Zondag 19 mei. Bevlogen studentambassadeurs blikten terug op het eerste (pilot)jaar in Leiden en Rotterdam. Dat we als veldpartij soms behoed moeten worden om méér te regelen en in te perken dan goed is voor het beroep en de opleiding bleek in ons overleg met de hoofdopleiders OG en  later in de week met VWS . Naar aanleiding van de werkgroep Kwaliteitsstatuut GGZ rijzen o.a. vragen over de ‘governance’ ervan.

Maandagavond blikten we samen met de studentambassadeurs terug op hun eerste pilotjaar. Zij organiseerden, in duo’s, bij de universiteiten in Leiden en Rotterdam inhoudelijke bijeenkomsten voor studenten pedagogiek, die aanvullend zijn op de studie. De ervaringen zijn positief. In vele opzichten. Dus we gaan door en we gaan uitbreiden naar andere universiteiten. Er zijn ook ontwikkelpunten; zo kunnen we elkaar nog veel meer versterken. Denk bijvoorbeeld aan het organiseren van activiteiten rond nieuwe promovendi; dan staan die ook meteen op het netvlies van de NVO. Of aan het meer aansluiten bij speerpunten van de NVO. We kunnen als NVO de ambassadeurs ook nog beter helpen door een checklist te ontwikkelen voor het organiseren van bijeenkomsten en door het delen van potentiële sprekers.

De internetconsultatie over het Opleidingsbesluit OG heeft nog een dag of tien te gaan. We hoeven die niet af te wachten om alvast inzichten te delen, onder elkaar, met de hoofdopleiders, met het convent van hoogleraren pedagogiek en met VWS. Interessant is wel dat sommige verbeterpunten bij nadere doordenking eigenlijk toch geen verbeterpunten zijn. En dat we als veldpartij vreemd genoeg soms geneigd zijn méér te willenregelen dan goed voor ons is. Dat bleek dinsdagavond in het overleg met de hoofdopleiders en vrijdag in ons overleg met VWS. Uit het feit dat we nieuwe inzichten ook weer verwerpen blijkt dat we er klaarblijkelijk behoorlijk goed met z’n allen over hebben nagedacht. Maar ook dat we elkaar voortdurend scherp moeten houden. ‘Gewoon’ samen aan iets bouwen en optimaal met elkaar meedenken blijft één van de leukste dingen die er is.

Over het Kwaliteitsstatuut GGZ, waarvan de veldpartijen op 1 juli een bijgestelde versie moeten opleveren, begin ik me zorgen te maken. In het najaar strandde een experimenteervoorstel dat wij als NVO indienden namens Molendrift en Menzis op een niet-bestaande commissie. Die commissie wordt nu dan wel ingericht, maar is in het ‘best case scenario’ pas eind 2019 operationeel. Dan moet de hele beoordelingsprocedure nog beginnen. Zelfs als vervolgens alles voorspoedig verloopt en het experiment wordt goedgekeurd, zijn we nog eens twee jaar later voordat verzekeraars kunnen inkopen. Dat is onverantwoord laat, gezien de wachtlijsten en specifieke zorgbehoeften van bepaalde cliëntgroepen, die juist zijn aangewezen op de deskundigheid die een OG heeft. En dat voor een beroepsgroep die tot 2017 gewoon hoofdbehandelaar kon zijn en die nooit iets als Europsyche op zijn geweten heeft.

De ‘governance’ van het experimenteerartikel en van de inbedding van de nieuwe commissie leidt ook tot wat vragen. Het lijkt wenselijk dat een deskundige daar eens zijn licht over laat schijnen.

Volgende week verder. Tot dan!

M