jaar NVO
Beroepscode en tuchtrecht Informatiedeling

Beslist 12-jarige zelf over informatieverstrekking?

De Jeugdwet en de Wgbo bepalen dat een jeugdige tussen 12 en 16 jaar zelfstandig beslist over het geven van toestemming voor het verstrekken van zijn gegevens aan derden. In (art. 5 lid 2 van) de NVO Beroepscode is echter aansluiting gezocht bij de pedagogische praktijk waarin ouders met gezag en jeugdigen tussen 12 en 16 jaar hierover samen beslissen. De reden hiervoor is dat deze gegevens ook vaak betrekking hebben op de ouders en/of de gezinssituatie. Een uitzondering kan worden gemaakt als de pedagoog meent dat dit meebeslissen van ouders strijdig is met de zorg van een goed pedagoog.

Dossierrechten vanaf de leeftijd 12 jaar

De algemene regel van de NVO Beroepscode is, dat bij jeugdigen vanaf 12 jaar de jeugdige en de gezaghebbende ouders ieder een eigen, zelfstandig recht hebben op inlichtingen, inzage en afschrift tot de jeugdige 16 jaar oud is. Dit geldt ook voor het recht op correctie en het aan het dossier laten toevoegen van een eigen verklaring. Bij vernietiging is dit anders, vanwege het onomkeerbaar karakter van het honoreren van een verzoek om vernietiging van (een deel van) het dossier. Daarom geldt bij vernietiging voor jongeren tussen 12 en 16 jaar, dat een dergelijk verzoek alleen door de pedagoog in behandeling kan worden genomen als de jeugdige en de gezaghebbende ouder(s) daar allen mee instemmen en bijvoorbeeld samen verzoeken om vernietiging.

Het meebeslissen van ouders over informatie verstrekken aan een derde betekent ook dat de jeugdige en zijn gezaghebbende ouders samen beslissen wie er kennis mag nemen van de inhoud van het dossier of aan wie er informatie wordt verstrekt uit het dossier. Als een externe, zoals school of een andere zorgorganisatie informatie opvraagt, dan dient toestemming gevraagd te worden aan de jeugdige en zijn gezaghebbende ouders.

Omdat de gezaghebbende ouders en de jeugdige ieder zelfstandige rechten hebben over het dossier, hebben zij elkaars toestemming niet nodig voor het uitoefenen van bijvoorbeeld het recht op inzage en afschrift.

Bij het uitoefenen van rechten door de jeugdige vanaf 12 jaar is van belang dat de jeugdige de beslissingen over diens dossier kan overzien. Met andere woorden: is de jeugdige niet in staat tot redelijke waardering van diens belangen ter zake? Dan beslissen de ouders met gezag.

Grenzen bij informatieverstrekking

  • Privacy van anderen
    Informatie uit het dossier kan met toestemming van de jeugdige en zijn ouders worden verstrekt voor zover ‘de persoonlijke levenssfeer van een ander daardoor niet wordt geschaad’. Zou er bijvoorbeeld ook informatie over een stiefouder, of een broer of een zus in het dossier zijn opgenomen, dan is voor het verstrekken van deze informatie ook de toestemming nodig van de stiefouder of de broer of zus. 
  • Privacy van de ene ouder ten opzichte van de andere ouder
    Het afschermen van informatie van de ene gezaghebbende ouder, als de andere gezaghebbende ouder inzage of afschrift krijgt, is maar in beperkte mate mogelijk. Uitgangspunt is dat beide gezaghebbende ouders recht hebben op inzage en afschrift van het hele dossier van hun kind tot 16 jaar. Via deze rechten moeten zij zich op de hoogte kunnen stellen van de aanleiding, het doel, het verloop en de resultaten van de zorg aan hun kind. Ook als daardoor informatie van een van de ouders en/of van een eventuele nieuwe partner bij de andere ouder bekend wordt. Het afschermen van informatie over een ouder voor de andere ouder vanwege de privacy is dan ook alleen mogelijk als de andere ouder, ondanks dit afschermen, nog steeds een goed beeld krijgt van de aanleiding, het doel, het verloop en de resultaten van de zorg aan zijn kind. Af te schermen informatie kan bijvoorbeeld zijn de naam van een behandelaar van een ouder of informatie over problemen of misbruik in de eigen jeugd van de ouder (die niet relevant is voor de behandeling het kind).
  • Goed hulpverlenerschap
    De pedagoog dient altijd een eigen afweging te maken. Zo kan het bijvoorbeeld onder omstandigheden strijdig zijn met het handelen als goed pedagoog om informatie te verstrekken. Ook aan ouders met gezag.