Betrek áltijd professionals bij de ontwikkeling van (zorg)inhoudelijk beleid

Zondag 6 oktober. Betrek professionals áltijd bij de ontwikkeling van (zorg)inhoudelijk beleid! Hoe de opleidelingen van de OG-opleiding in Nijmegen leren andere professionals inhoudelijk te coördineren. En weer wat geleerd: zo gaan de regionale tuchtcolleges BIG om met vakinhoudelijke richtlijnen.

Op onze Ikkanhet-site staat een prachtige column van Peter Dijkshoorn waarin hij een vurig pleidooi houdt om wetenschappelijk opgeleide pedagogen en psychologen altijd te betrekken bij de ontwikkeling van zorginhoudelijk beleid, of het nou om beleid van instellingen of om beleid van overheden gaat. Deze week hoorde ik dat pleidooi uit twee totaal verschillende hoeken terug: bij een gepokt en gemazeld, van oorsprong pedagogisch opgeleide bestuurder van een heel grote zorginstelling en bij mijn coachee, één van de ambassadeurs jeugdhulp. We vinden het allemaal, maar hoe kunnen we nou concreet zorgen dat het ook gebeurt?

Woensdag waren één van mijn collega’s en ik te gast bij de RINO-opleiding in Nijmegen. We spraken een half uur met de opleidelingen en namen daarna deel aan hun opdracht van die middag: oefenen met de inhoudelijke coördinatie van andere hulpverleners en begeleiders. Wéet de NVO dan niet wat wij doen?, hadden die opleidelingen ’s morgens verbijsterd aan hun docenten gevraagd. Nou, eerlijk gezegd: nee, niet voldoende. Wij weten wat onze leden in de praktijk doen uit wat zij ons vertellen, uit onderzoek, uit wat zij aanleveren voor Ikkanhet.nl, wat zij ons in werkbezoeken laten zien en uit nog veel meer contactmomenten met leden. Wij hebben samen met het beroepscompetentieprofielen opgesteld. Wij faciliteren de hoofdopleiders in de ontwikkeling van een gezamenlijk opleidingsplan. Maar ‘gewoon’ een opleidingsdag bijwonen? Nee, dat hadden we nog nooit gedaan. ‘Gewoon’ eens praten met opleidelingen wat hen bewoog, wat zij van de opleiding verwachten en wat die hen nu al biedt? Nee, dat hadden we nog nooit gedaan. En wat een enthousiasme ontmoetten we. Te veel inzichten om hier allemaal op te schrijven en te veel quotes om hier te herhalen. En wat betreft die coördinerende taak: we zágen ze zichzelf bloot stellen, in de vakinhoud die zij overbrachten op hun denkbeeldige collega’s en we zagen óók hoe zij oefenen in communicatie met andere professionals. Dank aan de hoofdopleider, dank aan de opleidingsmanager, dank aan de docente en extra veel dank aan de opleidelingen.

Maandag sprak ik met de voorzitter en de secretaris van het regionale BIG-tuchtcollege in Amsterdam, dat tevens coördinerend is voor de andere regionale tuchtcolleges. Een buitengewoon vriendelijk gesprek, dat veel informatie opleverde over de werving van de leden die zich straks in die tuchtcolleges uitspreken over het handelen van onze beroepsgroep. Omdat onze leden werken in verschillende werkvelden, moeten er straks beroepsgenoten zijn uít die werkvelden. We spraken over leren; niet alleen de professional leert uit uitspraken, ook wij als de opstellers van professionele standaarden. Het kan immers zijn dat in een tuchtzaak blijkt dat zo’n standaard toch moet worden bijgesteld. En er was één inzicht dat als een kwartje viel. Al jaren breek ik m’n hoofd over de vraag hoe of en hoe tuchtcolleges richtlijnen moeten en kunnen betrekken bij hun oordeelsvorming. Blijken de BIG-tuchtcolleges daar een model voor te hebben! Eén van de beroepsgenoten heeft de rol van ‘rapporteur’ en die rapporteur heeft de taak te inventariseren welke richtlijnen in dit geval op deze professional van toepassing zijn. Laten we nou komende week een bijeenkomst met de voorzitters en secretarissen van onze NVO-colleges hebben. Kunnen we dat meteen delen.

Tot volgende week,

M