Als orthopedagoog ben je je eigen instrument

Zondag 8 maart. Als orthopedagoog ben je ook en vooral je eigen instrument. Wat betekent dat voor het ‘CanMeds-blaadje Communicatie’? Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming: waar stáán we samen voor, de komende jaren? En als NVO onder hoge tijdsdruk een normenkader ontwikkelen, zodat de minister van VWS snel advies kan krijgen over de opleidingen orthopedagoog-generalist.

Sinds enkele jaren organiseren we als NVO in november, dankzij ons netwerk ‘LZMGplus’ die het programma ontwikkelde, een bijzondere studiedag over presentatie, communicatie en beïnvloeden. Tot mijn eigen verbazing was ik de eerste keer zo gegrepen door die dag, dat ik me daarna geen kans hebben laten ontnemen om op herhaling te gaan. Elke keer leer ik er weer nieuwe dingen. En denk niet dat ik de enige ben die zo enthousiast is; de dag wordt extreem positief geëvalueerd en afgelopen november ontstond en op LinkeIn zelfs een klein ‘hypeje’ door orthopedagogen die de dag hadden gevolgd. En we kregen een brief. Van een lid. Die net als ik ook méér wilde. Een verdiepingsbijeenkomst? Of zorgen dat nog meer leden die bijeenkomst gaan volgen? Afgelopen week spraken we haar, naar aanleiding van haar brief. Maanden later had de dag haar nog steeds niet los gelaten en was ze er nog steeds even enthousiast voor. Ook dít is je vak, vond zij. Juist omdat je als orthopedagoog zo zeer je eigen instrument bent, heeft die dit beroep uitoefent dit nodig. Zij ziet dit ook bij haar supervisanten.  Hoe nou verder? Zij gaat meedenken met de promotie van de volgende dag, als altijd al gepland, in november. En met een discussie over bijstelling van onze accreditatienormen. Want tot dusverre zijn onze eigen regels zo, dat we dit niet kunnen accrediteren, terwijl het voor de beroepsuitoefening essentieel is.

Heel iets anders was het overleg dat we afgelopen week, samen met het Nederlands Jeugdinstituut en de beroepsverenging van professionals in het sociaal werk (BPSW) met VWS voerden. Dat ging over het richtlijnprogramma Jeugdhulp en Jeugdbescherming. Een succesvol programma dat in de afgelopen jaren heeft geleid tot zestien wetenschappelijk gefundeerde richtlijnen voor vraagstukken waar professionals in de jeugdhulp vaak mee worden geconfronteerd en waarbij het belangrijk is dat bewezen werkzame aanpak wordt ingezet. Een richtlijn bundelt alle huidige relevante kennis op dat vraagstuk. Er is in Nederland nergens een zó grote groep die richtlijnen hanteert als professionals in de jeugdhulp. Wat staat ons nu komende jaren te doen? Moeten er nieuwe richtlijnen worden ontwikkeld en zo ja, welke? (hoe) moeten professionals, in de grote variëteit waarin zij werken, worden ondersteund in het leren kennen en hanteren van richtlijnen? En hoe creëren we een infrastructuur zodat beheer en onderhoud van richtlijnen wordt geborgd? We doen immers steeds nieuwe bewezen inzichten op en dat vergt aanpassing van richtlijnen. De belangrijkste conclusie die ik uit dat overleg mee nam, is dat we dat zelf nog meer doordacht en onderbouwd moeten formuleren.

Intussen ontwikkelen we ‘als een speer’ een normenkader, zodat de procedure voor beoordeling van de opleidingen orthopedagoog-generalist kan starten. Heel belangrijk voor opleidingen, maar nog meer voor de opleidelingen die vanaf 1 januari zijn gestart. De minister van VWS moet de opleidingen gaan aanwijzen en heeft daar betrouwbaar advies voor nodig. Dat leidt tot een samenwerking tussen de NVO en de FGZPt, die gewend is dit voor de opleidingen gz-psycholoog en psychotherapeut te doen.  Beiden vinden we het ene uitdaging om te proberen dit binnen een eigenlijk te krappe termijn toch samen voor elkaar te krijgen. Maar dat mag natuurlijk niet ten koste gaan van zorgvuldigheid en doordachtheid. Gelukkig ontwikkelden de hoofdopleiders afgelopen jaar o.a. een document over taken en verantwoordelijkheden van alle actoren die bij de opleiding betrokken zijn. Dat helpt ons nu.

Tot volgende week

M

 

.