De rem op de rolstoel is ook inperking van vrijheid

Zondag 6 september. Een bestuursvergadering op locatie met een introductie hoe de implementatie van de Wet zorg en dwang er in de praktijk aan toe gaat. De eerste tipjes van de sluier van het onderzoek naar vijf jaar tuchtrecht bij het Kwaliteitsregister Jeugd. En de ontwikkeling van onze eigen NVO-Kwaliteitsregisters: van oproep tot klankbordgroep.

Dinsdagavond ontving ons bestuurslid Paul Willems het bestuur op ‘zijn’ locatie: het hoofdgebouw van Amerpoort. Ik was er al eens eerder geweest, maar ook nu was het weer indrukwekkend. Zodra je de slagboom bent gepasseerd kom je in een bijna parkachtig gebied, met verspreid staande, kleinschalig aandoende woonzorggemeenschappen. Mensen lopen en fietsen er; een jongen -die ik natuurlijk helemaal niet kende- stak groetend zijn hand op. Het hoofdgebouw dateert uit de jaren vijftig en was toen en nog steeds strak en modern. Eén van de gedragswetenschappers nam ons mee in de implementatie van de Wet zorg en dwang. In de keuze om alle gedragswetenschappers als zorgverantwoordelijke en wzd-functionaris te laten functioneren; in verschillende casuïstiek natuurlijk. De ambitie om onvrijwillige zorg steeds verder terug te dringen en hoe dat de ene keer vanzelfsprekend is, de andere keer moeizaam en een derde keer per ongeluk bijna terug naar af. Dat het zo makkelijk is om de rem op de rolstoel te zetten, maar dat dat óók inperking van vrijheid is. Dat het soms noodzakelijk blijft om cliënten in bedboxen te laten slapen, maar dat dat ten eerste al een grote voortuitgang is vergeleken met banden in bed en ten tweede voor nog maar 50 van de 2500 cliënten een noodzakelijk kwaad is. En natuurlijk óók dat de implementatie veel extra werk vergt, ook administratief en organisatorisch. En dat gaat, helaas, toch ten koste van de tijd voor zorg. Wat mij betreft had de inleiding de hele avond mogen duren. Maar er moest ook ‘gewoon’ worden vergaderd.

Bijzonder was ook de invitational conference over vijf jaar tuchtrecht SKJ. Ook hier alleen al vanwege de locatie. De Jaarbeurs in coronatijd. Een zaal met zo’n dertig stoelen, allemaal op afstand van elkaar. Voor de dynamiek maakte het niet uit. Wat mij betreft is en blijft de meest intrigerende vraag: in hoeverre is een jeugdprofessional tuchtrechtelijk aansprakelijk in een situatie waarin de jeugdhulp op dit moment verkeert en gezien het feit dat een jeugdprofessional in (verschillende) hiërarchische verhoudingen werkt? Wat niet wil zeggen dat er geen sprake is van professionele autonomie, want die is er wel degelijk.

We werken hard aan de ontwikkeling van onze NVO-Kwaliteitsregisters en dat merkt u als lid. De orthopedagogen-generalist attendeerden we er deze week op dat zij, als zij BIG-geregistreerd zijn, hun inschrijving in ons Kwaliteitsregister nog tot 1 januari kunnen activeren. De beroepsgroep vindt een Kwaliteitsregister náást BIG-registratie belangrijk, omdat het BIG-register alleen op grond van werkervaring herregistreert. Het NVO-Kwaliteitsregister houdt ook scholing en intervisie bij. Het regende telefoontjes en e-mails na die oproep.

We streven ernaar de registers nog beter te positioneren, ook bij werkgevers. En gebuiksvriendelijker te maken. En te actualiseren op dát wat in de praktijk van toegevoegde waarde is. Uw ideeën en meningen zijn daarbij onontbeerlijk. Gelukkig bent u in grote getale bereid om met ons mee te denken. Een oproep daartoe leidde tot zoveel reacties, dat we even overwogen de oproep niét ook nog eens in de nieuwsbrief te zetten. Maar uiteindelijk deden we dat toch; je kunt nooit genoeg mee-, tegen- en dwarsdenkers in een vereniging hebben.

Tot volgende keer

 

M