter in te spelen op informele steun en zoals de beroepenstructuur..

Emiritus-hoogleraar pedagogiek Mischa de Winter veegde er zaterdag de vloer mee aan, eindexamens met een extra onvoldoende. Eerlijk gezegd een uit mijn hart gegrepen betoog. We vinden het een probleem om kinderen te labellen, maar blijkbaar niet om een hele generatie te labellen als een coronageneratie. Waarvan waarschijnlijk, als het om hun verdere loopbaan gaat, vooral minder kansrijke leerlingen de dupe kunnen worden. En hoezo ‘warme overdracht’ tussen voortgezet onderwijs en universiteiten? We kennen ‘warme overdracht’ van het funderend onderwijs, maar warme overdracht tussen voortgezet onderwijs en universiteiten zou een unicum zijn. Nog daargelaten dat lang niet alle leerlingen naar een universiteit gaan.

Opeens heeft iedereen het over jongeren die in de knel zitten. Terecht natuurlijk. Maar dat verbaast me toch ook wel weer een beetje. De avondklok is o.a. ingevoerd omdat jongeren zich niet aan de regels zouden houden. Maar we hebben er niet meteen bij bedacht: wat moeten we dan wél voor die jongeren organiseren? Het i makkelijk, overigens, om vanuit de zijlijn iets te roepen en te vinden; zoals ik al eerder zei: ik ben blij dat ik niet in de schoenen van dit kabinet sta. Het is onmogelijk om alles te overzien en in die onoverzichtelijke en onbekende, steeds veranderende situatie moeten wel knopen worden doorgehakt. Maar toch….

Intussen gaat het, en gelukkig maar, óók over heel andere en meer structurele pedagogische vraagstukken. Het vorige weekend telden we er maar liefst vijf in de landelijke media, waaronder complexe scheidingen en het belang van kinderen om beide ouders te kunnen blijven zien. In al die vraagstukken waren leden van ons aan het woord. Het ‘gewone leven’, waaronder het opdoen en ontwikkelen van nieuwe wetenschappelijke pedagogische inzichten, gaat ‘gewoon’ door. En dat hoort ook zo, want er is meer dan corona en er is een tijd na corona, waarin we dat soort inzichten hard nodig hebben.

Met het NIP bespraken we deze week of en hoe we onze plannen voor het inbedden van kennis in opleidingen en bij- en nascholing kunnen onderbrengen in het programma Zorg voor de Jeugd.

Het ministerie van VWS nodigde ons uit toelichting te geven op onze beroepenstructuur voor orthopedagogische zorg en in te gaan op onze visie op de beroepenstructuur voor psychologische zorg. In onze nieuwsbrieven van afgelopen weken las u over onze ambities om onze NVO-Kwaliteitsregisters grondig te actualiseren. Diverse aspecten van de beroepenstructuur voor orthopedagogische zorg komen daarin samen. We lichtten toe dat het idee van ‘aantekeningen’ in de beroepenstructuur voor psychologische zorg ons aanspreekt en dat we, naast de voorstellen die de beroepenstructuur voor psychologische zorg daarvoor doet, ook goede mogelijkheden zien voor meer pedagogisch getinte aantekeningen.

 De beoogde afsluiting van zijinstroom van orthopedagogen in de opleiding gz-psycholoog kwam ook aan de orde. We gaven aan dat het opleidingsmodel in de beroepenstructuur psychologische zorg consistent is als het uitgangspunt is dat universitair opgeleide masters niet zelfstandig vakbekwaam zijn. Maar als je dat uitgangspunt niet deelt, omdat masters zich bij de NVO ook periodiek moeten herregistreren en zich dus aantoonbaar verder ontwikkelen, valt het ijkpunt weg. En dan ontstaat de vraag of het niet beter is instroom flexibel te houden, met een optie voor meerdere jaren tussen de universitaire en postuniversitaire-opleiding en keuzemogelijkheden voor professionals.

En als nu orthopedagogen, die een kleine helft van de opleidelingen vormen, zonder enig probleem de opleiding tot gz-psycholoog afronden, waarom zou er dan straks een drempel moeten zijn? Desgevraagd gaven we dan ook aan dat de NVO geen enkele intentie heeft om het Opleidingsbesluit OG, dat regelt dat ook psychologen kunnen instromen, aan te passen. Want psychologen hebben ook geen enkele moeite de opleiding OG met succes af te ronden.

Tot volgende week,

M