jaar NVO
Beroepscode en tuchtrecht Overig

Een ouder wil graag bij therapie kind aanwezig zijn

Soms wil een ouder graag bij de therapie van een kind aanwezig zijn. Het kan dan gaan om onderzoek, begeleiding of behandeling. De vraag is altijd waarom wil de ouder erbij zijn? En wat is de invloed daarvan op de therapie voor het kind?

Het kan zijn dat de ouder wil zien hoe de therapie wordt gegeven, dus uit nieuwsgierigheid, of dat de ouder vermoedt dat het kind bij het eerste therapie contact dan meer op het gemak is. Als dat niet bezwaarlijk is voor de therapie die wordt gegeven is dat geen probleem. Met name bij kinderen tussen 12-16 jaar is het van belang dat je ook uitdrukkelijk vraagt wat de jeugdige van het aanwezig zijn van de ouder(s) vindt. Ook kinderen jonger dan 12 mag die vraag worden gesteld. Het is niet zo dat de toestemming van de jeugdige nodig is voor de aanwezigheid van de ouder. Het is het peilen of de aanwezigheid van de ouder helpt of hindert in de behandeling.

Soms heeft een ouder geen of moeizaam contact met het kind en wil de ouder op deze manier in contact komen met zijn/haar kind. Daarvoor is de behandeling/begeleiding niet bedoeld, tenzij die gericht is op contactherstel met de betreffende ouder. Als een hulpverlener daaraan mee werkt kan dit het vertrouwen schaden van het kind en daarmee de effectiviteit van de behandeling.

Voor een zorgvuldige afweging is van belang dat de pedagoog in kaart brengt:

  • wat is het belang van de ouder om aanwezig te zijn;
  • wat is de wens/zijn de gedachten van het kind hierover;
  • wat zullen de verwachte effecten zijn op de behandeling;
  • wat zijn mogelijke gevolgen als aanwezigheid wordt toegestaan of geweigerd (gebaseerd op feiten/info uit het dossier);
  • bijzondere omstandigheden zoals een complexe echtscheiding. Daarbij is het beginsel van gelijkwaardigheid van ouders zeer belangrijk. Het bijwonen van een therapiesessie kan zorgen voor een ‘informatievoorsprong’ van een ouder hetgeen kan leiden tot extra spanningen en daarmee tot extra belasting van het kind.

Zo kan de pedagoog wegen wat in het belang van het kind is. De afweging en het besluit moeten worden vastgelegd in het dossier.

Als de pedagoog besluit dat de aanwezigheid van de ouder in het kader van de behandeling niet in het belang van het kind is, dan kan dit worden geweigerd. Van belang is wel met de ouder goed in contact te blijven en uit te leggen waarom de aanwezigheid van de ouder niet wenselijk is.