Waar bent nu naar op zoek?
Beroepscode en tuchtrecht Overig

De pedagoog werkzaam in het wijkteam en het beroepsgeheim

Als de als pedagoog werkt in een wijkteam, geldt het beroepsgeheim dan altijd? Dat ligt eraan welke taak de pedagoog uitvoert. Afhankelijk van de taak die de pedagoog in een wijkteam vervult, is de beroepscode volledig of deels van toepassing.

De NVO beroepscode is van toepassing op het handelen en nalaten van de pedagoog en in alle rollen die de pedagoog kan hebben, zoals adviseur, begeleider, behandelaar, bestuurder, etc. In hoeverre de beroepscode van toepassing is, hangt af van de rol/taak die de pedagoog uitvoert (art 1 NVO beroepscode).  

Voor alle pedagogen, ongeacht hun rol of functie, geldt bijvoorbeeld dat ze geen taken op zich nemen waarvoor ze de expertise missen, dat ze geen conflicterende rollen op zich nemen en dat ze door hun handelen het vertrouwen in de beroepsgroep niet beschadigen. 

Een groot deel van de bepalingen in de NVO Beroepscode, bijvoorbeeld over het vragen van toestemming, het dossier en de geheimhouding, richten zich specifiek op de situatie waarin een pedagoog een professionele relatie aangaat met een cliënt, bijvoorbeeld als hij hem begeleiding, ondersteuning of behandeling biedt, of als hij diagnostisch onderzoek doet.

Hoe zit dat nu in een wijkteam?

Een wijkteam heeft vaak meerdere taken, zoals hulpverlening en toeleiding naar zorg/voorzieningen. Op het moment dat er sprake is van hulpverlening, geldt de beroepscode onverkort, inclusief beroepsgeheim. 

Op het moment dat de pedagoog een taak heeft in de toeleiding en het nemen van beslissingen over het toekennen van bijvoorbeeld een Wmo-voorziening of jeugdhulp, dan handelt de pedagoog niet als hulpverlener, maar voert de pedagoog een taak uit van het College van B&W van de gemeente.

Algemene zorgvuldigheidsnormen beroepscode gelden altijd

Het is van belang dat de pedagoog bij de werkzaamheden steeds weet welke taak vervul ik? Welke pet heb ik op? Is dat hulpverlening of toeleiding? De taak is namelijk mede bepalend voor in hoeverre het beroepsgeheim geldt. 

Als de pedagoog een wettelijke taak van het College van B&W uitvoert, dan gelden primair de wettelijke regels voor die taken. Als die regels het verwerken en verstrekken van gegevens zonder toestemming toestaan dan mag dat. De wet gaat namelijk boven de beroepscode. 

Daarbij handelt de pedagoog wel zorgvuldig (volgens de principes van de beroepscode):

  • niet meer gegevens verwerken en verstrekken dan noodzakelijk voor een goede uitvoering van de wettelijke taak;
  • informeer de burger over de rol van de pedagoog (toeleiding) en informeer diegene vooraf over de verstrekking van gegevens en stel de burger in staat om eventuele bezwaren te uiten en kom diegene daar zoveel als mogelijk in tegemoet;
  • toets of gegevensverstrekking niet strijdig is met goed hulpverlenerschap en of het verstrekken van de gegevens de belangen van de burger niet onnodig en onevenredig schaadt (proportionaliteit en subsidiariteit).

NB: de pedagoog heeft in geen van deze twee rollen/taken (hulpverlening of toeleiding) een meldplicht bij (een vermoeden van) fraude.

Tot slot hoort hierbij dat er twee dossiers zijn: een hulpverleningsdossier en een toeleidingsdossier. De gemeente heeft bij haar toeleidingstaak nl geen recht op bijvoorbeeld een behandelplan of de evaluatie daarvan. Het hulpverleningsdossier en het toeleidingsdossier dienen daarom gescheiden te zijn.

De organisatie waaronder het wijkteam valt is er (ingevolge de Algemene Verordening Gegevensbescherming) verantwoordelijk voor dat gegevens aantoonbaar zorgvuldig worden verwerkt. Daar hoort bij dat duidelijk is welke taken zijn belegd bij het wijkteam en wat dat voor consequenties heeft voor de gegevensverwerking door het team. Op die manier weet een pedagoog wat diens rol is en kan deze dat ook uitleggen aan andere professionals en de burger.