Coolblue in de Jeugdhulp en de piramide van Maslow ter discussie

Zondag 26 mei. Creatieve ideeën om professionals te behouden voor de jeugdhulp. Kennis nog beter beschikbaar maken voor professionals in de jeugdhulp betekent soms over onze schaduw heen springen. Is het verantwoord om uit  te gaan van de piramide van Maslow als we gezinnen die in armoede leven willen helpen? Ook het bestuur van P3NL verdiept zich nu in zorgen over toetreding van nieuwe, kwalitatief verantwoorde beroepsgroepen als regiebehandelaar in de ggz.

Het ministerie van VWS organiseert brainstormsessies met ‘het veld’ over de jeugdhulp. Centraal staat de vraag hoe we kunnen voorkomen dat professionals de jeugdhulp verlaten: behoud hun expertise! Het is gezond als mensen groeien en van baan verwisselen gedurende hun loopbaan. Door samen te werken, op regionaal en op landelijk niveau kunnen we hen zo faciliteren dat het jeugddomein hen ook bij carrièrestappen behoudt. Bijvoorbeeld door traineeprogramma’s te maken of door met andere jeugdhulpinstellingen afspraken te maken over instroom en doorgroei van professionals. Laten we daarbij ook vooral gebruik maken van de inzichten van heel andere sectoren; uitzendbureaus en een klaarblijkelijk buitengewoon aantrekkelijke werkgever als Coolblue.

Het richtlijnprogramma Jeugdhulp ontsluit en bundelt in opdracht van o.a. de NVO kennis voor professionals in de Jeugdhulp en Jeugdbescherming. Die kennis komt ook ten goede aan anderen die onze richtlijnen willen gebruiken; ze zijn openbaar. Aanpalende domeinen, zoals de ggz en de gehandicaptenzorg, ontwikkelen ook richtlijnen, soms op dezelfde vraagstukken. Waarom geen richtlijnen autoriseren waarbij we niét zelf aan het stuur hebben gezeten, als de kennis wenselijk is voor onze beroepsgroep? Waarom iets ontwikkelen als er al een richtlijn op is? Beter vooraf inventariseren welke kennis nog niét is ontsloten. Voor die uitdaging staan we de komende periode met ons programma. En daar hoort vervolgens een vraag bij: willen we de huidige stuurgroep verbreden naar een anders samengesteld consortium en hoort daar een rechtspersoon bij, zoals die in andere domeinen al bestaat?

Eigenlijk een vervolg op ons congres over gezinnen in multi-probleemsituaties, eind april, was de lezing afgelopen donderdag in de reeks ‘Opvoeden tussen wetenschap en praktijk’. Moeten we primair inzetten op éérst helpen om de materiële problemen op orde te krijgen, zoals brood op de plank, dat de woonsituatie op orde is en eventuele schuldproblematiek regelen? Tom van Yperen waagde het om dat vrij recente inzicht tegen het licht te houden. Eigenlijk ook een ethische vraag: als er uiterst zorgelijke opvoedingsvraagstukken zijn, is het dan wel verantwoord om interventie daarop uit te stellen?

Maandagavond deelden we onze zorgen over het Kwaliteitsstatuut ggz met het bestuur van P3NL. Ook hier is de vraag wat verantwoord is: is het verantwoord dat beroepsgroepen die kwalitatief in orde zijn zijn en een rol kunnen spelen in de ggz, nog tot 2022 aan de poort te laten staan? En is het bestuurlijk verantwoord om het proces zo in te richten zoals dat nu dreigt te gebeuren. De resterende tijd tot 1 juli, als het nieuwe model moet worden opgeleverd, is erg kort en dat maakt dat we even op een andere manier moeten schaken dan gebruikelijk is.

Tot volgende week,

M