Afwegingskader kindermishandeling en huiselijk geweld en begeleiding van leerlingen met psychische problemen

Zondag 5 maart 2017. Binnenkort kunnen we een Besluit van de Rijksoverheid verwachten over de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld. Onderdeel daarvan is dat beroepsgroepen een afwegingskader hebben voor melding. Daarover spraken NVO en NIP afgelopen week met Jan-Dirk Sprokkereef. De hot-topic reeks ging zijn derde jaargang in en zoomde in op begeleiding van leerlingen met psychische problemen.

Het tegengaan van kindermishandeling is één van de speerpunten van de NVO. We coördineerden met een groot aantal aanverwante beroepsgroepen, o.a. P3NL, twee brieven aan de staatssecretaris van VWS over de vraag of de meldcode zou moeten worden aangescherpt, we inventariseerden op welke manier het vraagstuk aan de orde komt in de universitaire opleidingen en in de Week tegen de Kindermishandeling, in november vorig jaar, belichtten leden van onze klankbordgroep dagelijks vanuit hun eigen werkdomein een stap in de meldcode. U vindt al deze acties in het themadossier op de homepage van onze website.

Als een professional geconfronteerd wordt met kindermishandeling is het allerbelangrijkste het stoppen van de mishandeling. Pedagogen vragen zich, met vele anderen, af of melden hieraan altijd bijdraagt. Melden kan immers de vertrouwensrelatie schaden en zo tegengesteld werken. Dat neemt niet weg dat melding nodig kan zijn, bijvoorbeeld om te achterhalen of er sprake was van eerder misbruik (en dus van herhaling) en om Veilig Thuis gelegenheid te geven om, als dat nodig is, afstemming re regelen met beroepsgroepen die buiten onze reikwijdte vallen, zoals politie en justitie.

Een afwegingskader van en voor pedagogen moet een relatie leggen met richtlijnen die we op dit vlak al hebben (specifiek voor situaties van kindermishandeling, maar ook aanpalende richtlijnen als hechting, kopp-kinderen, probleemgezinnen, etc.) en met een veldnorm die Veilig Thuis ontwikkelt. Als NVO en NIP samen zijn we in de positie om een afwegingskader te coördineren met een groot aantal andere beroepsgroepen, zoals de beroepsverenigingen binnen P3NL en binnen het programma Professionalisering Jeugdhulp en Jeugdbescherming. Daarnaast zullen nog veel meer beroepsgroepen een afwegingskader ontwikkelen, zoals artsen, scholen en kinderopvang. Mét Jan-Dirk Sprokkereef denken we dat het ondoenlijk is om met al die partijen samen tot een afwegingskader te komen. Tegelijkertijd zouden we wel met hen willen afstemmen om te voorkomen dat iedereen naast elkaar een wiel aan het uitvinden is.

Naast de ontwikkeling van een afwegingskader moet er ook aandacht zijn voor professionalisering. We horen regelmatig van leden dat zij vooral behoefte hebben aan gespreksvaardigheden.

Hoe na dit onderwerp ons ook aan het hart ligt, voor de ontwikkeling en coördinatie van zo’n afwegingskader denken we meer capaciteit in huis te moeten halen dan we regulier hebben. Naast onze absolute bereidheid om dit vraagstuk op te pakken en onze eigen rol hierin te spelen, gaven we ook dat Jan-Dirk Sprokkereef mee. Mocht VWS daar mogelijkheden voor zien, dan gaan we er in de loop van het voorjaar voortvarend mee aan de slag.

Steeds vaker hoor ik over een goede samenwerking tussen onderwijs en ggz. Eerder schreef ik erover in het kader van thuiszitters, ook één van onze speerpunten komend jaar. De hot-topic lezing van afgelopen donderdag ging er ook op in. Deze keer vooral gericht op leerlingen in de tweede helft van het voortgezet onderwijs, mbo, hbo en universiteiten. Psychische problemen manifesteren zich vaak rond de puberteit en behandeling of begeleiding is juist nodig in het vervolgonderwijs. Belangrijke aandachtspunten zijn de eigen verantwoordelijkheid van de leerling voor wat hij wil en kan, de verschillende rollen die hij heeft (op school is hij een leerling en geen cliënt), de rol van de docent, die vooral docent moet blijven en de hulpverlener die op zoek moet naar wat de leerling nodig heeft om de opleiding te blijven volgen en succesvol  te ronden. Ook hier weer het belang om elkaars taal te leren spreken. En ja, dat betekent dat de ggz naar de school of opleiding toe moet. In het Noorden van het land lijkt het alsof partijen elkaar hebben gevonden. Onderzoeksinstellingen daar analyseren de praktijk, ontwikkelen kaders en toetsen de effectiviteit ervan.

De volgende hot topic lezing is op 10 mei, wordt verzorgd door het Centrum Jeugdgezondheidszorg en gaat over ouderschap. Meer informatie en aanmelding via onze website of die van het NJI.

Tot volgende week,

 

M