De pedagogische identiteit, preventie in onderwijs en jeugdhulp en drie G’s voor de NVO

Zondag 27 november 2016. Om maar achteraan in de week te beginnen: gisteren, jawel op zaterdag, probeerden we met een klein groepje leden grip te krijgen op het unieke van ons beroep. We hebben er binnen de NVO met z’n allen wel een ideeën over en die ideeën stroken ook wel met elkaar, maar hoe leg je dat nou kort en bondig aan iemand uit?  Aan een werkgever of aan een gemeente bijvoorbeeld. Of aan een collega die is opgeleid in een andere discipline? Ik dénk dat we een heel eind zijn gekomen, met als waarde het vertrekken vanuit de Rechten van het Kind of van de Gehandicapte; elk kind (of gehandicapte) heeft het recht gezien en gehoord te worden. Met als doel optimale ontwikkeling en uiteindelijk participatie. Met als kenmerkende benadering het analyseren van een kind in zijn verschillende opvoedsituaties en het volwaardig betrekken van opvoeders bij die analyse (of diagnose) én bij de interventie (of behandeling). Met interventies die gericht kúnnen zijn op juist de opvoeder en die altijd worden gekenmerkt door verbinding tussen kind, (verschillende) opvoeders en eventueel verschillende behandelaren. We streven naar ‘normalisatie’, ook in heel complexe opvoedsituaties. En natuurlijk handelen we op wetenschappelijke basis en zo doelmatig mogelijk. Deels is deze lijn overigens ook verwoord in ons visiedocument, een pedagogisch perspectief, uit 2014. De uitdaging ligt nu bij de leden: herkennen zij dit en wat betekent dit voor hun eigen handelen? Maar deels ligt de uitdaging in de vertaling hiervan in aansprekende communicatiemiddelen. Dat gaan we in 2017 doen.

Verder terug in de week: woensdag en donderdag trok ik me met zo’n vijfentwintig anderen terug in een klooster. De bijeenkomst was georganiseerd door het Nederlands Jeugdinstituut en het doel was om te kijken of we, allemaal op een of andere manier op een zodanige manier betrokken bij onderwijs of jeugdhulp dat we daarin sturend kunnen zijn, samen het verschil konden maken als het gaat om preventie in onderwijs en jeugdhulp. Preventie is een begrip dat heel veelzijdig kan worden geduid en kan heel verschillend wordt geoperationaliseerd. Er is hier eigenlijk ook een keten; als preventie in eerste instantie niet is gelukt, kan door iemand anders, met een andere verantwoordelijkheid, opnieuw preventief worden gehandeld. De kunst is dan om niet te gaan Zwarte Pieten naar de vorige fase, maar de eigen verantwoordelijkheid te nemen. Preventie is signaleren dat in een klas in een basisschool kinderen last van elkaar ondervinden en dat de leerkracht misschien meer ondersteuning nodig heeft om daar effectief mee om te gaan. Maar de meldcode kindermishandeling is ook een vorm van preventie. Als NVO staan we relatief ver van de dagelijkse praktijk. Toch is ons streven om het afgeven van onterechte dyslexieverklaringen af te geven tegen te gaan een vorm van preventie die wíj  kunnen realiseren. Dat geldt ook voor onze rol in het programma passend zorg (demedicalisering). Konden we in die twee dagen het verschil maken? Dat valt natuurlijk nog te bezien. Maar we ontwikkelden een model voor het opstellen van een business case om preventieve programma’s te ‘verkopen’. En we ontwikkelden een model voor ‘onze school’, voortdurend gericht op participatie, die signalering van stagnatie helemaal inbouwt en een escalatieladder kent van de eigen docent tot jeugdhulp binnen de schoolmuren. Dat biedt best perspectief.

Naast alles wat u in de Nieuwsbrief al hebt kunnen lezen, zoals onze coördinatie om samen met veel andere beroepsvereniging te reageren op het voorstel over de meldcode kindermishandeling, ontwikkelden we deze week ook een plan voor ledenwerving in het kader van SKJ. Vanwege onze wederzijdse verbondenheid is SKJ gebaat bij zo sterk mogelijke beroepsverenigingen en stelt ons in de gelegenheid daarop actie te zetten met middelen die de afgelopen jaren voor ons waren gereserveerd, maar niet volledig zijn benut.

Eigenlijk is de term ‘ledenwerving’ te plat. We willen graag dat potentiële leden daadwerkelijk ervaren wat de NVO voor hen te bieden heeft. Als het goed is ervaren zij Genot van het bij de beroepsgroep zijn aangesloten, omdat dat een soort keurmerk is voor kwaliteit (‘Ik ben een échte, zei een nieuw lid tijdens onze nieuwe-leden-dag vorig jaar), ervaren zij Gemak, omdat de NVO dingen doet die zij individueel niet of met veel meer moeite zouden kunnen doen en ervaren zij Gewin omdat het lidmaatschap hen financieel of anderszins voordeel biedt. De drie G’s. En dus moeten onze activiteiten vooral ten goede komen aan de professional, eenmalig of structureel. Als het goed is ziet u in 2017 de eerste resultaten van dat plan.

Hebt u zich al aangemeld voor onze Eindejaarsbijeenkomst, waarin de geactualiseerde beroepscode van de NVO centraal staat? Aanmelden kan via onze website www.nvo.nl.

Tot volgende week,
M