'Eerder een dyslexieverklaring dan een veterdiploma.' En de pool van pedagogen voor vluchtelingenkinderen.

Zondag 14 februari

‘Eerder een dyslexieverklaring dan een veterdiploma’. Wie is verantwoordelijk voor pedagogische rapporten voor vluchtelingenkinderen? En hoe publiceert de NVO over een lid als het College van Toezicht dat lid een maatregel oplegt?

Dinsdag informeerde het ministerie van onderwijs ons over de uitzending van Rambam, die een dag later plaats zou vinden. De uitzending gaat over dyslexieverklaringen die gz-psychologen zonder een vloek of een zucht, laat staan een gedegen onderzoek, aan studenten verstrekken. Studenten zouden daarmee recht hebben op meer tijd bij examens en tentamens en op financiering in geval van langere studietijd. In het debat over passend onderwijs, dat woensdag plaats vond, stelde staatssecretaris Dekker dan ook gekscherend dat je eerder een dyslexieverklaring krijgt dan een veterdiploma. Dat beeld willen we natuurlijk niet als beroepsvereniging. Het doet geen recht aan de vele professionals die hun vakbekwaamheid inzetten om naar eer en geweten te beoordelen of een kind of (jong)volwassene lijdt aan een beperking die maar bij ongeveer 4% van de bevolking voorkomt. Maar we kunnen en willen niet ontkennen dat het percentage afgegeven dyslexieverklaringen aanzienlijk hoger is dan die 4% en dat onterecht verstrekte verklaringen velen dupeert, financieel en inhoudelijk. Ons kwaliteitssysteem, met de registers, de beroepscode, tuchtrecht en richtlijnen, zetten we in om kwaliteit en integriteit te borgen en om uitwassen zoals deze te voorkomen. Als professionals lid zijn van ons of zijn geregistreerd in het BIG-register kunnen we met ons tuchtrecht maatregelen treffen. Toch leidt dit signaal bij ons tot de vraag of we niet méér moeten doen, in nauwe samenwerking met anderen, om onterechte dyslexieverklaringen terug te dringen. NVO en NIP komen met een voorzet.

Al sinds september berichten we regelmatig over ons initiatief om als professionals een bijdrage te leveren aan het vluchtelingenvraagstuk. Defence for Children, het Expertisecentrum –verbonden aan de universiteit Groningen, NVO en NIP sloegen de handen ineen. Er bestaat een wachtlijst voor het opstellen van pedagogische rapporten om het belang van het kind te bepalen als dat dreigt te worden uitgezet. Zo’n 130 positieve reacties ontvingen wij van onze leden. Omdat het aantal belangstellenden zo groot is, moeten we helaas selecteren. Dat deden we afgelopen woensdag. Uiteraard krijgt u hierover zo snel mogelijk bericht. Voor degenen die zijn geselecteerd organiseren we over een paar weken een trainingsdag. Dan volgt ook een indeling per regio. Misschien kunt u, met uw collega’s in die regio, een netwerk vormen; een netwerk dat in onderling overleg aangeeft wie wanneer beschikbaar is en dat bevindingen uitwisselt. Inmiddels vragen we ons af of we zo’n trainingsdag niet moeten opnemen in ons reguliere (geaccrediteerde) scholingsaanbod. Het gaat immers om werk dat bij uitstek pedagogisch van aard is en waarvoor pedagogen moeten zijn toegerust. Deze eerste actie was en is echter puur ideëel van aard; onze leden gaan dit helemaal belangeloos doen. Maar we willen we de continuïteit borgen, dan moeten we wel gaan denken aan financiering hiervan. En dat is nog een puzzel. Want wie is hier eigenaar en voelt zich verantwoordelijk, ook in financieel opzicht?

Vorig jaar constateerden we als NVO, naar aanleiding van een concrete casus, een leemte in ons kwaliteitssysteem. We kennen een escalatieladder als het gaat om het opleggen van maatregelen door het College van Toezicht. Maar we misten een beleidslijn als het gaat om de vraag ‘Wanneer maak je de naam van een lid dat een ernstige maatregel krijgt opgelegd, openbaar? En voor hoe lang?’ Daarachter gaat de vraag schuil: hoe doorslaggevend zijn het belang van de cliënt, maar ook dat van de betreffende professional? Hoe wegen we die ten opzichte van elkaar? En kan die betreffende professional, net als bij scholen die onder verscherpt toezicht komen te staan en zich ingrijpend verbeteren, daarvoor krediet krijgen? De lijn die we hebben uitgewerkt komt via de Colleges binnenkort ter besluitvorming bij het bestuur. Wat de lijn ook wordt, alle leden moeten die (kunnen) kennen; ze committeren zich immers aan de beroepscode en het tuchtrecht, dus ze moeten ook weten welke consequenties dat in uiterste situaties kan hebben.

Tot volgende week,

M