De juiste dyslexiezorg op de juiste plek. En opnieuw: kennis in de jeugdhulp is een verantwoordelijkheid van de orthopedagoog

Zondag 21 oktober. De juiste professional op de juiste plek is een adagium in het jeugdbeleid. Als NVO willen we liever denken in ‘Wie kán wat?’ dan in ‘Wie mág wat?’ Wat betekent het als je dat concept toepast op dyslexiedeskundigen? Het opleidingsplan OG vordert gestaag; met de hoofdopleiders doken we de diepte in. Vrijdag verscheen in onze NVO-nieuwsbrief de column van Peter Dijkshoorn, die begon met ‘Orthopedagogen, ik begrijp jullie niet’. Waar is onze beroepsgroep in het inbrengen van kennis in de jeugdhulp? Waar is onze beroepsgroep in discussies met gemeenten over het inrichten van jeugdhulp? Dat leidde tot veel reacties in social media, vrijdag en zaterdag.

Als NVO worstelen we met de vraag of onderzoek naar een beperking als dyslexie en behandeling ervan kan worden uitgevoerd door masters, ofwel onze basisorthopedagogen. En zo ja, onder welke voorwaarden? En wie houdt die voorwaarden dan bij? Het staande beleid is dat activiteiten als deze zijn voorbehouden aan orthopedagogen-generalist. De onderwijs- en jeugdwetten zeggen hier overigens niets over; het is verenigingsbeleid. De overheid volgt dit echter wel, met bijvoorbeeld informatie aan scholen. Maar wat nou als een basisorthopedagoog veel expertise op dit gebied heeft; méér dan zijn postmaster-opgeleide collega? Wat als de praktijk is dat basisorthopedagogen het werk feitelijk doen en een post-master alleen vanwege de formaliteit zijn handtekening zet? Wat als er tekorten aan onderzoekers en behandelaren zijn? Als NVO willen we geen aparte ‘vinkjes’ voor specifieke stoornissen; onze registers zijn ten principale generiek en los daarvan: hoe zouden wij normen kunnen bepalen en toetsen voor allerlei afzonderlijke beperkingen? Maar… er zijn organisaties die daarin wél zijn gespecialiseerd; als het om dyslexie gaat kennen we kwaliteitsinstituten. In andere situaties stellen cliëntorganisaties normen op. Kan het een weg zijn om hun en onze normen met elkaar te verbinden? Daarover spraken wij dinsdag met o.a. het Kwaliteitsinstituut Dyslexie.

Het generieke opleidingsplan voor de opleiding orthopedagoog generalist krijgt geleidelijk aan vorm. De hoofdopleiders OG bevestigden woensdag dat het wenselijk is en blijft het stramien van bestaande postmaster-opleidingen in de ggz te volgen en dat ook te doen wat betreft bepaalde uitgangspunten, zoals de eindverantwoordelijkheid van de hoofdopleider voor de opleiding als geheel, inclusief het praktijkdeel. En voor concepten als competentiegericht opleiden. Ons beroepscompetentieprofiel biedt daartoe een prima basis. Het verschil, het onderscheidende, is de inhoud. En die blíjft lastig te vangen, met een groep professionals die in verschillende domeinen werkt. Het blijft ook een uitdaging om concreet te blijven. Toch kán dat wel. Het gaat om de wetenschap die opvoeding en opvoedingsrelaties bestudeert. Zo kunnen we kinderen met een ernstige beperking taal leren, inclusief het duiden van het niet-hier-en-het-niet-nu, door intensiever en langduriger toe te passen wat we leren uit het bestuderen van  ‘gewone ouders met gewone kinderen’.

En dan zijn we als vanzelf  bij ‘kennis’. Dit soort kennis, in dit geval specifieke orthopedagogische kennis, is een cruciaal onderdeel van het universitaire beroep orthopedagoog. Het is de taak van orthopedagogen zich die kennis eigen te maken, toe te passen en zeker ook uit te dragen. Die taak, vooropgesteld dat de beroepsgroep die goed uitoefent, is dermate onderscheidend, dat we ons ermee ook zouden kunnen profileren. Of mee moéten profileren. Want onze taak is de praktijk beter te maken en als wij daarbij nodig zijn, dan is het onverantwoord om ons aan de kant te laten zetten. Dat onderdeel van ons meerjarenprogramma, dat het licht nog moet zien, kwam afgelopen week met een column en discussies op social media naar buiten. Blij was ik er mee. Zo draaien we ons warm. En overigens gaat het hier natuurlijk om gedragswetenschappers in bredere zin; ook gezondheidszorgpsychologen en kinder en jeugdpsychologen voelden zich dan ook aangesproken.

Tot volgende week,