Brieven Kwaliteitsstatuut uit, buiten de greep van de beroepsvereniging? Beroepscode NVO wordt herzien

Zondag 28 februari:

Brieven naar alle kanten over het Kwaliteitsstatuut, wat gaan we (met wie) doen aan onterechte dyslexieverklaringen en eerste oriënterende gesprekken over de beroepscode van de NVO.

De afgelopen week voegden we de daad bij het woord en schreven we zowel de minister van VWS als het Zorginstituut Nederland aan over het Kwaliteitsstatuut. We uitten onze problemen met de limitatieve lijstjes professionals, waardoor de kwaliteit van de specifieke deskundigheid van een professional voor een specifieke doelgroep weer uit het zicht verdwijnt. We gaven aan dat de innovatieregel, zoals die nu bestaat, voor onze achterban geen soelaas biedt. En we stelden nog eens aan de kaak dat er nu door overheidsbeleid, voor de zoveelste keer, inkomstenderving dreigt voor onze professionals. Brieven schrijven is één, maar de vraag is natuurlijk wat we doen als die brieven niet tot de gewenste bijstelling leiden. Daarop beraden we ons nog.

Uitdagend is om te bedenken wat wij kunnen betekenen voor het afgeven van onterechte dyslexieverklaringen. Komende week vindt daarover overleg plaats met de ministeries van OCW en VWS. Natuurlijk kunnen we veel inbrengen wat we namens en voor de beroepsgroep al eerder hebben gezegd: we streven al langere tijd naar een richtlijn dyslexie, voor professionals die lid zijn van ons of die BIG-geregistreerd gelden de beroepscode en het tuchtrecht en we hebben onze registers en ons geaccrediteerde scholingsaanbod. Maar de vraag is ook: hoe dringen we ook op korte termijn het aantal onterechte dyslexieverklaringen terug? Welke rol hebben scholen en de Inspecties daarin? Zijn er instrumenten die we nog niet hebben ingezet? Kunnen we professionals bereiken die niet onder tuchtrecht vallen en die straks niet gehouden zijn aan een eventuele richtlijn?

Over beroepscode en tuchtrecht gesproken: we gaan, zoals we al aankondigden in ons jaarplan, onze beroepscode actualiseren. Dat is ook een uitdaging. We stuitten zo en passant op tal van vragen die moeten worden beantwoord. Lang niet al onze leden zijn actief in de ‘klinische’ kant van de pedagogiek –diagnose en behandeling-. Al onze leden zijn gehouden aan de beroepscode, maar die richt zich toch vooral en bij uitstek op professionals die een al dan niet directe behandelrelatie met cliënten hebben. Wat betekent de beroepscode voor onze leden die op andere vlakken van de pedagogiek actief zijn? Wat moeten we met digitalisering? Die brengt naast nieuwe behandelmethoden ook andere communicatievormen en andere wijzen van opslaan van gegevens met zich mee. Als professional kun je een cliënt niet zomaar ‘beter’ maken; die cliënt zelf en de pedagogische relatie spelen daarin ook een belangrijke rol. Maar betekent dat dat een professional uitsluitend een ‘inspanningsverplichting’ heeft? Dat zou de weg vrij kunnen maken naar loze beloftes en het formuleren van onrealistische doelen. Terwijl we er juist voor pleiten dat de professional samen met zijn cliënt en zijn omgeving optimale, maar wel realistische doelen stelt.

Alsof de duvel ermee speelt: nog geen uur laten kregen we een vraag over een situatie die niets met een behandelrelatie te maken heeft, maar waarin professionals wel een mogelijk dubieuze rol spelen. Kan daar een tuchtzaak tegen worden aangespannen? Zo zie je maar weer: je dénkt dat je de vraag op tijd stelt, maar de werkelijkheid achterhaalt je pijlsnel.

Tot volgende week!

M